kennis

De Europese Unie opent de jacht op internetgigant Google

Door Michiel Dijkstra - 13 december 2014

Google zou te dominant zijn, dus probeert Europa het Amerikaanse internetbedrijf aan te pakken. Op de achtergrond spelen belangen van uitgevers, concurrenten en nog veel meer.

Google is populair in Europa: negen van de tien zoekopdrachten worden er uitgevoerd door het in Mountain View, Californië, gevestigde bedrijf. In de Verenigde Staten geldt dat voor zes van de tien zoekopdrachten. Onder toezichthouders, politici en partijen met gevestigde belangen in Europa is Google aanzienlijk minder geliefd.

Opdringen

De internetgigant ligt al jaren onder een vergrootglas bij het directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Commissie. De centrale vraag: maakt Google misbruik van de dominante positie van zijn zoekmachine om andere diensten zoals Google Maps op te dringen? Dan worden andere aanbieders van kaartensoftware weggeconcurreerd.

Ook op andere niveaus hebben Europese instituties het concern in het vizier. Denk aan het recht om vergeten te worden, dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU) in mei introduceerde. Google moet op verzoek onwelgevallige zoekresultaten verwijderen. De EU onderzoekt ook mogelijkheden om Google en andere internetbedrijven meer belasting te laten betalen.

Eind november riep het Europees Parlement, dat overigens geen enkele wetgevende macht heeft, op om Google te splitsen in een zoekmachine en een concern voor de overige activiteiten: e-mail, cloudopslag, Google Maps en verder.

Meer dan alleen argwaan

In de Verenigde Staten heeft Google lang niet zo veel te schaften met wetgevende instanties. Beziet Europa terecht de macht van de zoekmachine met argwaan? Of speelt er meer?

Vooropstaat: Google is ontegenzeggelijk dominant. Het bedrijf harkt in zijn eentje ruim eenderde binnen van al het geld dat wordt uitgegeven aan advertenties op internet. De gigantische winst die het bedrijf daarmee behaalt –omgerekend ruim 10 miljard euro in 2013 – wordt gebruikt om nieuwe activiteiten op te zetten, veelal met succes.

Zo ontstaat een moloch waarvan de activiteiten een steeds groter deel van het internet omspannen: e-mail (Gmail), navigatiediensten (Google Maps), tekst- en spreadsheetsoftware en clouddiensten (Google Drive), een videowebsite (YouTube), een smartphone-besturingssysteem (Android) en ga zo maar door.

En wat te denken van de enorme hoeveelheid data die Google over zijn klanten opslaat? Het bedrijf heeft een immense verzameling gegevens over u, zoals een overzicht van alle zoekopdrachten die u ooit hebt ingevoerd en alle filmpjes die u bekeek op YouTube. Hebt u een e-mailadres van Google, dan kunt u zien welke informatie Google over u heeft.

Niet dat Europa zich over die zaken druk maakt. Het conflict tussen Google en Europese landen, vooral Duitsland en Frankrijk, heeft meer weg van een machtsstrijd met elk zijn eigen belang.

Bang

In Duitsland komt de druk op Google vanuit de uitgeverijen, die geld mislopen. Vooral het machtige uitgeefconcern Axel Springer, dat onder meer de boulevardkrant Bilduitgeeft, protesteerde hevig en succesvol tegen het feit dat Google delen van zijn artikelen op eigen websites plaatst.

CEO Mathias Döpfner zei in een open brief in Frankfurter Allgemeine Zeitung ‘bang’ te zijn voor de dominantie van Google. Hij vergeleek de wijze waarop Google met zijn internetdata omgaat met de manier waarop Fafner, de reus in Wagners opera Der Ring des Nibelungen,zijn schat bewaakt. Fafner wordt daarin zo verteerd door gierigheid en achterdocht dat hij in een draak verandert.

Opmerkelijk: een van de initiatiefnemers van de oproep in het Europees Parlement tot splitsing van Google, de Duitser Andreas Schwab, is verbonden aan een advocatenkantoor dat in de mededingingszaak tegen Google de belangen van de Duitse uitgevers vertegenwoordigt. Zulke vormen van belangenverstrengeling zijn in veel parlementen verboden, maar niet in het Europese.

In Duitsland wordt ook met achterdocht gekeken naar de grote Amerikaanse internetbedrijven omdat die een steeds groter deel van de dienstverlening op internet op zich nemen. In Frankrijk geldt dat nog sterker. Daar hebben ze al de afkorting ‘GAFA’ bedacht, naar de beginletters van de bedrijfsnamen Google, Amazon, Facebook en Apple.

De Franse overheid acht de functie die deze ondernemingen –vooral Google – vervullen te belangrijk om aan het bedrijfsleven over te laten. Frankrijk speelde al eens met het idee van een belasting op internet – de ‘Google-taks’ en ijvert er nu in Europa voor om de internetondernemingen te reguleren als nutsbedrijven.

Irrationeel en defensief

Er speelt meer. In september zei de inmiddels afgezwaaide eurocommissaris voor Mededinging Joaquín Almunia dat er immense politieke druk op zijn directoraat-generaal stond om de macht van Google verder te onderzoeken. De houding van Europese politici tegenover Google, die volgens Almunia ‘irrationeel’ en ‘defensief’ is, komt voort uit de angst dat Europa’s internetbedrijven achterblijven bij de Amerikanen, aldus de Spanjaard.

Concurrenten van Google spelen slim in op het anti-Google-sentiment in Europa. In het bijzonder Microsoft, dat zelf in de jaren negentig onderwerp was van een grote Europese mededingingszaak wegens de dominante rol van zijn webbrowser Internet Explorer. Ze lobbyen driftig om instituties ertoe te bewegen de zoekmachinegigant aan te pakken. Maar dat Google nog altijd ongekend populair is bij consumenten, daaraan heeft nog niemand in Europa wat kunnen veranderen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.