Syp Wynia

Doem van Hitler hangt boven het vluchtelingendebat

Door Syp Wynia - 28 augustus 2015

De productie van wetenschappelijke kennis over de gevolgen van immigratie is sinds de eeuwwisseling iets minder taboe. Maar of er zoveel veranderd is, valt te bezien.

Het belangrijkste boek dat tot dusver over de grootscheepse immigratie naar Nederland van de laatste halve eeuw is geschreven, gaat niet in de eerste plaats over die grootscheepse immigratie.

Dat boek gaat over de vraag waarom er in Nederland langere tijd niet of nauwelijks onderzoek was naar de (economische) effecten die immigratie op Nederland heeft. Het is een onderzoek naar het waarom van het niet willen weten.

Dat boek is het proefschrift van Jan van de Beek, die er vijf jaar geleden op promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Ik heb er destijds ook over geschreven, maar het kan geen kwaad het geheugen nog eens op  te frissen. Al was het maar omdat het niet willen weten de wereld nog niet uit is.

Irrelevant

Van de Beek schrijft in zijn voorwoord dat hem, toen hij aan zijn proefschrift bezig was, voor de voeten werd geworpen dat wat hij wilde onderzoeken ‘irrelevant’ zou zijn.

Een enkeling vroeg ‘of hij misschien extreem-rechts was’. Onderzoek naar de economische effecten van immigratie werd irrelevant gevonden en dus was het ook irrelevant om te onderzoeken waarom dergelijk onderzoek zo schaars was.

Terwijl de behoefte om politiek correct te willen zijn over immigratie elders in de samenleving aan het wegvlieden was, zo stelde Van de Beek, was dat geenszins het geval aan de faculteit waar hij werkte. Daar heerste nog de politieke correctheid ‘oude stijl’.

Over de politiek eenzijdig samengestelde staf van de faculteit maakte zelfs een enkele afdelingschef zich zorgen. Het ondermijnde logischerwijs de kwaliteit van de wetenschap.

Van de Beeks vuistdikke proefschrift beschrijft minutieus hoe het weinige onderzoek dat er was over de gevolgen van immigratie, altijd tot gunstige conclusies moest leiden. Tot 1987 werden er zelfs over iets basaals als werkloosheid en het gebruik van sociale zekerheid onder immigranten nauwelijks gegevens verzameld.

Gegevens die er waren, werden door het Centraal Bureau voor de Statistiek ontoegankelijk gemaakt. Onderzoek dat er was, was het exclusieve domein van sociologen en antropologen die zich alleen maar bezighielden met de belevingswereld van immigranten.

Het komt erop neer dat onderzoek dat zou kunnen leiden tot ongunstige conclusies over immigratie, onmogelijk werd gemaakt of werd weggestopt. Uit angst, vooral. Het zou kunnen leiden tot ‘stigmatisering van immigranten’, het zou ‘extreem-rechts in de kaart kunnen spelen’ of anderszins ‘met racisme geassocieerd kunnen worden’.

Joden

Bij het wegstoppen van ongewenste statistische gegevens over immigranten was er een rechtstreeks verband met de Duitse bezetting. Gegevens over specifieke Nederlandse burgers mochten niet nog eens – zoals in ’40-’45 met ­Joden en zigeuners was gebeurd – in verkeerde handen vallen.

In het algemeen was er na de oorlog, expliciet of impliciet, altijd de angst om fout te zijn of voor fout te worden uitgemaakt. Politici sloten, stilzwijgend of niet, de deal dat het immigratie- en vreemdelingenbeleid geen onderwerp van politiek debat mocht zijn, al helemaal niet in verkiezingstijd. Pim Fortuyn wist dat cordon in 2002 weliswaar te doorbreken, al werd ook bij hem Anne Frank nog ingezet om hem buitenspel te zetten.

De productie van wetenschappelijke kennis over de gevolgen van immigratie voor een ontvangend land als Nederland is sinds de eeuwwisseling iets minder taboe. Maar of er zoveel veranderd is, valt te bezien. Als het al geen wetenschappers zijn (nog steeds vrijwel altijd sociologen) die een voorkeur hebben voor de gunstige uitkomsten van immigratie, dan zijn het wel politici die daarvoor een voorkeur hebben.

Vergrijzing

Als grootscheepse immigratie vanuit verre oorden al niet als iets onafwendbaars of als humanitaire noodzaak wordt voorgesteld, dan wordt er wel een Nederlands belang  – tegengaan vergrijzing, tekorten op de arbeidsmarkt, bijdrage aan de kennis­economie – bij verzonnen.

En waar overbevolking wel als een mondiaal probleem wordt gezien, geldt dat dan plotseling niet voor Nederland – een van de dichtstbevolkte landen ter wereld nota bene.

‘De Tweede Wereldoorlog gold als moreel kompas,’ stelde Van de Beek over zijn onderzoeksperiode, die hij afsloot in 2005. Alle kans dat latere onderzoekers concluderen dat dit morele kompas in 2015 nog steeds domineerde.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.