Michiel Dijkstra

Nederland was met de gulden niet beter af geweest

Door Michiel Dijkstra - 09 december 2017

Critici van de euro roepen graag een idyllisch beeld op van een Nederland met een eigen munt. Maar dat is monetaire nostalgie. Nederland zou ook met de gulden last hebben gehad van een lage rente, zou weinig te zeggen hebben over het eigen beleid en zou waarschijnlijk zelfs kosten aan Zuid-Europa hebben gehad.

Wat als Nederland niet in de eurozone had gezeten? Dan hoefde er geen geld naar de Grieken, dat is zeker. Dat zou miljarden euro’s hebben gescheeld. Het land was ook niet afhankelijk geweest van het voor pensioenen zo schadelijke lagerentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB).

Ook zou Nederland niet hoeven aan te hikken tegen het vooruitzicht van een Europese minister van Financiën – die eraan lijkt te komen. Ook zou het bankentoezicht niet naar Brussel zijn getrokken. Geen verlies aan soevereiniteit dus.

Begrotingsbeleid met de geldpers

Maar zou Nederland inderdaad beter af zijn geweest? Er valt terecht veel te klagen over de euro. Nederland verkeert met economieën in de muntunie die veel minder ontwikkeld zijn. Het redden van Griekenland was onnodig kostbaar. De Fransen, die graag begrotingsbeleid voeren met de geldpers, hebben ook iets over de munt te zeggen.

Critici van de euro roepen een idyllisch beeld op waarin De Nederlandsche Bank soeverein de hardheid van de gulden bewaakt, de minister van Financiën geen Brusselse bedilzucht hoeft te tolereren en pensioenen voor altijd veilig zijn.

Nooit bestaan

Maar dat Nederland heeft, ook toen de gulden nog bestond, nooit bestaan. De koers van de gulden was ferm vastgeklonken aan die van de Duitse mark.

Als de euro niet had bestaan, of als Nederland er niet aan mee had gedaan, zou dit ook zeker niet betekenen dat Nederland geen problemen had gehad.

Kijk naar Denemarken, een land dat heel vergelijkbaar is met Nederland: een kleine, rijke, open economie die sterk verbonden is met de economie van Duitsland. Denemarken klonk in dezelfde tijd zijn munt aan de Duitse mark vast als Nederland, begin jaren tachtig.

Niet meedoen

Maar de Denen wilden niet aan de euro meedoen. De vaste wisselkoers tussen de kroon en de mark werd na de introductie van de euro de vaste koers tussen de kroon en de euro: 7,4 kronen voor 1 euro.

Dat de Danmarks Nationalbank een vaste wisselkoers aanhoudt, is logisch: meer dan de helft van de buitenlandse handel van Denemarken betreft handel met eurolanden. Zou de wisselkoers fluctueren, dan lopen Deense bedrijven die handel drijven met het buitenland, tegen hoge kosten aan als ze het wisselkoersrisico afdekken.

Niets te zeggen

Doordat de wisselkoers vast is, volgt Denemarken min of meer het beleid van de Europese Centrale Bank. In Nederland mag dan vaak worden geklaagd dat Nederland weinig in te brengen heeft in Frankfurt, Denemarken heeft helemaal niets te zeggen.

Denemarken heeft evenmin meer vrijheid dan Nederland op het gebied van begrotingsbeleid. Als Nederland te hoge tekorten heeft– meer dan 3 procent van het nationaal inkomen – of de staatsschuld te hoog laat oplopen – tot boven 60 procent van het nationaal inkomen – wordt het door Brussel op de vingers getikt.

Onder druk

Als Denemarken te hoge tekorten heeft, ervaart het land directere gevolgen. De wisselkoers komt onder druk te staan. De kroon daalt immers wanneer Denemarken uit het buitenland moet lenen. Als de overheid te hoge overschotten boekt, gebeurt het omgekeerde.

Gevolg is dat Denemarken net als Nederland niet de rente heeft die optimaal is voor zijn land. De rente is veel te laag. Zelfs nog iets lager dan in de eurozone omdat Denemarken lang als veilige haven gold in de eurocrisis. De rente van de centrale bank is al sinds 2012 negatief. Sparen in Denemarken is al jaren zinloos.

Gevolg is wel dat huizenprijzen in het land nóg harder zijn gestegen dan in Nederland: met een kwart sinds het dieptepunt in 2012. De Deense centrale bank zet alle zeilen bij om de huizenzeepbel in te perken.

Het Zwitserse voorbeeld

Waarom dan niet het Zwitserse voorbeeld volgen, zullen eurosceptici tegenwerpen. Dat land laat zijn munt, de frank, sinds januari 2014 zweven ten opzichte van de euro.

Maar dat kan Zwitserland zich veel beter permitteren dan Nederland dat zou kunnen. De Zwitserse economie is minder verbonden met die van eurolanden dan de Nederlandse economie.

Zwitserland doet veel zaken met verre landen: het herbergt een grote financiële sector die geld beheert van rijken van over de hele wereld en van vier van de grootste goudsmelterijen op aarde, die veel uitvoeren naar de Verenigde Staten, India en China. Wie je handelspartners zijn, maakt veel uit voor het monetaire beleid dat je voert.

Frankenshock

Toch probeerde Zwitserland jaren de koers van zijn munt onder 0,83 euro te houden. Dat is goed voor de export naar Europa en het toerisme. Om het koersplafond in stand te houden, kocht de Zwitserse centrale bank massa’s buitenlandse deviezen en voerde het een negatieve rente in.

Maar er viel niet op te kopen tegen de instroom van geld, want Zwitserland geldt als veilige haven. Toen de Zwitserse centrale bank op een berg van omgerekend 400 miljard euro aan buitenlandse valuta’s zat, gaf hij het plafond op.

In de resulterende ‘Frankenshock‘ steeg de waarde van de frank met bijna een kwart ten opzichte van de euro. De skipistes bleven dat jaar leeg. De Zwitserse ervaring leert: een zwevende wisselkoers geeft vrijheid, maar brengt ook kosten  mee. Schokken kunnen de economie behoorlijke schade toebrengen.

Stijgende wisselkoersen

De kredietcrisis had er zonder euro dan ook heel anders uitgezien. Wat was er dan gebeurd?

Europa zou een paar flinke monetaire schokken te verwerken hebben gehad. Investeerders brachten hun geld na de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in 2008 naar veilige havens: ze wilden vooral geen risico lopen.

Dit zou tot gevolg hebben gehad dat de wisselkoersen van de Nederlandse gulden en de Duitse mark flink waren gestegen ten opzichte van de Spaanse peseta en de Italiaanse lire. Wellicht waren sommige Zuid-Europese landen ook dan in de problemen gekomen omdat ze niet meer konden lenen – overal ter wereld waren schulden in de aanloop naar de kredietcrisis gestegen. Ook zonder de euro had iemand moeten betalen om het schuldenprobleem op te lossen.

Moeilijker concurreren

Ook zouden Nederlandse exporterende bedrijven een klap hebben gehad doordat het opeens veel moeilijker concurreren was met bedrijven in landen waarvan de waarde van de munt was ingezakt. Dit boven op de schok van de kredietcrisis.

En misschien hadden bedrijven nog een klap te verwerken gekregen, als landen als Italië en Spanje hun munt hadden gedevalueerd om hun economie een zetje te geven na de crisis. Dat deden die ze in de jaren voor de euro graag. De frustratie zou in Nederland niet van de lucht zijn geweest.

Lot van een handelsland

Vaststaat dat de eurozone verre van een perfecte muntunie is. De noordelijke economieën zijn veel moderner dan de zuidelijke. Ze groeien niet naar elkaar toe, stelde de ECB begin december in een onderzoek vast. Het is nog altijd goed denkbaar dat de eurozone op een dag uit elkaar valt. Maar het is zeker niet zo dat Nederland zonder euro geen kosten had gehad.

Het is het lot van een handelsland: als het in andere landen slecht gaat, heeft Nederland daar hoe dan ook last van. De handel maakt Nederland ook rijk, dus dat is acceptabel.

Met een eigen munt zou een duurdere gulden Nederlandse beleggingen elders in Europa veel minder waard hebben gemaakt. Slecht nieuws voor pensioenfondsen. Die trouwens ook zonder de euro te maken zouden hebben gehad met een lagerentebeleid dat de pensioenuitkeringen onder druk zet.

Hoge guldenkoers

Dat is nu eenmaal nodig om de economie aan te jagen als banken geen krediet meer durven te verstrekken. In alle moderne landen ging de rente na 2008 omlaag.

Misschien had De Nederlandsche Bank de rente wel extra laag gehouden, net als de centrale bank van Denemarken momenteel doet. Dit om te voorkomen dat een hoge guldenkoers Nederlandse producten zo duur maakt dat exportbedrijven eraan ten onder gaan.

Geen paradijs

Wat maar duidelijk maakt dat soevereiniteit in monetaire zaken altijd betrekkelijk is. Zonder euro verandert Nederland niet opeens in een soeverein paradijs.

Dat Nederland weinig in te brengen heeft in de eurozone, of soevereiniteit moet afstaan, is vervelend. Maar beide zaken zijn betrekkelijk. Zonder euro had Nederland niets in te brengen, dan had het land gewoon moeten wachten op besluiten van de ECB of de Bundesbank en die klakkeloos volgen.

Veel zelfstandigheid op monetair- of begrotingsgebied had Nederland ook niet gehad. Omgekeerd kan Nederland via Europa wel – in kleine mate – erop toezien dat andere landen de regels volgen. Dat werkt niet perfect, is sinds de eurocrisis maar al te duidelijk.

Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw postvak.

Monetaire nostalgie

Maar er zijn grote verschillen. Onderzoekers van de ECB stelden begin oktober vast dat in Zuid-Europese landen de introductie van de euro niet heeft geleid tot beter economisch bestuur. Maar in Oost-Europese eurolanden wél. Dat leidt tot meer welvaart daar, en Nederland kan dus meer met die landen handelen.

Het gevaarlijkste aan die monetaire nostalgie naar de gulden is dat wordt vergeten dat er ook nog geld moet worden verdiend. Dat geld verdient Nederland in het buitenland. Als klein handelsland moet Nederland nu eenmaal rekening houden met omliggende landen, met welke munt het ook betaalt, euro of gulden.

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.