Rimpelloos genie

Hoe brave Hendrik Lorentz een nationaal icoon werd

Door Joppe Gloerich - 01 november 2019

Hoe kon brave Hendrik Lorentz uitgroeien tot nationaal icoon? Twee biografieën belichten het leven van Nederlands grootste natuurkundige.

Als de meest tot de verbeelding sprekende gebeurtenis in iemands levensverhaal zich afspeelt na diens overlijden, kan dat duiden op een niet al te belangwekkend leven. Zo niet in het geval van Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928), zonder twijfel de grootste Nederlandse natuurkundige aller tijden. Weliswaar beginnen beide recent verschenen Lorentz-biografieën met diens uitvaart, maar het leven dat daaraan voorafging, was wel degelijk zeer betekenisvol.

De keuze voor Lorentz’ begrafenis als openingsscène voor een biografie is begrijpelijk. Hoe vaak is een mensenmassa op de been om een wetenschapper uitgeleide te doen?

Duizenden belangstellenden verzamelden zich die ochtend in februari 1928 in Haarlem om een laatste groet te brengen aan de man die zestien jaar eerder in hun stad was komen wonen.

In een lange reeks rijtuigen volgden politici, vertegenwoordigers van het koningshuis en beroemdheden als Albert Einstein en Marie Curie de lijkkoets naar de Grote- of Sint-Bavokerk. De landelijke telegraafdienst nam 3 minuten stilte in acht. Vanuit Leiden was een ­extra trein gekomen. Hoe kon een wetenschapper – nota bene in de theoretische natuurkunde, welhaast de minst toegankelijke van alle disciplines – zo’n icoon worden?

Hendrik Antoon Lorentz

1853 Geboren in Arnhem

1875 Promotie in natuurkunde, Universiteit Leiden

1878 Hoogleraar in Leiden

1902 Nobelprijs voor natuurkunde, met Pieter Zeeman

1912 Vervroegd emeritaat 1912 Conservator/curator Teylers Stichting, Haarlem

1906-1928 Bestuursfuncties bij onder meer Solvayconferenties, Staatscommissie Zuiderzee, Onderwijsraad, Volkenbond en Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen

1928 Overleden in Haarlem

‘Een goed mens, maar ook weer geen heilige’

Met een kleurrijk karakter had dat in elk geval niets te maken. Zijn verdiensten in de natuurkunde buiten beschouwing latend, was Lorentz wel erg gelijkmatig, zegt Anne Kox (71). De emeritus hoogleraar geschiedenis van de natuurkunde moest voor de biografie Hendrik Antoon Lorentz natuurkundige 1853-1928 moeite doen om ook van de mens achter de wetenschapper een boeiend figuur te maken. Zowel op de universiteit als thuis waren uitingen van emotie schaars. Kox vlooide zesduizend brieven door om het profiel van de fysicus enig reliëf te kunnen geven. ‘Hij was ­natuurlijk briljant, maar verder toch vooral aardig, behulpzaam en geestelijk uitermate stabiel.’

Dat beeld wordt bevestigd door Dirk van Delft, die met Frits Berends het onlangs verschenen Lorentz: gevierd ­fysicus, geboren verzoener schreef. ‘Een goed mens, maar ook weer geen heilige,’ zegt Van Delft (68), bijzonder hoogleraar materieel erfgoed van de natuurwetenschappen en voormalig directeur van Rijksmuseum Boerhaave.

Dat Lorentz niet perfect was, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hij kort voor zijn dood regelde dat het geld in het ­Lorentz-fonds, ingezameld voor wetenschappelijke doeleinden, ook kon worden gebruikt voor het levensonderhoud van zijn nabestaanden. ‘Maar bovenal was het een vriendelijke man, altijd bereid tot een praatje.’

Zo rimpelloos als zijn karakter was, zo opzienbarend was Lorentz in zijn werk. Niets minder dan een wonderkind was de geboren Arnhemmer. Krap vijf jaar na zijn inschrijving als student in Leiden promoveerde hij summa cum laude op een proefschrift over lichtbreking, goeddeels geschreven in de splendid isolation van zijn ouderlijk huis.

Lorentz’ ideeën liggen nog altijd diep verankerd in de natuurkunde

Lorentz in twee biografieën

Het was lang wachten op een biografie van Hendrik Lorentz, maar ineens liggen er zelfs twee, zonder actuele aanleiding of ­jubileum. Nou ja, ineens: emeritus hoog­leraar Anne Kox is al decennia bezig met Lorentz’ correspondentie, die de basis vormde voor zijn overzichtelijke en nuchtere biografie. Geheel in de geest van de hoofdpersoon is er niet al te veel ruimte voor ­sentiment of romantiek.

Anders is dat in het meer dan dubbel zo dikke en razendsnel geschreven boek van Frits Berends en Dirk van Delft. Daarin worden alle hoofd- en zijpaden over de volle lengte bewandeld, inclusief sfeertekeningen, waardoor de biografie het gewicht en karakter van een tijdsdocument heeft.

Als 24-jarige werd Lorentz hoogleraar in Leiden en bekwaamde hij zich verder in het elektromagnetisme, de tak van de natuurkunde van waaruit onder meer wordt verklaard hoe licht zich voortbeweegt. ‘Lorentz slaagde erin het woud van het elektromagnetisme begaanbaar te maken,’ zegt Anne Kox.

Nog altijd liggen Lorentz’ ideeën diep verankerd in de natuurkunde. Ze vormen de basis voor nieuwere vakgebieden als de quantumfysica en de relativiteitstheorie.

Van Delft: ‘Lorentz is de uitvinder van het elektron. Van het simpele idee dat in een molecuul geladen deeltjes zitten.’ Die theorie, benadrukt Van Delft, staat ruim een eeuw later nog recht overeind.

Voor niemand had Einstein meer ontzag dan de brave hoogleraar

Dat een brave hoogleraar met een ingewikkeld specialisme zo veel faam verwierf, kwam voor een belangrijk deel door zijn contact met een beroemdheid als Albert Einstein. Voor niemand had Einstein meer ontzag dan voor zijn Nederlandse leermeester, die in 1902 de Nobelprijs kreeg voor zijn onderzoek naar de invloed van magnetisme op de kleuren van licht.

De tegenpolen – Einstein onstuimig in werk, leven en liefde, Lorentz een burgerlijk gezinshoofd – waren zeer op elkaar gesteld. ‘Ik bewonder deze man als geen ander,’ schreef Einstein. ‘Ik houd van hem.’ Wanneer het maar even kon, kwam Einstein logeren bij zijn mentor – eerst aan de Hooigracht in Leiden, later in de Haarlemse Juliana­straat. Onder het genot van een sigaar bespraken de twee dan de buiging van licht in een zwaartekrachtveld en dat soort zaken, zo is in beide Lorentz-biografieën te lezen. Lorentz’ meesterlijke analyses deden Einstein uit zijn leunstoel oprijzen, dermate gebiologeerd luisterend dat hij vergat om trekjes van zijn sigaar te nemen.

Vrienden en collega’s: Lorentz en Einstein in Genève, 1926. Foto: Smithsonian Institution Archives

Wetenschap moest in de ogen van Lorentz een broederschap zijn

Omdat Lorentz als wetenschapper en als mens boven elke twijfel verheven was, genoot hij ook groot gezag als bestuurder. Hij maakte een overstap naar Haarlem, waar hij het Physisch Kabinet van de Teylers Stichting ging leiden, en wierp zich op als beschermheer van de wetenschappelijke gemeenschap. Die lag door de Eerste Wereldoorlog in stukken uiteen.

 ‘Ik bewonder deze man als geen ander,’ schreef Albert Einstein over Lorentz. ‘Ik houd van hem’

Van Delft: ‘Tot in zijn laatste brief deed Lorentz er alles aan om verzoening tussen landen en individuen tot stand te brengen.’ Als voorzitter van de Solvayconferenties, een geleerd grensoverstijgend genootschap, en als secretaris van de Volkenbond zette Lorentz zich in voor belangen die groter waren dan het zijne.

Wetenschap moest in de ogen van Lorentz een broederschap zijn, ook al stonden landen op voet van oorlog met elkaar. In Nederland wist hij met zijn natuurlijke overwicht een stempel te drukken op de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en de Onderwijsraad.

Lorentz was voorzitter van de Staatscommissie Zuiderzee

Van theoretische natuurkunde krijgt de gemiddelde Nederlander niet direct een warm gevoel. Van de strijd tegen het water des te meer. Een groot vaderlander werd Lorentz – postuum – dan ook pas echt door zijn rol bij de totstandkoming van de Afsluitdijk. ‘Dat was in de ogen van het publiek echt een patriottische kwestie,’ zegt Kox. Een eervolle plicht, noemde Lorentz zijn voorzitterschap van de Staatscommissie Zuiderzee.

Zijn bezigheden voor die functie kostten veel meer tijd dan aanvankelijk gedacht, zegt Van Delft. Acht jaar lang boog Lorentz zich over berekeningen die voorspelden hoe geulen, golfslag en getij zich zouden gedragen bij een dijk tussen Friesland en Noord-Holland. Op het laatste moment bedacht Lorentz de knik die uiteindelijk in de Afsluitdijk kwam.

Millionär-rekenmachine, gebruikt voor uitvoerige berekeningen die voorafgingen aan bouw Afsluitdijk. Foto: Rijksmuseum Boerhaave

De sluiting van de dijk maakt hij niet meer mee. Begin 1928 werd Lorentz getroffen door een huidinfectie die hoge koorts veroorzaakte. In de laatste weken van zijn leven was zijn tanende gezondheid voorpaginanieuws: de krantenkoppen gingen van ‘koorts verminderd’ naar ‘iets minder gunstig’ en ‘zorgwekkend’.

‘Zacht en kalm’ overleed Lorentz ten slotte op 4 februari, 74 jaar oud en alom geliefd. ‘Zijn leven heeft hij ­gestalte gegeven als een kostelijk kunstwerk tot in het kleinste,’ sprak Einstein aan het graf.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.