kennis

De Nederlandse boer loopt voorop in innovatie

Door Simon Rozendaal - 07 mei 2015

Niet alleen in Silicon Valley zitten bollebozen. Bij u in de buurt werken mensen die net zo slim zijn. Deze boeren hebben hun opbrengst weten te verveelvoudigen. Om in de toekomst 2 miljard extra monden te voeden, is hun vernuft hard nodig.

Detmer Wage kijkt om zich heen. Hij babbelt met zijn gast, hij krabt in zijn krullen, hij leunt achterover, hij onderdrukt een geeuw, hij neemt een slokje koffie met melk en suiker, hij loert naar de wolken. Ogenschijnlijk niks bijzonders dus. Toch wel.

Want aardappelboer Wage (38) bevindt zich midden in wat een behoorlijk hectische periode zou moeten zijn. Hij zit in zijn trekker en de pootaardappelen gaan de grond in. Die moeten vervolgens binnen enkele maanden uitgroeien tot een heuse plant met een veelvoud aan aardappelen.

Voor iemand die geld verdient met aardappelen is de poottijd dus cruciaal. Het kan het verschil uitmaken tussen succes en falen. En dus zou Detmer Wage al zijn energie en oplettendheid nodig moeten hebben. Toch kan hij het zich veroorloven om te lummelen.

Navigatie

Zijn trekker doet immers alles vanzelf. Er zit allereerst satellietnavigatie in. Niet zo’n tomtommetje als in uw auto, met een nauwkeurigheid van 5 tot 10 meter. Nee, de navigatie van Wage kijkt een paar honderd maal zo scherp, zijn trekker rijdt tot op 2 centimeter nauwkeurig en slaat die informatie ook nog eens op in het geheugen zodat in de toekomst exact dezelfde route kan worden gevolgd.

We bevinden ons nabij de grens tussen Groningen en Duitsland. De trekker trekt een kaarsrechte voor op een kale akker, en Wage, vierde generatie boer, werpt een blik op de beeldschermen. Op het ene ziet hij hoe uit de kar achter de trekker de pootaardappelen op 30,5 centimeter afstand van elkaar de grond ingaan. Op het andere of de satelliet hem niet in de steek laat.

Boven op de trekker bevindt zich een witte boog. Daarin zit een infraroodcamera die van elk plantje kan meten hoe het er mee staat en of deze ene misschien wat extra stikstofmest of een aai over de bol nodig heeft.

De resultaten daarvan worden weergegeven op weer twee andere beeldschermen. Omdat zijn land nu nog onbegroeid is, heeft Wage die even verwijderd. ‘Ik moet ook op de gewone weg rijden en het zicht is met vier beeldschermen een stuk minder.’

Terwijl de pootaardappelen nog steeds op de millimeter nauwkeurig in de veenkoloniale klei zakken, vertelt Wage – tevens een niet onverdienstelijk tennisser – dat hij over enkele weken zijn eerste drone krijgt.

Dan kan hij vanuit de lucht in de gaten houden of zijn planten worden geattaqueerd door een schimmel, bacterie of virus en of er ergens op de akker misschien wat extra beregening of voeding nodig is. En dat alles zonder dat hij met een tractor de bodem hoeft te belasten.

Boerderij

Deze boomlange kerel met helderblauwe pretogen, gestoken in een smoezelige overall met winkelhaken, is het prototype van de hedendaagse slimme boer. Goedopgeleid, innovatief en zowel creatief als nuchter en aards.

Hij is geen uitzondering. Laat u niet op het verkeerde been zetten door vooroordelen, gezegdes (wat de boer niet kent, dat eet hij niet) of tv-programma’s (Boer Zoekt Vrouw), de agrarische sector is een van de meest vernieuwende bedrijfstakken ter wereld.

Bij innovatie wordt doorgaans gedacht aan snelle types in Silicon Valley, maar Detmer Wage en zijn collega-boeren kunnen er ook wat van. Niet alleen in Californië, Japan, Beieren en Israël wordt de toekomst bepaald, ook op een uurtje fietsen van uw huis.

En dat is al heel lang zo. Toen op 1 oktober 1915 het eerste nummer van het vakblad Boerderij verscheen, stond in de beginselverklaring al dat het tijdschrift uitgebreid aandacht zou schenken aan de technologische vernieuwingen die zo kenmerkend zijn voor het vaderlandse boerenbedrijf.

Nederlandse boeren stapten na de Tweede Wereldoorlog over op machines (mede met dank aan de Amerikaanse Marshall-hulp), de tuinders in het Westland waren in de jaren zeventig de eersten die gebruik maakten van chips, sensoren en computers om het klimaat in hun kassen te regelen en boeren zijn nu voorlopers in zelfrijdende trekkers, in drones en robots.

De boer is ook steeds beter opgeleid. Middelbare landbouwschool is inmiddels al een minimum, heel wat boeren hebben net als Wage een hbo-opleiding (hogere landbouwschool) en de eerste academische boeren zijn ook al gesignaleerd.

Spuitmachines

Wie vandaag de dag het bijna een eeuw oude tijdschrift Boerderij doorbladert, ziet een en al hightech aan zich voorbijtrekken. Reclame voor zelfrijdende spuitmachines met touchscreen. Een slateler met sensoren voorop de trekker die meten hoe de sla erbij staat opdat aan de achterkant elke krop zijn hoogsteigen mestdosis krijgt.

Een computertaal (isobus) waardoor landbouwmachines met elkaar praten en de trekker van de loonwerker tot op de centimeter nauwkeurig weet waar de plantjes zijn ingezaaid. Reportages over precisie-akkerbouw, aankondigingen van congressen over smart farming. De ene slimme boer na de andere verhaalt hoe hij het aanpakt en wat dat hem jaarlijks aan extra opbrengst oplevert.

Dat is een uniek kenmerk van de agrarische wereld. Waar de doorsnee-ondernemer zijn kaarten voor de borst houdt en nimmer zal verklappen wat hij doet om de omzet en de winst te verhogen, delen boeren ongegeneerd al hun geheimen met elkaar.

Een van de duidelijkste illustraties hiervan is de ‘studieclub’. Daarvan zijn er honderden in Nederland: de zilveruitjesstudieclub, de venkelstudieclub, de preistudieclub, de vleeskoeienstudieclub, de ijsberg-slastudieclub. Het is een systeem dat al tientallen jaren functioneert en tot gevolg heeft dat bewezen vernieuwingen als een veenbrand door het land gaan.

Iemand houdt een lezing. Dat kan een collega zijn (boeren zijn pas concurrenten als ze hetzelfde stuk land willen kopen), een veredelaar uit Enkhuizen, een vertegenwoordiger van een dronefabrikant of trekkerbedrijf John Deere, enzovoorts. Tijdens de koffie en de soep wordt uitgebreid bijgepraat en daarnaast is er op zo’n ochtend of middag altijd een excursie waarbij ze een kijkje in elkaars keuken nemen.

Zelfs Wage – toch zeer goed op de hoogte – gaat er tien tot vijftien keer per jaar naartoe. ‘Op internet staat zo veel onzin. Van je collega’s hoor je wat werkt en wat niet. Er gaat niets boven rondsnuffelen in de opslagloodsen van de buurman. Wat voor zaden heeft hij, hoe zijn ze gecoat, hoe slaat hij zijn pootgoed op, welke bestrijdingsmiddelen gebruikt hij, heeft hij vloeibare mest of korrels?’

Proefboerderij

De studieclub is maar een van de motoren van de agrarische vooruitgang. Een andere is de proefboerderij.

Een daarvan bevindt zich in Westmaas. Daar, in de vette zeeklei van de Hoeksche Waard, een van de eilanden onder Rotterdam, is zo’n onderzoeksinstituut, waar boeren van oudsher hun vragen konden deponeren over de beste teeltmethode en bedrijfsvoering.

Vroeger was Praktijkonderzoek Plant & Omgeving een soort coöperatie, legt bedrijfsleider Marcel Tramper uit – van, voor en door de boer – maar sinds 2001 is PPO een onderdeel van de beste agrarische universiteit ter wereld.

Wageningen University op zijn beurt is maar een van de vele schakels in het netwerk dat de boer terzijde staat. Vroeger had de overheid honderden voorlichters in dienst die boerderijen afgingen met de nieuwste informatie. Er is nog steeds een DLV (Dienst Landbouwvoorlichting) maar dat is inmiddels een geprivatiseerd bedrijf met vestigingen in de hele wereld, dat overigens nog steeds doet wat de naam suggereert, maar nu tegen betaling.

Sowieso staan vele bedrijven in de rij om de boer nog een tikje slimmer te maken. Het zijn de leveranciers van trekkers, van sensoren, van kunstmest, van gewasbeschermingsmiddelen en niet te vergeten van zaad.

Dit is een sector die het verdient om bij stil te staan. Niet alleen omdat Nederland op dit vlak koploper is maar ook omdat de zaadveredelingsbedrijven zo vernieuwend zijn. Ze geven jaarlijks 10 procent van hun omzet uit aan onderzoek en ontwikkeling, even veel als de biotechnologie- en IT-sector. Alleen de farmaceutische industrie steekt nog meer geld in r&d, research and development (14 procent).

Zaadje

Als gevolg daarvan is een zaadje een wonder van vernuft. Het lijkt drie keer niks – één nies en het is foetsie – maar het is niet voor niets dat een kilo tomatenzaad duurder is dan een kilo goud.

Zo’n zaadje heeft oerkracht, het moet en het zal naar het licht en het leven toe, de evolutie heeft er tienduizenden jaren ervaring in gestopt en dan zit daar ook nog eens de knowhow van tienduizenden slimme genetici en plantenveredelaars overal ter wereld bij.

Als gevolg van al die slimmigheid, van de boer zelf en van iedereen die hem daarbij helpt, heeft zich de afgelopen decennia een spectaculaire vooruitgang in de agrarische productiviteit voorgedaan. In 1960 konden twee mensen worden gevoed met 1 hectare landbouwgrond, vandaag de dag zijn dat er volgens cijfers van wereldvoedselorganisatie FAO meer dan vier.

Andere cijfers zijn al even indrukwekkend. Zo voedde de boer van 1920 19 monden. Vijftig jaar later waren dat al 26 monden. De boer van tegenwoordig voedt 155 monden – deels door een toegenomen productiviteit, maar ook doordat hij meer land heeft.

Deze ontwikkeling heeft zich vooral in Noord-Amerika en Europa voorgedaan. Amerikaanse en Europese maïsboeren bijvoorbeeld produceren per hectare achtmaal zo veel als Afrikaanse boeren – landen als Brazilië en India zitten ertussenin.

Toekomst

Hoogleraar Louise Fresco, voorzitter van de Wageningen University, schrijft in haar boek Hamburgers in het Paradijs dat door de spectaculaire stijging van de agrarische productiviteit de honger in de wereld ondanks een bevolkingsexplosie niet is toegenomen.

De bevolking is sinds 1945 verdrievoudigd en toch is het aantal calorieën per hoofd van de bevolking met bijna een kwart gestegen.

Het staat nu al vast dat de wereldbevolking tot 2050 met twee miljard mensen toeneemt. Al die monden moeten worden gevoed. In rijker wordende landen als China en India zullen de mensen meer vlees en zuivel gaan eten en dat legt een extra beslag op landbouwgrond.

Bovendien neemt het aantal mensen af dat bereid is om in de landbouw te werken. In arme landen verhuist iedereen die de kans heeft naar de stad. Sociologen schatten dat in 2050 zo’n 70 procent van de wereldbevolking in de stad woont.

Sowieso is slechts 3 procent van het land geschikt voor landbouw en elke seconde verdwijnt er wereldwijd ook nog eens een voetbalveld aan landbouwgrond. De landbouw gebruikt nu al zo’n 70 procent van al het beschikbare zoetwater in de wereld.

De enige manier waarop de regenwouden en de andere kwetsbare natuur in de wereld kunnen worden ontzien, is wanneer de spectaculaire opbrengstverbetering die zich gedurende de afgelopen veertig jaar in de landbouw heeft voorgedaan, wordt doorgetrokken.

In de komende vijftig jaar zal de boer even veel voedsel moeten verbouwen als hij in de afgelopen tienduizend jaar in totaal heeft gedaan. We zullen zijn slimheid meer dan ooit nodig hebben.

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.