Syp Wynia

Wie zijn ‘Europese elites’? Ze zitten niet alleen in Brussel

Door Syp Wynia - 14 september 2015

Opposanten van de Junckers in Brussel betitelen hun opponenten vaak als de ‘Europese elites’. Maar wie zijn dat dan, de ‘Europese elites’?

Het plakken van etiketten op concurrenten en tegenstanders heeft meestal niet tot doel de ander in een complimenteus daglicht te stellen.

Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse voorzitter van de Europese Commissie, is bij uitstek zo’n etikettenplakker. Die verklaart alles en iedereen die hem in de weg zit bij zijn missie voor Meer Europa en Meer Commissie tot ‘populist’ of erger.

Nu zijn er ook politici en publicisten die het aandurven kanttekeningen te zetten bij de opmars van de centralisering van de macht in Europese kantoren, vergaderzalen en telefooncircuits. Opposanten van de Junckers betitelen hun opponenten vaak als de ‘Europese elites’. Maar wie zijn dat dan, de ‘Europese elites’?

Het betreft alvast niet de traditionele elite, die van de hoge adel. Al valt ook weer niet weg te poetsen dat de hoogste Nederlandse adel, wijlen prins Bernhard en voormalig koningin Beatrix voorop, weinig hebben nagelaten om de voortreffelijkheid van de Europese eenwording aan de man te brengen.

Het wordt in dat licht nog spannend wat koning Willem-Alexander volgend voorjaar in zijn rede voor het Europees Parlement te berde gaat brengen.

Bureaucraten

Als we de ‘Europese elites’ van nu willen traceren, moeten we in de eerste plaats bij de hoogste politieke bazen van vooral de grote Europese landen zijn. De premiers en presidenten zijn de afgelopen decennia toonzettend geworden. Maar echte besluiten worden zelden genomen als ze met z’n allen aan tafel zitten.

Besluiten worden voorgekookt door de belangrijkste spelers en eventueel, tijdens schorsingen of anderszins, in een hoekje of een achterkamertje wat aangepast. Het hangt een beetje van het onderwerp af, maar er gaat weinig niet door als de Duitse bondskanselier en de Franse president het eens zijn.

Onderschat vooral ook de bureaucraten niet: de ambtenaren van premiers en presidenten en hun ministers, de tienduizenden die in Europese kantoren de compromissen smeden, met pressiegroepen dealen en wheelen.

Als de zaak is beklonken, gaat bij bureaucraten de vlag uit, en dan is het aan centrale bankiers in Frankfurt of directeuren­generaal in Brussel om hun eigen geurvlag aan de besluiten te hangen. Wie zeker ook tot de ‘Europese elites’ behoren, zijn de rechters in Luxemburg, die eigenhandig hun territorium oprekken en zo het rechtsgebied van nationale rechters inperken.

Lobby’s van zowel grote bedrijven als van bijvoorbeeld milieuclubs kunnen zeker ook tot de Europese elites worden gerekend.

Zij doen, ook onderling, liever zaken op Europees vlak – ver van de nationale democratie – en hebben in Brussel het oor van de bureaucraten en europarlementariërs, met wie ze de gedachte delen dat je de vooruitgang niet aan zulke achterlijke instanties als nationale parlementen kunt overlaten.

Dat Europees Parlement is zelf in grote meerderheid meer een actiegroep voor meer Europa, gekant tegen die vreselijke populisten en nationalisten. Binnen dat Parlement wordt de elite gevormd door de christen-democraten en de socialisten die samen sinds mensenheugenis de macht delen, braaf gevolgd door liberalen en Groenen.

Elites

Om dat alles heen zwermen de zogeheten onafhankelijke denktanks – sommige gesubsidieerd door de Europese Commissie, andere door een kongsi van elites.

Een van de bekendste is de Bruegel-denktank, die vaak als zijnde onafhankelijk wordt geciteerd in kranten. Bruegel wordt betaald door EU-lidstaten als Nederland, multinationals als Deutsche Bank, Google, Goldman Sachs, ING en Shell en diverse centrale banken. Voorzitter van Bruegel is, op dit moment, de Fransman Jean-Claude Trichet, voormalig president van de Europese Centrale Bank.

Een van de bestuursleden is de Nederlandse topambtenaar Hans Vijlbrief, in het dagelijks leven als thesaurier-generaal de rechterhand van minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem, die ook voorzitter is van de ministers van Financiën van de eurolanden.

De afgelopen jaren was Vijlbrief – ook onder Dijsselbloems voorganger Jan Kees de Jager – in Nederland ambtelijk eerst verantwoordelijke voor het door Brussel gewenste beleid van lastenverhogingen en bezuinigingen en voor de diverse steunpakketten voor Griekenland. Ik zou Hans Vijlbrief zeker tot de ‘Europese elites’ rekenen.

Elsevier nummer 38, 19 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.