natuur

Dodelijke schimmel zorgt voor bijna-uitroeiing Nederlandse es

Door Joppe Gloerich - 26 juni 2017

Het zou zomaar kunnen dat de es, een van de klassiekers in het Nederlandse bos, binnen afzienbare tijd nagenoeg uit het landschap is verdwenen. Zo’n 80 procent van de essen in ons land kampt met essentaksterfte, een schimmelziekte waarvoor vooralsnog geen adequate remedie bestaat. Bij Staatsbosbeheer is het alarmfase 1.

De boosdoener is een schimmel met de omineus klinkende naam ‘vals essenvlieskelkje’. Letterlijk overgewaaid uit Oost-Europa bereikte die indringer, waarvan de zaden tientallen kilometers door de lucht worden gedragen, in de jaren negentig Nederland.

Foto Marco van de Burgwal / Staatsbosbeheer.

De schimmel nestelt zich in de essenbladeren, om vervolgens door te dringen in de takken en uiteindelijk de houtvaten af te knellen. De boom ontbladert, verzwakt, wordt vatbaar voor tal van andere ziekten, en zal ten slotte bezwijken. Bestrijdingsmiddelen om de verspreiding in te dammen helpen niet, en eenmaal besmette bomen zijn ten dode opgeschreven.

Sommige stukken bos zijn al niet meer veilig voor publiek

Op landgoed de Wielewaal, niet ver van Zeewolde, schetst Harrie Hekhuis van Staatsbosbeheer de schaal van het probleem. ‘Ik schat dat maar 10 procent van de tien miljoen essen in Nederland de essentaksterfte overleeft. De rest zal binnen afzienbare tijd doodgaan.’

Vooral in Noord-Nederland gaat het hard. In Groningen moet 200 kilometer aan bosrand worden gekapt, in de rest van het land gaat het de komende jaren om honderden hectaren. Zelfs de eenzame es in park of tuin is volgens Hekhuis niet veilig, al houden die bomen het door hun grootte vaak wat langer uit. In Polen is de es al nagenoeg verdwenen, in Engeland idem dito.

De sterfte onder essen laat onverlet dat zich de laatste decennia een zogenoemde ‘verboming’ voltrekt in Nederland. Halverwege de achttiende eeuw was slechts 2 procent van het land bedekt met bos. In 1950 was dat percentage gestegen naar 7, in 2002 naar 10,6. Naar verwachting is Nederland in 2050 15 procent van Nederland bedekt met bos. Dat heeft alles te maken met wetgeving die voorschrijft dat gekapt bos altijd moet worden vervangen, maar dat een met bomen volgeplant weiland niet hoeft te worden gecompenseerd met ‘leegte’.

In het bos bij de Wielewaal is goed te zien welk slagveld de schimmel aanricht. Veel van de toch al ijle essen hebben nauwelijks nog een bladerkroon, her en der liggen gevelde exemplaren in het gras.

Omwille van de veiligheid zien bosbeheerders zich genoodzaakt om grote stukken bos af te sluiten voor publiek. ‘Je ziet niet altijd hoe ziek een boom is,’ zegt bosbouwkundige Paul Copini, verbonden aan Wageningen University. Sommige half-ontbladerde bomen hangen niettemin vol zaden. ‘Noodbloei,’ legt Copini uit. ‘Een soort laatste poging zich voort te planten voordat de boom sterft.’

Er wordt koortsachtig gezocht naar manieren om de es te redden

Ook automobilisten gaan de essentaksterfte merken: honderden kilometers aan wegen worden omzoomd door essen. Aan Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat de taak om de talrijke zieke exemplaren te kappen voordat ze op de weg vallen.

Naast onttakelde bossen jaagt de essentaksterfte Staatsbosbeheer al met al behoorlijk op kosten. Hekhuis: ‘Bovendien is het hout van de aangetaste bomen van inferieure kwaliteit, en daardoor ongeschikt als zaaghout.’ Veel essen wacht het treurige lot om te worden verwerkt in spaanplaten. Of, erger nog, om te eindigen als brandhout.

Nederland telt zo’n 200 miljoen bomen. Zo’n 5 procent daarvan zijn essen, ofwel 10 miljoen bomen. De eik en de den zijn meest voorkomende soorten in Nederland.

Intussen wordt koortsachtig gezocht naar manieren om totale uitsterfte van de Nederlandse es voorkomen. Gezonde exemplaren krijgen alle ruimte om te bloeien; bij sommige wordt onder gecontroleerde omstandigheden onderzocht of ze resistent zijn. Zo ja, dan is het zaak om de boom zo snel mogelijk te vermeerderen en nieuwe aanplant te regelen.

Hoe schaars gezonde essen inmiddels zijn, bleek in het Roggebotzand. In dat speciaal voor genenonderzoek geplante bos bij Dronten werden welgeteld drie gezonde exemplaren gevonden. Het Wageningse Centrum voor Genetische Bronnen Nederland heeft de hulp van het publiek ingeroepen: wie denkt een gezonde es te hebben waargenomen, kan dat doorgeven via de website essentaksterfte.nu. Het lijkt een oneerlijke strijd, wetende dat elk jaar in juli en augustus een nieuwe wolk valse essenvlieskelkjes neerdaalt over het Nederlandse bosareaal.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.