kennis

Introversie nadelig? Samenleving heeft ook baat bij binnenvetters

Door Gerry van der List - 28 mei 2015

Wie introvert is, ondervindt daarvan soms hinder. Maar er is steeds meer aandacht voor de positieve kanten van het naar binnen gericht zijn.

Een psychische aandoening is het nog net niet, maar je hebt toch wel echt pech als je introvert bent. Je staat te boek als ongezellig en asociaal, je schiet tekort als partner en collega, je mist elementaire sociale vaardigheden, je voelt je al snel ongelukkig en je hebt een relatief grote kans op psychosomatische kwalen als maagzweren. Door je geslotenheid en afstandelijkheid is het risico van een sociaal isolement aanzienlijk.

Althans, dit was tot voor kort het dominante beeld. Maar de binnenvetter is duidelijk bezig met een emancipatieproces. Het ene na het andere boek verschijnt waarin de voordelige kanten van introversie worden belicht.

Een paar jaar geleden zetten de Amerikaanse auteurs Susan Cain (Quiet) en Marti Olsen Laney (The Introvert Advantage) al de positieve toon en inmiddels is de stroom publicaties niet meer te stoppen. De titels spreken voor zich: Introvert Power, The Awakened Introvert, Quiet Strength, The Introvert Charismatic.

Wie liever Nederlands leest, kan volgende maand De kracht van stille mensen van Sophia Dembling (uitgeverij A.W. Bruna) kopen. Of hij kan terecht op de website desuccesvolleintrovert.nl van de introverte introvertenexpert Marloes Bouwmeester.

Beschouwelijker

Het begon allemaal met Carl Gustav Jung (1875-1961). De Zwitserse psychiater onderscheidde introvertierte en extravertierte persoonlijkheden. Bij een introvert is de energie naar binnen gericht. Uitgangspunt zijn de eigen gedachten en gevoelens.

Hij is rustiger en beschouwelijker dan de extravert, die zijn energie vooral richt op de buitenwereld en floreert in gezelschappen. De introvert werkt liever alleen dan in groepen en houdt graag afstand. Hij denkt goed na voor hij iets zegt en reageert daarom vaak nogal secundair. Het uiting geven aan zijn gevoelens kost hem moeite.

Vanzelfsprekend is sprake van een glijdende schaal. Niemand is 100 procent introvert of 100 procent extravert. De schatting is dat eenvierde of eenderde van de mensen als introvert moet worden beschouwd. Zij zijn niet per se verlegen. Verlegen types zijn bezorgd en bang om het oordeel van anderen. Zij zijn bijna altijd introvert, maar het omgekeerde geldt niet.

Twitteren

Zeker in de moderne maatschappij wordt introversie vooral als een handicap gezien. De meeste ouders maken zich zorgen als hun kind het liefst met een boek in een hoekje kruipt. Zij moedigen hem aan vriendjes te maken en uit zijn schulp te kruipen. Voor volwassenen geldt assertiviteit tegenwoordig als een voorname deugd.

Voor een loopbaan wordt het belangrijk gevonden naar buiten te treden, de wereld te laten zien wie je bent. Je komt pas verder in het leven door op alle mogelijke manieren – van netwerken tot twitteren – aandacht te vragen en contacten te leggen.

Introverte figuren zijn hier niet zo bedreven in. Zij kunnen zich in een luidruchtige, brutale samenleving moeilijk ontplooien. Hun eenzelvigheid kan zelfs in een sociale fobie ontaarden.

Geen allemansvriend

Maar introversie heeft niet louter schaduwzijden, zo luidt de teneur van bovengenoemde boeken. Elke samenleving heeft baat bij de stille kracht van introverte mensen. In de rust van hun zelf­gekozen isolement komen ze niet zelden tot grote creatieve prestaties. Bovendien graven ze dieper in hun analyses en vormt hun bedachtzaamheid een welkom tegenwicht tegen haastige spoed.

Introverten hebben het vermogen, schrijft psycholoog Marti Olsen Laney, ‘om de wereld een tikkeltje langzamer te laten draaien’.
In relaties zorgt introversie ook niet alleen voor narigheid. Een introvert is geen allemansvriend met wie het alle dagen feest is. Maar hij kan wel goed luisteren en de ander de ruimte geven.

Houd rekening met persoonlijkheidsverschillen, houden Laney en haar geestverwanten de lezer voor. Gun de introvert zijn eigenaardigheden en iedereen zal profiteren.

Elsevier nummer 23, 6 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.