Jean Dohmen

VVD’er Wiebes effent pad voor hardere aanpak vermogens

Door Jean Dohmen - 03 september 2015

De meest vermogende Nederlanders gaan over een deel van hun vergaarde rijkdom vanaf 2017 meer belasting betalen. Uitgerekend een VVD’er introduceert een progressief oplopende heffing op vermogen.

Het verkopen van knollen voor citroenen aan burgers is een kunst die politici en hun spindoctors wel is toevertrouwd. Het recente voorstel om de vermogensrendementsheffing te herzien en de belasting op spaargeld te verlagen, is daar een mooi voorbeeld van.

Spaarders klagen al jaren steen en been over deze unfaire belasting, die hun ‘vermogen’ langzaam maar zeker uitholt. Als het kabinetsplan wordt uitgevoerd, gaat dat proces gewoon door, alleen in een iets trager tempo.

Zakkenroller

Het schijnt niet beleefd te zijn om een gegeven paard in de bek te kijken, maar bij het cadeau dat VVD-staats­secretaris Eric Wiebes van Financiën de spaarder op Prinsjesdag aanbiedt, is daartoe alle aanleiding.

Nu gaat de fiscus er nog van uit dat iedereen 4 procent rendement weet te behalen op zijn spaargeld, waarover hij 30 procent belasting moet afdragen. Dat rendement van 4 procent is een illusie. De rente op spaargeld bedraagt minder dan 1 procent, ongeveer evenveel als de inflatie.

Het plan om het rendement waarmee de fiscus rekent te verlagen tot 2,9 procent, is een druppel op een gloeiende plaat. De onrechtvaardige situatie blijft, zij het in afgezwakte vorm, gewoon bestaan.

Vergelijk het met een zakkenroller die 100 euro in uw portemonnee aantreft, er 75 euro uithaalt, en de portemonnee met 25 euro teruggeeft met de mededeling: ‘Kijk eens, dat is nog eens een meevaller.’

Rendement

Daar blijft het niet bij. Het actietarief van Wiebes geldt alleen voor vermogens tot 100.000 euro. Daarboven wordt het rendement doodleuk verhoogd, tot 4,7 procent, en voor vermogens van meer dan 1 miljoen euro zelfs tot 5,5 procent.

Die enorme belastingverhogingen – want dat zijn het – moeten het benodigde geld in het laatje brengen om de verlaging van het tarief voor belastbare vermogens tot een ton te kunnen betalen.

Het valt nog te bezien of Wiebes dat geld ophaalt. Als de belasting wordt verhoogd, wordt het lonend om die te ontwijken, bijvoorbeeld door geld in een bv onder te brengen.
De gedachtengang achter die hogere tarieven deugt ook al niet: grotere vermogens (bij zelfstandigen vaak pensioengeld) zouden over het algemeen meer geld in aandelen beleggen en zo een hoger rendement halen.

Terecht is daar kritiek op: lang niet iedereen met een groot vermogen houdt een uitgebreide beleggingsportefeuille aan, en wie dat wel doet, is lang niet altijd verzekerd van een mooi rendement.

Vergissen

De commissie-Van Dijkhuizen, die in 2013 aanbevelingen deed voor een rechtvaardiger en eenvoudiger belastingstelsel, suggereerde het fictieve rendement van 4 procent te vervangen door één lager tarief, gebaseerd op het gemiddelde van de spaarrente in de vijf jaar daarvoor.

Door drie tarieven voor te stellen, kiest Wiebes niet voor eenvoud, maar voor de complexiteit waartegen hij als beginnend staatssecretaris zo  ageerde. De Belastingdienst bezwijkt bijna onder de regelzucht van de politiek. ‘Als we doorgaan het stelsel steeds complexer te maken, gaat het helemaal fout,’ zei hij acht maanden geleden in Elsevier.

Maar het meest absurde is toch wel dat uitgerekend een VVD’er een progressief oplopende heffing op vermogen introduceert. Wiebes installeert de knoppen waarmee een van zijn opvolgers vermogen nog veel zwaarder kan belasten. Dat is een grote vergissing en buitengewoon naïef.

Elsevier nummer 36, 5 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.