juist

De monumentale verwoesting van Syrië

Door René van Rijckevorsel - 22 oktober 2014

In het ‘archeologisch paradijs’ Syrië vernielen de burgeroorlog en de nihilisten van terreurbeweging Islamitische Staat het culture erfgoed. Hoe het er was.

The first casualty when war comes is truth – het eerste slachtoffer als oorlog komt, is de waarheid. Bekende woorden die Hiram Warren Johnson (1866-1945), een beroemde Republikeinse gouverneur en Senator, uitsprak in 1917.

Maar als de oorlog er eenmaal ís en de waarheid uit zicht, zijn militairen en burgers de volgende slachtoffers – en tegelijk veel van wat zij en hun voorvaderen hebben opgebouwd: huizen, godshuizen, steden en andere bouwwerken worden aan puin geschoten, stille getuigen die geen enkel aandeel hadden in de gewapende strijd.

Invloed Syrië

In de gewelddadige oorlog in het gebied rond de Eufraat en de Tigris, heeft het stenen erfgoed al relatief veel te lijden gehad. De meeste landen hebben slechts één of twee plaatsen die van de Verenigde Naties (VN) het stempel ‘werelderfgoed’ kregen. Dan kan er niet veel ouds kapot. Het ‘archeologische paradijs’ Syrië telt echter zes werelderfgoedmonumenten, waaronder Damascus en Aleppo. Dus kan er relatief veel worden verwoest.

‘Als de geboorteplaats van het eerste alfabet en de vroegste dagen van het christendom en de islam, is de invloed van Syrië op de moderne samenleving nauwelijks te overschatten,’ noteerde de VN.

Ridders van de achteruitgang

De oorlog die sinds 2011 woedt in Syrië heeft die cultureel-historische erfenis al grotendeels verwoest. Vaak als gevolg van strijd – raketten over en weer – de laatste tijd ook als gevolg van moedwillige vernieling. De voornaamste verwoesters zijn de ridders van de achteruitgang, de terroristen die zichzelf Islamitische Staat (IS) noemen en afgelopen zomer zelfs een kalifaat hebben uitgeroepen in het door hen veroverde gebied in Syrië en Irak.

In hun morbide propagandablad Dabiq, dat op internet te lezen is, tonen de extremisten in tientallen foto’s hoe zij monumenten, tempels en tombes in de Iraakse stad Mosul en omgeving tot ontploffing brengen of wegbulldozeren (na eerst de waardevolle kunstschatten eruit te hebben geroofd – zo zijn ze ook wel weer).

Zij zien dat als hun plicht. Alles wat naar een tolerante cultuur neigt, moet van deze profeten van het onheil worden vernietigd. Net zoals zij graag christenen, Joden, Jezidi’s en andere aanhangers van een geloof dat ze niet zint, de afgrond van de dood indrijven.

Boeddha’s van Bamyan

De wereld was al in shock toen in maart 2001 de Taliban in Afghanistan de boeddha’s van Bamyan vernietigden – wat nu in Irak en vooral Syrië gebeurt, is een dolksteek in de ziel van iedereen die gevoel heeft voor cultuur en historie.

De puinhopen die in Syrië zijn aangericht – met beelden van voor er na de verwoesting –  ziet u in Elsevier Juist.

Wie weet kan dit erfgoed – waartoe onder meer de Grote Moskee en de Grote Souk in Aleppo, en het Krak des Chevaliers bij Homs behoren – in volle glorie worden hersteld. Laten we ons vastklampen aan de boeddha’s van Bamyan. Die worden inmiddels met man en macht gerestaureerd.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.