Verhaal van de week

Corona: hoe bang moeten wij zijn?

11 maart 2020

Hoe RIVM en kabinet trachten het coronavirus in te dammen zonder het land volledig op slot te gooien. Plus: zeven praktische vragen over corona en COVID-19.

In absolute aantallen stelt de corona-epidemie geen fluit voor. Sinds de uitbraak eind december in Wuhan zijn (stand van woensdag 11 maart) ongeveer 120.000 mensen besmet geraakt, van wie er 66.500 zijn genezen en 48.000 op dit moment nog zijn besmet. Ongeveer 4.300 mensen zijn overleden.

In de totale sterftecijfers wereldwijd (dagelijks sterven ongeveer 150.000 mensen) zijn de coronadoden een rimpeling. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie sterven jaarlijks tussen de 300.000 en 650.000 aan de ‘gewone’ griep.

Dat wil niet zeggen dat de door het coronavirus veroorzaakte ziekte COVID-19 kan worden afgedaan als een mild griepje, want er zijn belangrijke verschillen. COVID-19 is, zo lijkt het, een stuk dodelijker dan gewone griep. Als het aantal besmettingen stijgt, groeit het aantal doden dus ook hard. Anders dan bij griep is niemand immuun, is er geen vaccin en is nog heel weinig bekend over medicijnen die kunnen helpen. En misschien wel het belangrijkste: het virus is nieuw. Het lijkt op eerdere coronavirussen, maar is echt anders en plaatst wetenschappers nog voor veel raadsels.

Lees meer over de economische gevolgen van het coronavirus: Coronacrash op beurs, vrees voor recessie

Juist die onzekerheid en het poten­tiële gevaar vertalen zich in economische gevolgen. Die zijn vooralsnog vele malen groter dan de effecten op de volksgezondheid. De aandelenbeurzen verloren al zo’n 20 procent, de groei van de Chinese economie zwakt sterk af, en sectoren als toerisme en luchtvaart worden keihard getroffen. Economen van Rabobank verwachten een halvering van de groei van de wereldeconomie, zelfs als de epidemie zich niet verder uitbreidt.

Fors ingrijpen heeft grote consequenties

Er zijn dan ook goede redenen om terughoudend te zijn. Het is verleidelijk om iedereen met een hoestje te testen en gebieden met opvallend veel besmettingen op slot te doen. Maar fors ingrijpen heeft grote consequenties, niet alleen economische. Het RIVM schat in welke maatregelen op welk moment het effectiefst zijn. Het vergt veel geld, mankracht en tijd om het testnet breed uit te gooien. Dan kan de afweging zijn de energie te richten op het scherp monitoren van de bekende gevallen en op het screenen van mensen met een hoog risicoprofiel, in plaats van lukraak en op basis van vage vermoedens te gaan testen.

Door de richtlijnen te verruimen zijn ook veel meer tests nodig en bestaat de kans dat de meest waarschijnlijke gevallen niet de nodige voorrang krijgen. Ofwel, meer testen kan het tegenovergestelde bereiken van wat je beoogt, namelijk snelle opsporing. Bovendien blijkt steeds dat het virus moeilijk valt vast stellen als iemand (nog) geen symptomen heeft. Te vroeg testen kan dus schijnzekerheid opleveren.

Zeven vragen over het coronavirus en COVID-19

1. Hoe werkt de coronatest?

Met een wattenstaafje wordt slijmvlies uit de neus en keel afgenomen. Dit gebeurt vrij ver achter in de keel en de neus, omdat het virus diep in de longen zit. De wattenstaafjes worden in een reageerbuisje gestopt en naar een laboratorium gestuurd. Ter controle wordt een positieve test herhaald in een tweede laboratorium. Het is niet zinvol om mensen relatief kort na een mogelijke besmetting te testen, omdat dan nog onvoldoende virus in het lichaam aanwezig is.

 

2. Hoe en wanneer kan een patiënt anderen besmetten?

Als patiënten hoesten en niezen, komt het virus via kleine druppels in de lucht. Anderen kunnen besmet raken als zij die druppels inademen of bijvoorbeeld via hun handen in de ogen krijgen. De druppels blijven niet lang in de lucht hangen. Ook vonden wetenschappers levende virale stammen in de ontlasting van patiënten, wat erop zou kunnen wijzen dat het ook zo kan worden verspreid. Maar dat lijkt geen grote rol te spelen. Over de besmettelijkheid tijdens de incubatietijd – de tijd tussen besmetting en ziek worden, een periode van waarschijnlijk twee tot twaalf dagen – was veel onduidelijkheid. Experts gaan ervan uit dat de kans op overdracht erg klein is als er geen symptomen zijn. Maar er zijn ook aanwijzingen dat virusdragers al eerder besmettelijk zijn. In elk geval geldt: hoe zieker een pa­tiënt, hoe meer van het ­virus wordt verspreid.

 

3. Wie moet in quarantaine of isolatie?

Mensen die contact hebben gehad met een coronapatiënt en mogelijk besmet zijn geraakt, moeten in quarantaine. Zij zijn dus niet ziek, maar moeten in afzondering de incubatietijd afwachten om zeker te weten dat zij niet besmettelijk worden voor anderen. Dit kan thuis in een aparte ruimte. Als de incubatietijd is verlopen – voor de zekerheid hanteert het RIVM een periode van twee weken – en zij niet ziek zijn geworden, mogen ze uit quarantaine. Mensen die (mogelijk) ziek zijn, worden in isolatie gehouden om te voorkomen dat zij anderen besmetten. Dit kan thuis of in het ziekenhuis, afhankelijk van de ernst van de klachten.

 

4. Waarom wordt de één ernstig ziek en heeft de ander milde klachten?

Bij de ernst van een infectie speelt onder meer de weerstand van patiënten een belangrijke rol. Bij ouderen functioneert het immuunsysteem vaak wat minder goed, waardoor het niet voldoende of juist te heftig kan reageren op het virus. Zo kan schade ontstaan in de longen, waar het virus het lichaam binnendringt. Een van de symptomen van COVID-19, de ziekte die door dit nieuwe virus wordt veroorzaakt, is dan ook een longontsteking. Ook bij patiënten die andere ziekten hebben of bepaalde medicijnen slikken, kan het immuunsysteem ontregeld zijn of kan het virus in combinatie met de ziekte die zij al hebben, leiden tot ernstige klachten. De meeste anderen hebben milde klachten (hoesten, koorts) en herstellen binnen enkele dagen.

 

5. En die Chinese arts dan?

De Chinese oogarts Li Wenliang – die al vroeg waarschuwde voor het nieuwe virus – overleed door het virus terwijl hij een gezonde man was van 34. Volgens een collega-arts kwam dat mogelijk doordat hij aan een hoge dosis van het virus werd blootgesteld. Hij werd besmet door een patiënt met een hoge viral load, een grote hoeveelheid van het virus in het bloed. Er zijn meer meldingen van Chinese zorgverleners die door het virus overlijden. Volgens experts komt dat niet alleen doordat zij via patiënten aan grote hoeveelheden virus worden blootgesteld, maar zij hebben mogelijk ook een lage weerstand doordat ze overwerkt zijn geraakt in de coronacrisis.

 

6. Wat is het verschil met de griep?

Het gaat om een nieuw virus waartegen, anders dan bij de griep, nog niemand weerstand heeft opgebouwd. Als niks wordt gedaan om verspreiding te voorkomen, kan een groot deel van de bevolking ziek worden. Hoewel dat bij velen slechts zal leiden tot milde klachten, kunnen die toch reden zijn voor ziekmelding op het werk.

Als dat op grote schaal gebeurt, heeft dat maatschappelijke en economische ­gevolgen. Ook is er over het virus nog veel niet bekend, zoals het percentage mensen dat erdoor overlijdt. Dat percentage lijkt ­zeker bij ouderen hoger dan bij griep. ­Mogelijk doordat niemand van jongs af ­afweerstoffen tegen het virus heeft opgebouwd, waardoor COVID-19 vaak ernstiger verloopt. En er is geen vaccin om zwakkeren te beschermen.

 

7. Kunnen patiënten na genezing nog een keer ziek worden van het virus?

Vanuit China komen meldingen van patiënten die opnieuw symptomen hebben. Experts trekken die gevallen in twijfel. Zij denken dat sprake is van patiënten die nog niet genezen waren. Opnieuw ziek worden van eenzelfde virus is in theorie niet erg waarschijnlijk. Het immuunsysteem is na een infectie in staat het virus te herkennen en direct in actie te komen. Ziek word je dan meestal niet meer.

Marieke ten Katen

Vertrouwen gaat grote rol spelen als de maatregelen ingrijpender worden

Dat neemt niet weg dat er individuele gevallen opduiken die te denken geven. In Medisch Contact beschreef een Nederlandse dermatoloog dat hij na een bespreking met internationale collega’s in München koorts kreeg. Hij wist inmiddels dat een Italiaanse collega in het gezelschap positief was getest op het virus. Dat werd hem nota bene door de GGD verteld. Diezelfde GGD vond het niet nodig om de dermatoloog te testen, ook al hadden inmiddels vijf anderen uit het gezelschap het virus. Hij besloot zelf om niet te gaan werken in het ziekenhuis. Later bood de GGD alsnog aan om te testen en bleek de man inderdaad positief.

De reden dat hij niet was getest, is dat de man toen hij zich meldde geen symptomen (meer) had, en een laag risicoprofiel. Dat is nog steeds de lijn die het RIVM hanteert. En die lijn is ook verstandig, maar er moet ruimte zijn om in individuele gevallen van het protocol af te wijken of het aan te passen. Omdat er toch voldoende aanleiding is om een test te doen en het vertrouwen in de algehele aanpak overeind te houden.

 Massale isolatie vergt bereidheid bij de bevolking zonder tegenstribbelen de aanwijzingen van instanties op te volgen

Dat vertrouwen gaat een grotere rol spelen als de maatregelen ingrijpender worden. Extra de handen wassen of een boks in plaats van handen schudden, vindt niemand een probleem. Maar massale isolatie, zoals in Italië, vergt bereidheid bij de bevolking om snel en zonder tegenstribbelen de aanwijzingen van instanties op te volgen.

Toch kans op besmetting voordat symptomen zich aandienen?

Tegelijk is het te hopen dat achter de luchtige toon van premier Mark Rutte het besef heerst bij het kabinet dat veel ingrijpender stappen nodig kunnen zijn. Want de ontwikkelingen gaan razendsnel. Zo melden onderzoekers in een (nog niet gepubliceerd) artikel dat er wel degelijk aanzienlijke kans is op besmetting voordat iemand symptomen heeft.

Het voorbeeld van Italië laat zien dat als je iets te lang wacht met kordaat optreden, je van het ene op het andere moment hopeloos achter de feiten aanloopt.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Sommige landen lijken oases te midden van coronahaarden

Een complicerende factor in de ontwikkeling van de epidemie is dat de bestrijding ervan afhankelijk is van de medewerking en openheid van alle landen. Opmerkelijk is dat sommige landen oases lijken te midden van coronahaarden. Zo zijn er geen of nauwelijks gevallen gemeld in India en Indonesië, en ook Turkije is schijnbaar virusvrij, terwijl omringende landen wel met uitbraken kampen. Zeer onwaarschijnlijk is dat er daar geen gevallen zijn. Het gevaar van een dergelijke struisvogelpolitiek, een beetje zoals in de begindagen van de epidemie in Wuhan, is dat maatregelen uitblijven tot er al veel tijd verloren is gegaan.

 Dat de corona-epidemie een gevolg is van de mondialisering is een valse voorstelling van zaken

In diverse media klonk afgelopen week de boodschap dat de corona-epidemie een gevolg is van de mondialisering, nu massa’s mensen zich in een mum van tijd van de ene hoek van de wereld naar de andere verplaatsen en er op grote schaal met dieren wordt gesleept. Toch is dat een valse voorstelling van zaken.

Zeker is dat de explosieve groei van het verkeer en transport het makkelijker maakt voor een virus om zich te verspreiden. Maar de pest in de Middeleeuwen en de Spaanse griep begin twintigste eeuw woedden in een wereld die weinig intercontinentaal verkeer kende.

Lees alle artikelen over de uitbraak van het coronavirus in ons dossier

De gegroeide welvaart maakte bovendien veel meer wetenschappelijk onderzoek mogelijk, en in een gemondialiseerde wereld is het veel makkelijker om kennis te delen. Juist die accurate, snel beschikbare data zijn cruciaal voor het bepalen van de juiste aanpak en voor het ontwikkelen van een mogelijk vaccin en medicijnen tegen de ziekte. Tot die tijd is het alle hens aan dek om het virus in te dammen en de gevolgen ervan te beperken.

De corona-epidemie is als een rit langs een afgrond. Onder normale omstandigheden is dat niet gevaarlijk, maar nu is de weg glad en ontbreekt her en der de vangrail. Dus handen aan het stuur, snelheid minderen, de borden volgen, en hopen dat er niet te veel brokkenpiloten rijden.

Een medewerker van een laboratorium in Rossendaal voert een test uit op zoek naar mogelijke besmetting met het coronavirus. Foto: Rob Engelaar/EPA/ANP
Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.