Eendenkooi Premium Corner

Eendenkooi: bijzonder cultuur-historisch fenomeen wordt bedreigd

18 juni 2020

Familienamen als Kooyker, Kooistra en Kooijman zijn overblijfselen uit de tijd dat er in Nederland nog duizend of meer eendenkooien waren. Inmiddels zijn de kooien bijna een bedreigde diersoort geworden. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft ze onlangs geïnventariseerd en er tweehonderd op de digitale Kaart Groen Erfgoed gezet. Daarvan zijn er nog maar een stuk of zestig in gebruik om eenden te vangen, oorspronkelijk om ze op te eten.

Vanaf de grond zijn ze lastig te herkennen. Hoogstens valt op dat ergens in een weiland een rechthoekig bos staat. Vanuit de lucht en op Google Maps zijn ze wel goed te zien. Bij Spang op Texel (zie onder), ten zuidoosten van Haarlem, in de buurt van Borculo – overal zie je een rechthoekige plas, omgeven door hoge bomen, met op de vier hoeken lange, smalle en licht gebogen uitlopers.

Uitvinding uit de Lage Landen

Diverse uitdrukkingen hebben te maken met de eendenkooi:

  • de pijp uitgaan
  • de nek omdraaien
  • een kijkje achter de schermen
  • een graantje meepikken
  • een vreemde eend in de bijt

De eendenkooi geldt als een uitvinding uit de Lage Landen. De vroegste vermeldingen stammen uit de veertiende eeuw, de oudste nu nog bekende dateert uit 1314 en is die van kasteel Marnix de Sainte-Aldegonde bij het Belgische Bornem. Daarvoor gebeurde de vangst met behulp van haviken of valken. Ook werden eenden gevangen in het voorjaar, als ze in de rui waren, hun oude veren afwierpen en enkele weken niet konden vliegen. Dat gebeurde aan rivieren door ze op te jagen naar een doodlopende sloot die was overdekt met een net. Deze methode moet iemand op het idee hebben gebracht om de eenden op een vergelijkbare manier ook in het najaar te vangen, als ze kwamen overwinteren.

RijksmonumentZes eendenkooien hebben de status van rijksmonument: Lexmond, Haarzuilens en Maarsbergen in Utrecht, Hornhuizen en Vierhuizen in Groningen, en Veenklooster in Friesland.

Een eendenkooi heeft in het midden een grote plas, de kooiplas. Op de vier hoeken zijn doodlopende sloten gegraven, de vangpijpen. Ze zijn overkapt met beugels, vaak van wilgenhout, waarover een net is gespannen. Aan het einde van de steeds smaller en lager wordende pijp is een vanghokje dat kan worden afgesloten door een houten luikje neer te laten. Langs de vangpijpen staan schermen, zodat de wilde eenden de kooiker niet kunnen zien. Aangezien het vangen in alle rust moet gebeuren, is de plas omgeven door een klein bos.

De wilde eenden worden naar de plas gelokt door de stalgroep, een groep eenden die de kooiker ‘tam’ heeft gemaakt door ze eten te geven in de vorm van graan. ’s Avonds trekt de groep erop uit, ontmoet wilde eenden en ‘verleidt’ die om de volgende ochtend ook naar de plas te komen.

Laden…

Word abonnee en lees direct verder

Al vanaf 8 euro per maand leest u onbeperkt alle edities en artikelen van Elsevier Weekblad. Bekijk onze abonnementen.

Verder lezen?

U hebt momenteel geen geldig abonnement. Wilt u onbeperkt alle artikelen en edities van Elsevier Weekblad blijven lezen? Bekijk dan onze abonnementen.

Word abonnee

Er ging iets fout

Uw sessie is verlopen

Wilt u opnieuw

Premium Corner
Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.