kennis

Rathenau-directeur Melanie Peters: ‘Gevoelens zijn ook feiten’

Door Gerry van der List - 23 maart 2015

Van schaliegas tot robots: de nieuwe directeur van het Rathenau Instituut Melanie Peters houdt zich bezig met fascinerende onderwerpen.

Het was een nogal gênante bedoening. Toen Anouchka van Miltenburg in oktober vorig jaar een onderzoeksrapport over ICT in ontvangst nam, bekende de voorzitter van de Tweede Kamer dat ze eerst even had moeten googelen om de betekenis van deze afkorting te achterhalen.

Achteraf liet de VVD’er weten een grapje te hebben willen maken, maar de aanwezige ICT’ers in de zaal zagen hun ergste vermoedens over de onwetendheid van politici bevestigd. Het werd er niet beter op toen haar partijgenoot Ton Elias, die het rapport in zijn hoedanigheid van commissievoorzitter aanbood, niet bleek te weten wat een IP-adres is.

Melanie Peters glimlacht even als ze wordt herinnerd aan deze uitglijders. ‘In bepaalde kringen bestaat een zekere technofobie,’ zegt de kersverse directeur van het Rathenau Insitituut. ‘Dat zie ik ook in de politiek. Een soort angst en onbegrip voor techniek.’

Volle aandacht

Het instituut van Peters probeert al 29 jaar de onwetendheid te verkleinen en met studies en debatten het inzicht te vergroten in technologische ontwikkelingen. ‘Wij moeten voor de troepen uit lopen door ons bezig te houden met dingen die in de pijplijn zitten,’ zegt de directeur. ‘Maar zolang ze in de pijplijn zitten, wordt het belang ervan voor de samenleving vaak niet goed beseft.’

Het werkterrein van directie en medewerkers van het Haagse instituut is omvangrijk. De onderwerpen zijn fascinerend en gevarieerd. Van de handel in nieren tot synthetische biologie, van schaliegas tot nanotechnologie, van klimaat-engineering tot regionale innovatie. Soms krijgt een bestudeerd onderwerp ineens de volle aandacht, zoals gebeurde bij de robots.

PvdA-minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher bevorderde ruim een half jaar geleden de discussie door te waarschuwen voor het verdwijnen van banen ten gevolge van robotisering van arbeid. Een zekere technofobie zie je inderdaad op de hoogste politieke niveaus.

Onder de huid

Ogenschijnlijk kleine technische nieuwigheden kunnen verregaande implicaties hebben. Peters toont haar mobiele telefoon, waarop bij aankoop al een stappenteller bleek te zitten. Dit is een voorbeeld van wat het Rathenau Instituut ‘intieme technologie’ noemt – technologie die steeds verder de persoonlijke levenssfeer binnendringt en als het ware onder de huid kruipt.

Zulke biologische data kunnen ongetwijfeld nuttige inzichten bieden. Maar steeds meer bedrijven en instanties verzamelen dergelijke gegevens, zodat er, zoals twee Rathenau-onderzoekers onlangs schreven, een soort ‘handel in hartslag en bloeddruk’ kan ontstaan. Dit vormt een potentieel gevaar voor de privacy van burgers.

Zeurpiet

In het interessante tv-programma Sleutelen aan de mens brengt Paul Witteman de laatste ontwikkelingen op het gebied van de bionische mens in beeld. In elke aflevering komt een ethicus aan het woord, door de presentator met enige ironie een ‘profes­sionele zeurpiet’ genoemd. Speelt het Rathenau Instituut een soortgelijke rol?

Peters: ‘Nou, zeurpiet vind ik niet zo’n vleiende benaming. Wij beperken ons ook niet tot morele kanttekeningen. Wij willen alle kanten van nieuwe technologie belichten met het oog op de doelen die wij ons als samenleving hebben gesteld.

We bekijken of ontwikkelingen passen binnen de juridische kaders, hoe ze het best praktisch in goede banen kunnen worden geleid, wat de verwachte kosten en gevolgen zijn, enzovoorts. Politici en burgers zo verantwoord en goed geïnformeerd mogelijk keuzes laten maken – daar gaat het ons om.’

Bij het informeren over wetenschappelijke vorderingen bestaat allicht de neiging om op de stoel van volksvertegenwoordigers en bewindslieden plaats te nemen. Zo ontpoppen klimaatwetenschappers zich geregeld als politiek activisten. En de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) publiceert aan de lopende band politieke adviezen die meer zeggen over de overtuigingen van de auteurs dan over hun wetenschappelijke bronnen.

Het Rathenau Instituut past voor een dergelijke vorm van politiek bedrijven. Het tracht zo neutraal en genuanceerd mogelijk voorlichting te verschaffen.

Beperkt effect

Bij het verspreiden van informatie is Peters zich ervan bewust dat feiten niet altijd voor zich spreken. Zo bestaat er bij delen van de bevolking vrees voor straling van mobiele telefoons en zendmasten, waarop resultaten van onderzoeksrapporten praktisch geen invloed hebben.

‘Als er echt sterke emoties in het spel zijn, heeft de overdracht van kennis maar een beperkt effect. “Feeling is fact” zeggen ze. Feiten zijn ook gevoelens. En daar moet je rekening mee houden. Wij zijn niet alleen van de kennis, maar ook van de concerns, van de zorgen die mensen hebben. We zoeken steeds naar common ground, naar consensus. Een wetenschappelijk poldermodel? Misschien wel, ja.’

Peters werkte bij Shell na de Brent Spar-affaire. De multinational wilde een olieplatform afzinken, wat volgens Greenpeace ernstige schade aan het milieu zou toebrengen. De milieuorganisatie baseerde haar campagne op foutieve informatie, maar voor Shell was er toch aanleiding de koers te verleggen. ‘Intern hebben we toen geconstateerd dat we te veel in ons zelf gekeerd waren en geen gunstig imago hadden. Daarna is geprobeerd het vertrouwen van consumenten terug te winnen.’

Ferme uitspraken

Melanie Peters lijkt een ordelijke en ordentelijke geest, die eerst wat gegevens over de interviewer en het door hem vertegenwoordigde medium in een schriftje noteert voordat ze aan het gesprek wil beginnen. Ze houdt zich ook wat meer op de vlakte dan haar voorganger Jan Staman, een naar eigen zeggen enigszins botte Tukker die voordat hij van zijn pen­sioen ging genieten nog enige ferme uitspraken deed.

Zo leverde hij forse kritiek op universiteiten, die zich te veel achter een academische muur zouden hebben teruggetrokken en, door fundamenteel onderzoek heilig te verklaren, te weinig oog zouden hebben voor de maatschappelijke relevantie van hun werk.

Zulke stoere taal valt niet snel uit de mond van Peters op te tekenen. ‘Maar ik begrijp de hartekreet van Staman. Het zou geen kwaad kunnen als wetenschappers meer zouden samenwerken met de samenleving. De universiteit kan een stuk maatschappelijker.’

Wat wellicht ook helpt, is het van overheidswege uittrekken van meer geld voor onderzoek. Want scoort Nederland niet bedroevend slecht qua uitgaven voor R&D?

Peters knikt voorzichtig. ‘Nederland is inderdaad geen koploper. En uit onze cijfers blijkt dat wetenschappelijke instituten als TNO en RIVM minder geld gaan krijgen. Terwijl zij nuttige kennis produceren. Maar ja, de politici kiezen nu eenmaal voor bezuinigingen.’

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.