kennis

Verkoudheid: wat te doen tegen de kampioen onder de kwaaltjes?

Door Pim Brasser - 02 januari 2015

Verkoudheid en griep worden vaak verward, maar verschillen sterk. Gemiddeld hebben we vijf keer per jaar last van verkoudheid, de kampioen onder de kwaaltjes – maar ook onder de fabeltjes. Wat je er wel en niet tegen kunt doen.

‘Het heerst hè,’ hoor je vaak als je in de wintermaanden een keer niest. Maar verkoudheid lijkt altijd wel te heersen. Niet zo vreemd: een volwassene wordt gemiddeld twee tot vijf keer per jaar verkouden, een kind zelfs zes tot tien keer. Dat gebeurt meestal in de herfst en de winter.

Uit onderzoek aan de Universiteit van Yale bleek onlangs dat verkoudheidsvirussen, zoals al langer bekend, niet alleen effectiever zijn bij koud weer, maar ook dat het lichaam bij lagere temperatuur minder afweerreacties ontwikkelt. Het virus heeft bij lagere temperaturen dus betere kansen.

Hand voor de mond

Verkoudheid wordt meestal veroorzaakt door het rhinovirus, waarvan meer dan honderd soorten bestaan. Na een besmetting wordt de zieke resistent voor het specifieke virus, maar dit helpt slechts kortstondig omdat het ­rhinovirus snel muteert.

De reden dat het vooral in de herfst en de winter voorkomt, is dat in die ­periode grote groepen mensen na de zomer- of kerstvakantie weer bijeenkomen en elkaar aansteken met nieuw gevormde virussen.

Wie verkouden is, kan iemand aansteken als hij net heeft geniesd met de hand voor de mond en daarna een ander een hand geeft, of iets aanraakt wat vervolgens ook door anderen wordt aangeraakt, zoals een deurklink. Wie het virus bij zich draagt, kan ­anderen ook aansteken via vochtdruppeltjes die hij uitademt en die door anderen worden ingeademd.

Zakdoek

Bij niezen of hoesten komen ongeveer drieduizend vochtdruppeltjes in de lucht terecht die bijna twintigduizend virussen kunnen bevatten. De besmettingskans is groter in slecht geventileerde ruimtes waar mensen dicht op elkaar zitten, zoals een kantoor, school of trein.

Verkoudheid voorkomen is lastig. De Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied raadt aan om zoveel mogelijk uit de buurt te blijven van mensen die verkouden zijn. Wie verkouden is, kan het beste in een zakdoek hoesten en niezen, en vaak zijn handen wassen.

Als je pech hebt, komt het virus toch via de neus binnen, en wordt het met het slijm meegevoerd naar de neuskeelholte. Daar begint de verkoudheid vaak, want het slijmvlies is daar extra vatbaar voor virussen.
Vanuit de neuskeelholte verspreidt het virus zich naar de neus en de keel, wat de bekende verschijnselen veroorzaakt: een verstopte neus, niezen, hoesten en soms keel- en hoofdpijn. De stembanden kunnen ontstoken raken, wat leidt tot heesheid of zelfs tot het ‘kwijtraken’ van de stem.

Koorts

Verkoudheid en griep worden vaak verward, maar ze zijn vrij goed uit elkaar te houden doordat de ziekteverschijnselen van griep ernstiger zijn. Bij hoge koorts – boven de 38,5 graden Celsius – is meestal geen sprake van verkoudheid, maar van griep. Griep wordt veroorzaakt door het gevaarlijkere influenzavirus, wat meestal snel opkomende koorts, hoofd- en spierpijn tot gevolg heeft.

Verkoudheid is bovendien niet gevaarlijk, terwijl mensen die al zwak zijn, aan griep kunnen overlijden. Bij verkoudheid zijn medicijnen dan ook niet nodig, al kunnen neusdruppels met zout water het geheel wat draaglijker maken. Die neusdruppels zijn kant-en-klaar te koop, maar zijn ook gemakkelijk zelf te maken door een thee­lepel zout op te lossen in een glas lauw water en het geheel met een pipetje toe te dienen.

Otrivin

Een ander middel is xylometazoline, beter bekend onder de merknaam Otrivin. Het doet het slijmvlies slinken, zodat door de neus ademen wat makkelijker wordt. Het wordt aanbevolen om Otrivin maximaal drie keer per dag en niet langer dan een week te gebruiken, anders kan het slijmvlies beschadigen, terwijl het onmisbaar is om de neusholte vochtig te houden.

Verkoudheid gaat vanzelf over. Het adagium luidt dan ook: als je aspirine neemt, is het na een week over. Doe je niets, dan heb je er ­zeven dagen last van.

Elsevier 71ste jaargang, nummer 2, 10 januari

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.