kennis

Wat te doen met ouders die hun kind niet laten inenten?

Door Simon Rozendaal - 17 april 2015

Ouders in Australië, die hun kinderen niet laten inenten krijgen volgend jaar geen kinderbijslag meer. Ook wij hadden een stok achter de deur: geen pokkenbriefje, niet naar school!

De Australische premier Tony Abbott wil dat ouders die hun kinderen niet laten inenten, met ingang van 2016 geen kinderbijslag meer krijgen. Hij vindt dat die ouders de volks­gezondheid bedreigen en dus niet mogen worden gesteund door de belastingbetaler.

In wetenschappelijk opzicht heeft hij gelijk. Vaccinatie is tegenwoordig extreem veilig en zelfs de ogenschijnlijk ongevaarlijke kinderziekte mazelen eiste in 2010 wereldwijd nog 139.000 doden. Vóór 1980, toen er nog geen vaccin was, waren het er 2,6 miljoen. Elk jaar opnieuw.

Daarnaast kunnen zogenaamd onschuldige virussen en bacteriën flinke schade veroorzaken. Prinses Christina liep haar oogafwijking op toen koningin Juliana tijdens de zwangerschap besmet raakte met rode hond. De prik hiertegen kwam er pas in 1963.

Ouders voeren allerlei argumenten aan om hun kinderen niet in te enten. Gelovigen menen dat alleen God over leven en dood gaat. Libertariërs zijn tegen verplichtingen door de staat. Antroposofen vinden dat het gezond is om ziek te zijn. Kritische prikkers zeggen dat wetenschappers worden betaald door de farmaceutische industrie. Complotdenkers menen dat er buitenaardse wezens achter de vaccinaties zitten.

Ironie

Welke pseudowetenschap de ‘antivaxxies’ ook aanroepen, ze stellen niet alleen hun eigen kroost aan serieuze gevaren bloot, maar ook de kinderen van hun buren. De ironie wil dat zij op hun beurt profiteren van het feit dat de buren zich wel laten inenten.

Als maar genoeg mensen zich laten inenten, kan een ziekteverwekker zich niet in een populatie handhaven en zijn dus ook de anti­prikkers beschermd. Vooral antroposofen en homeopaten profiteren van deze zogeheten kudde-immuniteit, omdat ze doorgaans in stedelijke gebieden wonen waar de vaccinatiegraad bijna 100 procent is.

Daardoor worden die ouders ook nog eens in hun dwaalleer bevestigd. Zie je wel, mijn kinderen gaan niet dood, dus waarom zou je je laten inenten?

In zekere zin zijn die ouders zwartrijders: ze rijden mee op een bus waarvoor ze geen kaartje hebben gekocht. Er is dus best iets te zeggen voor enige maatschappelijke druk op die ouders om zich socialer op te stellen, maar Australië gaat daarin wel erg ver.

Pokkenbriefje

Een andere aanpak is om kinderen die niet zijn gevaccineerd, de toegang tot crèche of basisschool te ontzeggen. In Nederland heeft deze methode een interessante geschiedenis.

Sinds 1823 mochten kinderen pas naar school als ze in bezit waren van een bewijs van inenting, een zogeheten pokkenbriefje. Dat leidde tot verhitte debatten. Die waren destijds overigens meer op hun plaats dan nu: het pokkenvaccin kende nog relatief veel bijwerkingen.

In 1857 werd de verplichting afgeschaft onder druk van de christelijke politieke partijen. Tussen 1871 en 1873 kwam er een pokkenepidemie, waarbij 23.000 mensen stierven en dus werd in 1872 het pokkenbriefje weer ingevoerd.

In 1928 verdween het definitief. Natuurlijk steeg toen het aantal pokkengevallen opnieuw. In 1939 kwam er vervolgens de Inentingswet. Daarbij verplichtte de overheid haar onderdanen alweer om hun kinderen te laten inenten. Wel werd dit keer rekening gehouden met mensen die principiële bezwaren hadden.

Pokkenvrij

Wie zijn kinderen niet tegen de pokken wilde laten inenten, moest proberen de burgemeester te overtuigen en kon aldus een ontheffing krijgen – eigenlijk een omgekeerd pokkenbriefje. Deze wet bleef van kracht tot 1975, vlak voor de Wereldgezondheidsorganisatie vaststelde dat de wereld pokkenvrij was. Dankzij het pokkenvaccin.

Dat is de ironie van wat de vaccinatieparadox wordt genoemd. Omdat vaccinaties in het verleden zo succesvol waren, zijn infectieziekten niet meer zo zichtbaar en meent een groeiend aantal  mensen zonder te kunnen.

Elsevier nummer 17, 25 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.