kennis

Deze drie ontwikkelingen geven hoop in strijd tegen kanker

Door Anne Vader - 29 mei 2015

Steeds meer vrouwen lijden aan longkanker. In ontwikkelde landen sterven zelfs meer vrouwen aan longkanker dan aan borsttumoren.

Roken is een belangrijke oorzaak. Duitse onderzoekers wijzen erop dat de nicotineconsumptie bij mannen langzaam afneemt, maar onder vrouwen juist stijgt.

Longkanker is hardnekkig. Het aantal dodelijke slachtoffers van alle kankers daalt, maar van longkanker het minst. Toch is er ook vooruitgang, en nog beter: er is hoop.

Elsevier.nl zet drie hoopgevende ontwikkelingen in de strijd tegen kanker op een rij. Meer leest u in Elseviers Speciale Editie Gezondheids ABC.

1. Gericht gezondheidsadvies

Iedereen weet het: de teerachtige stoffen in tabaksrook zijn kankerverwekkend. Toch zijn niet alleen de sigaar en de sigaret de veroorzakers: 15 procent van alle rokers krijgt longkanker en 15 procent van de longkankerpatiënten heeft nog nooit gerookt. Roken is voor de een slechter dan voor de ander, afhankelijk van iemands genetische aanleg.

Mensen met de ‘verkeerde’ genen hebben een verhoogd risico de dodelijke ziekte te krijgen. Kennis over de activiteit van P13K-genen maakt het op termijn mogelijk om gerichter gezondheidsadviezen te geven.

2. Medicijnen op maat

Medicijnen tegen kanker bestrijden de kwaal steeds gerichter. In vergelijking met de brute kracht van mosterdgas – vroeger gebruikt als chemotherapie – voeren medicijnen van tegenwoordig precisiebombardementen uit. Terwijl veel kankergeneesmiddelen vaak niet veel meer te bieden hadden dan enkele weken tot maanden extra, en dat voor een prijs van tienduizenden euro’s per patiënt per jaar, genezen de nieuwe medicijnen echt.

Ze werken niet bij alle kankerpatiënten, maar slechts bij een kleine categorie. De hoop is dat over een jaar of 10 tot 25 alle kankersoorten kunnen worden herleid tot één bepaalde verandering in de genen en dat nieuw te ontwikkelen medicijnen zich daar specifiek op richten.

3. Effectieve chemo

Chemotherapie is erg agressief, maar doorgaans ook niet erg gericht. Eigenlijk is zo’n ongerichte aanpak niet geschikt voor een complexe ziekte als kanker. Juist voor zo’n brede categorie aandoeningen heb je gerichte medicijnen nodig. En die zijn er tegenwoordig.

Neem Herceptin, een zeer gerichte behandeling tegen borstkanker, dat eigenlijk geen chemotherapie meer is. Alleen patiënten die van tevoren zijn gescreend – op aanwezigheid van een bepaald eiwit – krijgen dit medicijn. Van hen geneest 70 tot 80 procent. Gerichte kankermedicijnen doen het goed, maar hebben helaas meer bijwerkingen dan gehoopt.

Maar…

Er is vaker hoop geweest. Zo’n vijftig jaar geleden dachten chirurgen en oncologen bijvoorbeeld dat het uitroeien van kanker met wortel en tak de oplossing was. Zo veel mogelijk wegsnijden dus. Rond 1900 verwijderde een Europese chirurg bij borstkankerpatiënt niet alleen de aangedane zoogklier, maar ook haar lymfeklieren bij de oksel, de grote borstspier, drie ribben, een schouder en sleutelbeen.

Terugkijkend is deze zogeheten radicale therapie een dieptepunt in de geschiedenis van kankerbehandeling. Maar ze werd uitgevoerd door artsen die het beste met hun patiënten voor hadden, die zich als levenswerk hadden gesteld om de vijand volledig te vernietigen en die ervan overtuigd waren dat ze de medische wetenschap aan hun zijde hadden. De les van de afgelopen decennia is dat de vijand die kanker heet, nooit mag worden onderschat.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.