juist

Anatomie van de macht: Inlichtingenchef

Door Eric Vrijsen - 03 juli 2014

Wie bestiert Nederland? In de serie Anatomie van de macht pelt politiek redacteur Eric Vrijsen de instituties af. Dit keer is het de beurt aan de inlichtingenchefs, die van de AIVD en de MIVD.

Het archetype van de inlichtingenchef is natuurlijk John Edgar Hoover, die van 1924 tot 1972 directeur was van de Amerikaanse FBI. Naast potentiële vijanden van de staat, liet hij talloze politici bespioneren. Hij bewaarde alle compromitterende informatie in zijn persoonlijke archief. Zodoende had hij heel Washington in zijn zak. Vlak voor zijn dood liet hij alle documentatie vernietigen, waardoor de mythevorming een extra hoge vlucht nam.

Zou in Den Haag ook zo’n veiligheidsdirecteur zetelen? Iemand voor wie politici sidderen? Een man bij wie alle lijntjes van de deep state samenkomen. Een intrigant die zich schuilhoudt onder de rododendrons van de democratische verhoudingen? Als je vooraanstaande politici er tijdens een vertrouwelijk gesprek naar vraagt, maken ze omtrekkende bewegingen. Zeker, de geheime diensten houden van iedere spraakmakende politicus een dossier bij. Ze weten of hij wel eens dronken is, motor rijdt, een buitenechtelijke relatie heeft, welke rechtszaken hij aan zijn broek heeft gekregen. Maar Den Haag bewaart stilzwijgen over zulke dossiers. ‘Ik zou echt niet weten wat ze van me hebben opgeschreven en ik heb er ook nooit naar gevraagd,’ zeggen betrokkenen.

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) bezweren dat ze strikt volgens de wet werken, maar die wet is nogal ruim. De diensten mogen in principe alles doen wat in het belang is van de staat en de nationale veiligheid: insluipen in huizen en bedrijven, brieven openen, telefoons tappen, computers hacken. Wel moeten respectievelijk de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie hiervoor telkens goedkeuring verlenen. In de praktijk geven ze die altijd. Een enkele keer tekenen de bewindslieden het mandaat pas als de diensten al zijn begonnen met snuffelen. Er deed zich een buitenkansje voor en dat konden de geheim agenten niet laten lopen.

Het budget van de AIVD bedroeg in 2000 50 miljoen euro. Eén jaar later pleegde Al-Qa’ida aanslagen in de Verenigde Staten en begon het AIVD-budget te stijgen. In 2012 was het meer dan verviervoudigd: ruim 200 miljoen euro (waarvan 10 miljoen onder ‘geheime uitgaven’ valt). Sindsdien moet de dienst bezuinigen en gaat er jaarlijks zo’n 15 miljoen af. Bij de AIVD gaan tweehonderd van de vijftienhonderd banen verloren. De MIVD moet rondkomen van zo’n 85 miljoen euro per jaar en met achthonderd medewerkers. Er wordt veel geklaagd over de bezuinigingen, maar met zulke bedragen en zulke personeelsaantallen kun je behoorlijk wat uitspitten.

De Utrechtse hoogleraar inlichtingen- en veiligheidsstudies Bob de Graaff beschreef in NRC Handelsblad de ontwikkeling van de geheime diensten: ‘Van bean counting naar duiding.’ In de Koude Oorlog waren de spionnen druk met het tellen van raketten, onderzeeërs en kernkoppen. ‘Tegenwoordig willen we weten of we in Afghanistan vechten tegen verzetsstrijders, religieuze fanatici, warlords, opiumbazen of de Pakistaanse geheime dienst. De duiding bepaalt het beleid. Daarmee moeten de inlichtingendiensten gezamenlijk aan tafel over het te voeren beleid.’ Klinkt plausibel, maar dienen inlichtingenchefs te promoveren tot beleidsmaker?

In de maanden voordat de film Fitna (2008) van Geert Wilders het daglicht zag, zocht het kabinet naar contact met de juiste sleutelfiguren in de islamitische gemeenschap, om de gemoederen al vooraf tot bedaren te brengen. De AIVD was nauw betrokken bij deze pogingen om mensen ervan te overtuigen dat ze zich niet moesten laten provoceren. Uiteindelijk was dit succesvol. Fitna leidde nergens tot rellen. De film bracht een anticlimax.

Toch is het branchevervaging. Inlichtingenwerk moet niet samenklonteren met besluitvorming. Anders gaan de inlichtingenchefs hun eigen voorspellingen zitten bevestigen of ze overstelpen politici met loze analyses. Belangrijke informatie is zeer feitelijk en past op enkele A4’tjes. Beleidsbeschouwingen kun je overlaten aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, niet aan AIVD of MIVD. Het is al een probleem dat de rapportages steeds langer en zompiger worden.

Duimbreed

Het werk van de twee diensten is onvergelijkbaar. De AIVD moet terroristische aanslagen en buitenlandse spionage voorkomen. Deze dienst jaagt op brede, veronderstelde gevaren. De MIVD ondersteunt militaire operaties in den vreemde en jaagt op tamelijk concrete zaken. Op last van de politiek moeten de diensten samenwerken, maar vlekkeloos verloopt dit niet. Voor de exploitatie van het gemeenschappelijke satellietschotelpark in het Friese dorp Burum en de radio-afluisterposten in Eemnes (Utrecht) en Eibergen (Gelderland) is een organisatie in het leven geroepen – de Nationale Signals Intelligence Organisatie – met niet één maar twee directeuren. De bazen van AIVD en MIVD geven elkaar geen duimbreed toe.

Om te bezuinigen verhuist een deel van het MIVD-personeel naar het AIVD-hoofdkwartier in Zoetermeer. Tot hun afgrijzen moeten de MIVD’ers eerst een extra veiligheidscheck ondergaan voor ze hun nieuwe werkplek mogen betreden. Zij beschouwen dat als pesterij. De chefs – Rob Bertholee  (58) van de AIVD en Pieter Bindt (54) van de MIVD – moeten dat in goede banen leiden. Een paar jaar geleden leek het erop of ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, destijds Tjibbe Joustra, een eigen geheime dienst wilde beginnen. Hij rekruteerde AIVD-personeel en begon – ‘de deur stond toch open!’ – informatie te vergaren. Maar die aanval werd afgeslagen en Joustra’s opvolger Rob Schoof kent weinig territoriumdrift.

Bertholee is voormalig commandant van de Koninklijke Landmacht. Hij denkt systematisch en oogt als een sfinx. Een van zijn voorgangers – Sybrand van Hulst, van 1997 tot 2007 hoofd van de dienst – experimenteerde met openheid. Hij bracht soms een geslaagde operatie in de publiciteit. Zo bleek in 2005 dat een aantal moslim-radicalen van de Hofstadgroep goedkoop ‘anti-kraak’ hadden kunnen wonen in een pand te Den Haag, dat feitelijk door de AIVD ter beschikking was gesteld en waarin overal microfoons en zendertjes waren verstopt. Slimme operatie, waardoor je als inlichtingenchef begrip kweekt bij de burgers. Maar een AIVD-hoofd kan niet voortdurend zijn successen in de krant uitventen, want dan zet hij alle geheime methoden in de etalage. De AIVD van Bertholee is weer erg gesloten. Alles strikt op need to know-basis. Aan nice to know doen ze niet.

PvdA-minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken verklapte in een tv-programma dat hij hele middagen met Bertholee zit te vergaderen om de lijst met operaties door te nemen, voordat hij toestemming geeft. Dat wijst op argwaan: de minister geeft de inlichtingenchef geen ruimte en wil eerst alles afvinken. Voor het hoofd van de dienst en voor de operators is dat neerbuigend: waarom denkt zo’n minister het beter te weten dan de mensen die het werk uitvoeren? Laat de minister dit uitgroeien tot een conflict, dan verliest hij. Van de AIVD win je niet.

De traditionele houding van bewindslieden tegenover een inlichtingenchef is juist omgekeerd: ik hoef niet alles te weten, maar vertel me wel het belangrijkste, zodat ik je altijd kan dekken. Bij inlichtingenwerk denkt menigeen aan James Bond, maar de instanties zijn zwaar bureaucratisch. Ze draaien niet op avontuur, maar op procedures en protocollen. De kans dat er echt iets gebeurt zonder dat de minister het kan achterhalen, is klein. Een minister moet daarom eigenlijk kiezen voor controle achteraf, niet voor preventieve grensbewaking.

Met de politieke verantwoordelijkheid voor de geheime dienst kun je beter niet koketteren. Toch begon Plasterk op televisie te babbelen over zijn dagelijkse ‘rode map’ met geheime informatie. De PvdA-minister gaf ook foutieve informatie over de samenwerking tussen de AIVD en de Amerikaanse dienst NSA. Dat heeft-ie geweten. De Kamer begon te stuiteren en Plasterk hield in een vinnig debat maar net het hoofd boven water. Op zeker moment liep hij naar de ambtenarenloge, waar inlichtingenchefs Bertholee en Bindt hem verstandige dingen influisterden.

Bemoeien

Een paar dagen later begon PvdA-leider Diederik Samsom zich er ook tegenaan te bemoeien. Net als alle andere fractieleiders is hij lid van de ‘commissie-Stiekem’. Deze parlementaire commissie mag onder strikte geheimhouding toezien op het werk van de geheime diensten. Samsom liet in de kranten optekenen dat de commissie-Stiekem wel degelijk correct was geïnformeerd. En inderdaad: het hoofd van de MIVD, schout-bij-nacht Bindt, plaatste eind 2013 in de geheime vergadering met de fractieleiders een nogal terloopse en cryptische opmerking over de samenwerking met de Amerikanen. Maar de fractieleiders snapten destijds niet goed waarop Bindt doelde en vroegen niet door. De MIVD-chef voldeed aan de plicht informatie te verschaffen, maar hield zich tegelijkertijd volkomen op de vlakte.

‘Je moet hem een beetje kennen,’ zegt een ingewijde. ‘Bindt is gesloten. Zou je hem vragen: “Poets jij ’s morgens je tanden?” dan antwoordt hij waarschijnlijk dat hij hierover helaas geen mededelingen kan doen.’ Voor het overige spreken inlichtingenchefs in een soort geheimtaal. Ze zeggen iets wat nauwelijks doordringt. Blijkt achteraf wat er aan de hand is, dan spelen ze de vermoorde onschuld: ‘Dat hebben we gemeld.’ Ze hebben iets ongrijpbaars en daarmee iets heel machtigs.

Samsoms opmerkingen groeiden uit tot een affaire, want over de commissie-Stiekem hoor je te zwijgen. SGP-leider Kees van der Staaij kwam namens de anderen met een communiqué waarin Samsom compleet werd afgedroogd. Hoe dan ook, de zaak-Samsom bracht aan het licht hoe krampachtig die roemruchte parlementaire commissie eigenlijk functioneert.

‘Commissie-Stiekem’ klinkt natuurlijk stoer en de fractieleiders krijgen inzage in rapportages van AIVD en MIVD. Maar volgens ingewijden zijn die documenten ook tamelijk cryptisch, algemeen en subtiel. Het is de ene open deur na de andere en je moet heel lang zoeken voor je een passage treft die hard genoeg is om er een spijker in te slaan. Vooral Geert Wilders (PVV) probeert kritisch te zijn. Maar zelfs hij weet eigenlijk niet precies wat hij moet vragen als de commissie, eens per maand ongeveer, samenkomt met de bazen van AIVD en MIVD en de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie.

Pikant detail: de fractieleiders hoeven hun mobieltjes niet in te leveren en de vergaderingen zijn in een gewoon zaaltje van het Kamergebouw. Zou in die commissie-Stiekem hot information worden gedeeld, dan ging het er wel anders aan toe. Dan zouden de inlichtingenchefs het risico van een gemanipuleerd mobieltje waarmee alles op afstand kan worden afgeluisterd, heus niet nemen.

Je zou de commissie-Stiekem meer macht kunnen geven via het budgetrecht. Dan zouden de fractievoorzitters bepalen hoeveel geld AIVD en MIVD besteden aan cybersecurity, moslimradicalen, contra­spionage, gewelddadige dierenrechtenactivisten en andere aandachtsgebieden. Dan maak je ze medeverantwoordelijk voor de keuzes van de diensten en is het controleprobleem opgelost. De gedachte kwam een paar jaar geleden op, maar het kabinet viel en sindsdien is niemand er meer over begonnen. De inlichtingenchefs al helemaal niet, want die voorzagen een beperking van hun bewegingsruimte.

Ze zijn natuurlijk altijd beducht dat Binnenhofse bemoeienis slechts leidt tot openbaar gesteggel. Dat is slecht voor de samenwerking met buitenlandse collega-diensten. In je eentje bereik je weinig, je moet internationaal uitwisselen. Het leidend principe daarbij is ‘voor wat, hoort wat’. Je moet ervoor zorgen dat je politieke superieuren de buitenlandse diensten hier hun gang laten gaan, dan krijg je zelf elders ook de ruimte. Maar je zit met een Tweede Kamer die absurde eisen formuleert, zoals: ‘Onze informatie mag niet worden gebruikt voor Amerikaanse drone-aanvallen.’ Ook niet als Nederland in ruil gegevens ontvangt, waarmee hier een aanslag wordt voorkomen? Dat zeggen die moralistische Kamerleden er nooit bij.

Vooral de MIVD bouwde bij de bondgenoten een prima reputatie op. Dan mag je meedoen met de grote jongens: de Amerikanen, de Britten, de Israëliërs. Maar helemaal zeker weet je het als inlichtingenchef nooit. Ze kunnen je gebruiken voor een afleidingsoperatie, een decoy in jargon. Een ingewijde: ‘Dan sta je voor gek met je Nederlandse dienst en krijg je na afloop een schouderklopje van je buitenlandse collega die zegt dat de activiteiten zich plotseling verplaatsten en dat er helaas geen tijd was om je te waarschuwen.’

Zo’n voorval blijft keurig geheim, maar het is natuurlijk aan de inlichtingenchefs om het te voorkomen. In de inlichtingenwereld moeten AIVD en MIVD relevant en serieus zijn. Dan moet je niet te veel last ondervinden van parlementaire dwarsliggers en ministeriële muggenzifters.

Edward Snowden

Vorig jaar bracht de weggelopen NSA-agent Edward Snowden een schat aan Amerikaanse staatsgeheimen naar buiten. Hij verwierf een heldenstatus bij de linkse critici van geheime diensten en bij veel media. Zijn gelekte gegevens verschenen ook in NRC Handelsblad en het nieuws werd gedomineerd door de onthulling dat AIVD en MIVD nauw samenwerkten met de vermaledijde Amerikaanse NSA. Het werd gepresenteerd als een schandaal. Alsof AIVD en MIVD ruige klusjes opknapten voor J. Edgar Hoover.

Maar op basis van dezelfde informatie kun je concluderen dat de inlichtingenchefs uitstekend werken. Nederland, zo bleek uit door Snowden gelekte informatie, had jarenlang toegang tot de ‘Five Eyes Community’, de ruilhandel van Amerikaanse, Britse, Canadese, Australische en Nieuw-Zeelandse inlichtingendiensten. Uit oogpunt van nationale veiligheid was het juist een zware tegenslag dat Nederland na 2012 uit dat circuit wegviel. Maar dat was het gevolg van de politieke beslissing om militairen uit Afghanistan terug te trekken, waardoor de geallieerden hun achting voor Nederland verloren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.