juist

Anatomie van de macht: Perscentrum Nieuwspoort

Door Eric Vrijsen - 21 oktober 2014

Wie bestiert Nederland? In de serie Anatomie van de macht pelt politiek redacteur Eric Vrijsen de instituties af. Dit keer is het de beurt aan de journalistiek.

Tegen de bordeauxrode toegangsdeur hangt een goudkleurig bord met een waarschuwing in zwarte blokletters: ‘Achter deze deur geldt de Nieuwspoort-code’. Het betreden van de echokamer der Nederlandse politiek is niet zonder risico. In dit café-restaurant aan de Haagse Lange Poten klitten journalisten, politici, lobbyisten en ambtenaren samen in een sfeer van smoezende vertrouwelijkheid.

Er hangt een waas van geheimzinnigheid rond perscentrum Nieuwspoort, de huiskamer van de parlementaire pers. Media zijn de ‘verborgen institutie’ van het staatsbestel. Journalisten kunnen een politicus maken of breken, maar ze roepen elkaar daarvoor nooit op het matje. Kritiek op de pers is er volop: ‘Macht zonder verantwoording.’ Sterker: ‘Macht zonder verantwoordelijkheidsbesef.’ Platter uitgedrukt: ‘Hoernalisten.’ Ze hangen aan de slippen van de politieke gezagsdragers. Ze laten zich door spindoctors in Nieuwspoort van alles influisteren en presenteren het vervolgens als ‘analyse’.

Gezagsondermijnend of gedwee? Allebei tegelijk gaat niet. Maar dat betekent nog niet dat de politieke pers zonder impact is.

In Den Haag lopen meer journalisten rond dan volksvertegenwoordigers. De Parlementaire Persvereniging telt rond 140 leden van schrijvende pers en omroepen. Ook zijn zo’n 25 fotografen lid. Die 165 persmuskieten zijn geaccrediteerd bij de Tweede Kamer en hebben toegang tot de wandelgangen. Daarnaast is er een zwerm journalisten die op allerlei websites over de Haagse politiek schrijft zonder permanente toegang tot de wandelgangen. Jos Heijmans, reporter van RTL4 en voorzitter van de Parlementaire Persvereniging, schat dat 250 tot 300 journalisten de politieke berichtgeving in Nederland verzorgen.

De meesten doen op het Binnenhof verslag van het politieke nieuws op een specifiek terrein, zoals volksgezondheid, verkeer, financiën of onderwijs. Hun focus is het beleid, zoals dat door kabinet en Kamer wordt vastgesteld. Zij berichten over ‘de knikkers’. Daarnaast is er een elite van reporters die ‘het spel’ verslaat: de verkiezingen; de kabinetsformatie; de spanning binnen en tussen partijen; het imago van de premier en de bewindslieden; de peilingen en de permanente strijd om de kiezersgunst.

De grens tussen spel en knikkers is overigens niet zo scherp te trekken. Nieuws uit Den Haag krijgt steeds meer het karakter van een toneelrecensie of een voetbalverslag waarin je tevergeefs naar de uitslag zoekt.

Buitenstaanders veronderstellen dat het Binnenhof een slangenkuil is. Maar het fenomeen Nieuwspoort brengt ze aan het twijfelen, want daar heerst een sfeer van ouwe-jongens-krentenbrood. Politici van allerlei snit heffen het glas met elkaar en daar lopen dan journalisten tussendoor. Dat beeld van gekonkel en één pot nat intrigeert zelfs nog meer dan die geheimzinnige Nieuwspoortcode.

Groots en meeslepend

De werkelijkheid is niet groots en meeslepend. Het Binnenhof is een soort informatiemarkt waar politici en journalisten feitjes en interpretaties uitwisselen. Vaak gaat dat met naam en toenaam. Maar even zo vaak voltrekt het zich onder de formule: ‘Je mag het gebruiken, maar je hebt het niet van mij…’ Journalisten publiceren dan op eigen gezag hun nieuwtje zonder de bron van hun informatie te noemen.

Politiek en journalistiek zijn tegenwoordig gescheiden werelden. Een politicus sluit nooit een permanent verbond met een journalist en omgekeerd gebeurt dat ook niet. Het is hooguit een tijdelijke kongsi. Vroeger, in de tijd van de verzuiling, waren de banden tussen politici en journalisten veel duurzamer. De kranten hadden een duidelijke politiek-ideologische kleur, ofschoon ze ook toen niet his master’s voice waren. Tegenwoordig zijn de kranten veel meer eenheidsworst. Afwijkend is alleen De Telegraaf met een tamelijk rechts geluid. De andere dagbladen zijn middle-of-the-road tot linksig.

Omdat het de journalisten ontbreekt aan een ideologische oriëntatie – in tegenstelling tot de periode van de ontzuiling – beschrijven ze de politiek vooral als een kale strijd om de macht. Als je geen ideologische verontwaardiging in de verslaggeving kunt pompen, heb je een wedstrijdelement nodig als spanningsboog in je artikel. Het draait niet om goed of fout, maar om winst of verlies. Vandaar dat journalisten zichzelf tamelijk objectief vinden.

De verslaggeving is in de loop der jaren minder feitelijk geworden. Een artikel op de voorpagina van een krant of een nieuwsitem in een actualiteitenrubriek bevat doorgaans slechts een paar harde feiten. Het verslag staat wel bol van kwalificaties,

indrukken, prognoses en andere zachte feiten.

Haagse journalisten vertonen bovendien kuddegedrag. Met zijn allen rennen ze achter hetzelfde ‘verhaal’ aan, dat ze hetzelfde inkleuren. Het effect is dat ze de opgaande lijn in de populariteit van een politicus of een partij versterken. Maar zodra een politicus over zijn hoogtepunt heen is, kantelt het verhaal. Dan kiest de pers een negatieve toonzetting en wordt de man of vrouw in interviews keihard aangepakt.

Duidelijke voorbeelden van zo’n cyclus zijn Job Cohen (PvdA) in 2010 en Emile Roemer (SP) in 2012. In de aanloop naar de verkiezingen kregen zij een gunstige pers. Ze werden beschreven als toekomstig premier en charismatisch leider. Cohen kreeg zelfs het aureool van een verlosser. Roemer was gewoon een toffe peer. Maar op een zeker moment vlakte de groei in de populariteit af en waren Cohen in 2010 en Roemer in 2012 pardoes superman af. Opeens kwam Cohen in het nieuws met een fragment uit een televisie-interview waaruit bleek dat hij niet wist hoeveel een pak yoghurt kostte in de supermarkt. Roemer viel door de mand toen hij het eigen verkiezingsprogramma niet van buiten bleek te kennen. Kritiek op hun gebrekkige feitenkennis was natuurlijk terecht, maar het blijft vreemd dat journalisten de lijsttrekkers hier niet in een veel eerdere fase op tackelden.

Ophemelen en afbranden

Het achtereenvolgens ophemelen en afbranden van een politicus vloeit voort uit een logica die alleen media hanteren: ‘Nu is dit het verhaal.’ Om te doen alsof dat proces zich geheel buiten hun toedoen voltrekt, stellen journalisten quasi afstandelijk dat de lijsttrekker ‘te vroeg heeft gepiekt’. Cohen en Roemer kijken daar met de nodige verbittering op terug. Maar ze kunnen zich moeilijk beklagen. Want een politicus die de pers de schuld geeft van zijn aftakeling, is volgens de pers ‘een slecht verliezer’.

Soms lijkt het of de persmuskieten een fractievoorzitter of een minister gewoon even gebruiken. Zij bepalen nu eenmaal wat op een zeker moment het verhaal is. Het ligt in hun macht om het ‘narratieve kader’ te bepalen.

In de zomer van 2013 stonden de voorpagina’s bol van ‘het afluisterschandaal’ bij de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. PvdA-minister Ronald Plasterk mocht in Nieuwsuur komen uitleggen wat er aan de hand was. Hij sloot braaf aan bij de in de media gebruikelijke interpretatie van de gebeurtenissen. Hij verklaarde met grote stelligheid dat de Amerikaanse spionagedienst de telefoongegevens van 1,8 miljoen Nederlandse burgers had ingepikt. ‘Het is onacceptabel dat de Amerikanen zich hier niet aan de Nederlandse wet houden,’ zei de minister die erover ging. Bravo! De daaropvolgende weken speelde Plasterk in de media een heldenrol.

Maar toen bleek opeens dat Plasterk niet op de hoogte was van het reilen en zeilen van de eigen inlichtingendienst. De AIVD had volop met de NSA samengewerkt. Het eerdere vraaggesprek met Plasterk werd uitentreuren herhaald, maar nu met de minister in de rol van onbenul. Typische illustratie van het oude gezegde: de relatie tussen pers en politicus is als die tussen hond en lantaarnpaal.

Journalisten zijn als groep tamelijk rancuneus. Ze begrijpen niet waarom Geert Wilders (PVV) populair blijft. Toen hij in maart zijn ‘minder, minder, minder Marokkanen’-uitspraak deed, leek het moment van de revanche aan te breken. In de PVV ontstond muiterij en Wilders zag zich op een zaterdagmiddag gedwongen een persconferentie te geven. De PVV-leider wist dat hij een moeilijke vragenronde tegemoet ging. Hij begon zijn verklaring met een soort terugblik op zijn loopbaan en het oprichten van de PVV. Dit is de normale introductie van een politicus die de handdoek in de ring gooit. De journalisten reageerden gretig. Nieuws!

Maar opeens kantelde Wilders zijn woorden. Hij zou nooit capituleren. Onder de journalisten ontstond verwarring. Was dit het nou? Een anticlimax. Wilders had de situatie opeens weer in de hand. Hij was vanuit het defensief begonnen, maar bracht zijn ondervragers uit hun evenwicht en koos onmiddellijk een aanvallende toon. Hij beantwoordde nog een paar vragen en maakte resoluut een einde aan de persconferentie. Terwijl hij wegliep, begonnen journalisten afkeurend te sissen.

Er zijn misschien een paar Haagse reporters die in hun eentje macht uitoefenen, doordat ze met het ophemelen of neersabelen van een specifieke politicus een trend kunnen zetten. Maar dat gebeurt niet vaak. De werkelijke Onder de journalisten ontstond verwarring. Was dit het nou? Een anticlimax. Wilders had de situatie opeens weer in de hand. Hij was vanuit het defensief begonnen, maar bracht zijn ondervragers uit hun evenwicht en koos onmiddellijk een aanvallende toon. Hij beantwoordde nog een paar vragen en maakte resoluut een einde aan de persconferentie. Terwijl hij wegliep, begonnen journalisten afkeurend te sissen.
Er zijn misschien een paar Haagse reporters die in hun eentje macht uitoefenen, doordat ze met het ophemelen of neersabelen van een specifieke politicus een trend kunnen zetten. Maar dat gebeurt niet vaak. De werkelijke macht van parlementaire journalisten voltrekt zich als welpenvoetbal. Met z’n allen op een kluitje.

De ingewikkelde besluitvorming in de volksgezondheid wordt bijvoorbeeld versimpeld tot ‘marktwerking in de zorg’. En dat is geen compliment. Marktwerking wordt beschreven als de oorzaak van de voortdurende ellende in de medische sector. Maar ja, minister Edith Schippers is van de VVD en dus dramt ze door in liberale richting.

Voormalig PvdA-leider Wouter Bos – in dit verband een onverdachte bron – wees er laatst in zijn Volkskrant-column op dat ‘het tegenovergestelde beeld ook makkelijk is te schetsen: het Nederlandse systeem blinkt uit door elementen die allesbehalve marktwerking impliceren. Geen verzekeraar is beursgenoteerd en bijna allemaal zijn ze coöperatief georganiseerd.’ Helaas wordt dat beeld (te weinig marktwerking) nooit door de media uitgedragen. Het is te moeilijk, want lezers zijn geconditioneerd op marktwerking als drama. Journalisten denken dat hun lezers, luisteraars of kijkers pas geboeid raken als het scheldwoord ‘marktwerking’ valt. Je kunt ook zeggen dat journalisten weinig of geen moeite durven doen om de nuances van het zorgstelsel te schetsen. Hun beperking groeit uit tot macht, want ze blijven maar hameren op de negatieve kanten van marktwerking. Voor een minister als Schippers, die de sovjet-elementen in het systeem wil terugdringen en onder strikte controle telkens iets meer marktwerking wil toelaten, vormen de journalisten een stevige blokkade. Gaat ze te snel, dan pleegt ze politieke zelfmoord via een botsing met de verzamelde pers.

Ook in kabinetsformaties oefent de journalistenkudde macht uit. In 2010 had de VVD de verkiezingen gewonnen. Mark Rutte ging onderhandelen met de PvdA, D66 en GroenLinks. De Telegraaf begon campagne te voeren tegen zo’n paars kabinet. Rutte zag zich hierdoor gedwongen extra harde eisen te stellen aan de progressieve partijen. De andere kranten schreven dat Rutte het moeilijk zou krijgen, omdat de liberale achterban zich door De Telegraaf marktwerking wil toelaten, vormen de journalisten een stevige blokkade. Gaat ze te snel, dan pleegt ze politieke zelfmoord via een botsing met de verzamelde pers.

Extra harde eisen

Ook in kabinetsformaties oefent de journalistenkudde macht uit. In 2010 had de VVD de verkiezingen gewonnen. Mark Rutte ging onderhandelen met de PvdA, D66 en GroenLinks. De Telegraaf begon campagne te voeren tegen zo’n paars kabinet. Rutte zag zich hierdoor gedwongen extra harde eisen te stellen aan de progressieve partijen. De andere kranten schreven dat Rutte het moeilijk zou krijgen, omdat de liberale achterban zich door De Telegraaf laat opstoken. Maar het was uiteindelijk Cohen die de kabinetsvorming afbrak. Rutte begon vervolgens besprekingen met CDA en PVV over de vorming van een gedoogcoalitie. Wat De Telegraaf kan, dat kunnen wij ook, dachten NRC, Trouw, de Volkskrant en AD. Zij

begonnen een campagne tegen de gedoogcoalitie: VVD en CDA met PVV. Vooral de twijfels in het CDA over de deal met Geert Wilders werden breed uitgemeten. Het beslissende partijcongres in Arnhem werd live uitgezonden. Er werd verslag gedaan alsof het voortbestaan van de nationale beschaving in handen was van het CDA. De eenzijdigheid van die interpretatie werd aan het oog onttrokken doordat de verslaggevers er een spannende wedstrijd van maakten.

Uiteindelijk zei een meerderheid van het CDA ‘ja’ tegen de coalitie. Het kabinet van VVD en CDA, met gedoogsteun van de PVV, kwam er. Maar de media wisten de sfeer in het CDA zo op te fokken, dat partijleider Maxime Verhagen eind 2011 in Elsevier zijn vertrek moest aankondigen. Daarop vertrouwde Wilders de samenwerking met het CDA niet meer. Drie maanden later blies hij het kabinet-Rutte I op, omdat hij in het Catshuisberaad over de bezuinigingen zijn zin niet kreeg. De breuk was nergens voor nodig. De VVD had makkelijk kunnen inschikken. Althans, de VVD zou later dat jaar in een nieuwe kabinetsformatie met de PvdA nog veel meer toegeven.

VVD en PvdA hadden eind oktober 2012 hun Regeerakkoord gereed. Daarin stond het plan voor inkomensafhankelijke zorgpremies. Meteen richtte de politieke pers zijn pijlen op VVD-leider Rutte. Hoe kon hij de eigen achterban zo verraden? De Telegraaf leidde de campagne. Maar ook het NOS Journaal schetste de gevolgen van het zorgplan voor de mensen met een middeninkomen.

VVD-minister Schippers en VVD-fractieleider Halbe Zijlstra dwongen Rutte tot een verandering van het Regeerakkoord. PvdA-leider Diederik Samsom was woedend. Niet op de VVD, maar op de NOS. Hij belde Dominique van der Heyde, het toenmalige politieke weervrouwtje van het NOS Journaal. Ze moest naar zijn werkkamer komen inkomensafhankelijke zorgpremies. Meteen richtte de politieke pers zijn pijlen op VVD-leider Rutte. Hoe kon hij de eigen achterban zo verraden? De Telegraaf leidde de campagne. Maar ook het NOS Journaal schetste de gevolgen van het zorgplan voor de mensen met een middeninkomen.
VVD-minister Schippers en VVD-fractieleider Halbe Zijlstra dwongen Rutte tot een verandering van het Regeerakkoord. PvdA-leider Diederik Samsom was woedend. Niet op de VVD, maar op de NOS. Hij belde Dominique van der Heyde, het toenmalige politieke weervrouwtje van het NOS Journaal. Ze moest naar zijn werkkamer komen en kreeg onder uit de zak. Hoe durfde de NOS zulke tendentieuze informatie naar buiten te brengen? Uit de anekdote over Samsoms boosheid kun je twee tegenovergestelde conclusies trekken. Een linkse partij als de PvdA is zo gewend aan gunstige reportages, dat ze zich geen raad weet indien de Staatsomroep eens een keertje dwarsligt. Of: de macht was PvdA-leider Samsom in de herfst van 2012 naar het hoofd gestegen. Hij dacht warempel dat een lantaarnpaal de hond kon afzeiken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.