kennis

José van Dijck, een bizar uithangbord voor de wetenschap

Door Simon Rozendaal - 12 mei 2015

Op 18 mei wordt José van Dijck president van de KNAW. Haar vak staat volgens een voorganger op ‘de menukaart van een slechte Chinees’.

Hoera, het is een meisje. Dat was de teneur van de meeste nieuwsberichten over de benoeming van prof.dr. José van Dijck tot president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Logisch.

In de lijstjes met het aantal vrouwen in de wetenschap bevindt Nederland zich in het gezelschap van landen als Kirgizië en Swaziland. Dus lijkt het een goede zaak dat de KNAW een vrouw als president krijgt.

Prof.dr. Van Dijck (54) is hoogleraar vergelijkende mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam en haar vakgroep bevindt zich wereldwijd in de toptien van de mediastudies.

Ze is ook enkele jaren decaan geweest van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Daar zijn zoals bekend flinke financiële problemen: mede daarom hebben studenten de afgelopen maanden het Maagdenhuis bezet. Betrokkenen verzekeren evenwel dat dit niet aan het bestuurswerk van Van Dijck heeft gelegen.

Ze mag dus een kundig bestuurder zijn en respect van andere mediawetenschappers krijgen, maar is ze ook een waardig uithangbord van de Nederlandse wetenschap?

Uitmuntendheid

Want dat behelst de positie van een KNAW-president. De Akademie is in de negentiende eeuw opgericht om de wetenschap te bevorderen. Zo’n vijfhonderd van ’s lands meest vooraanstaande onderzoekers zijn lid. Ook heeft het genootschap zestien onderzoeksinstituten onder beheer.

Uitmuntendheid staat voorop bij de KNAW. In 2006 mopperde de gerenommeerde mediëvist Frits van Oostrom in zijn jaarrede als KNAW-president dan ook dat het aanbod in het hoger onderwijs op de ‘menukaart van een slechte Chinees’ begon te lijken. Hij noemde als voorbeelden vrije­tijdskunde en communicatie­wetenschappen – de laatste is vergelijkbaar met mediastudies.

Hoe is het mogelijk dat negen jaar later een vertegenwoordiger van zo’n door Van Oostrom bespotte discipline president van de KNAW wordt?

Dat heeft allereerst te maken met de afbakening van het begrip ‘wetenschap’. Van Dijck had nooit voorzitter van de Amerikaanse National Academy of Sciences of van de Britse Royal Society kunnen worden. In de Angelsaksische ­wereld is science louter natuur­wetenschap. Bij de westerburen bijvoorbeeld is geneticus sir Paul Nurse, tevens Nobelprijswinnaar, president van de academie.

Het Nederlandse woord ‘wetenschap’ daarentegen is een containerbegrip voor alles wat op een universiteit wordt gedoceerd.  Daardoor is het onontkoombaar dat de samenstelling van de KNAW op termijn ‘de menukaart van een slechte Chinees’ gaat weerspiegelen.

En nu dus ook het presidentschap. Dat er na natuurkundige Robbert Dijkgraaf en geneticus Hans Clevers weer eens een geesteswetenschapper president zou worden, lag voor de hand. Niet dat het een hoogleraar in de media­studies werd. Dat vindt Van Dijck zelf ook, want ze had het in een interview over ‘een dubbele vorm van emancipatie’: niet alleen de eerste vrouw, maar ook erkenning voor haar vak.

Sociale media

Wat dat vak van prof.dr. Van Dijck betreft: in haar door andere mediawetenschappers de hemel in geprezen boekThe Culture of Connectivity maakte ze in 2013 een ‘kritische analyse’ van sociale media als Facebook en Twitter.

Vooral haar inzicht dat de so­ciale media niet zozeer sociaal als wel ‘verbindend’ zijn, werd bejubeld. Ook werd het door haar vakgenoten als zeer wijs ervaren dat Van Dijck de wereld van de sociale media als een ‘ecosysteem’ ziet. Met dat laatste bedoelt ze dat er veel sociale media zijn, dat ze behoorlijk verschillend zijn, maar toch ook verwant. Tja.

Uit een interview met Filosofie Magazine blijkt dat Van Dijck zich laat inspireren door de Frankfurter Schule, een uit het marxisme ontstane sociologische stroming die betoogde dat het ‘monopoliekapitalisme’ leidt tot eenvormigheid in de media en gelijkschakeling van de massa. Facebook is daarvan volgens Van Dijck een goede illustratie en ze heeft tot nu toe dan ook de verleiding kunnen weerstaan om zich op dat sociale medium te begeven.

Verder is ze aanhanger van de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour. Die baarde in 1979 opzien toen hij in zijn boek Laboratory Life het inzicht openbaarde dat er geen objectieve feiten ­bestaan. Dat water bij 0 graden bevriest, is volgens deze postmoderne denker geen feit, maar een ‘sociale constructie’ – een afspraak tussen mensen.

Dat worden dus  interessante jaren met José van Dijck aan het roer van de Nederlandse wetenschap.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.