kennis

Hoe spinnetje uit de hel het de honingbij moeilijk maakt

Door Simon Rozendaal - 15 juni 2015

De honingbij heeft het moeilijk. Vermoedelijk niet als gevolg van de ‘neonic’-insecticiden – de echte schuldige lijkt een spinnetje uit de hel.

Ook mensen kunnen last hebben van mijten. Wanneer een wenkbrauw opeens jeukt, komt dat vermoedelijk door zo’n onzichtbaar spinnetje. Ook zijn veel mensen allergisch voor de in de lucht zwevende uitwerpselen van de huisstofmijt, de soort die onze matrassen en kussens bevolkt.

Maar wat wij van mijten merken, valt in het niet bij wat de varroamijt de honingbij aandoet. De omvang van de mijt is 10 tot 20 procent van die van een bij. Alsof een mens een beest ter grootte van een rugzak meesjouwt.

Dit is dus niet dat onzichtbare spinnetje dat ons met jeuk en allergie een beetje pest; de Varroa destructor, zoals de officiële naam luidt, is een waar monster!

Hij is iets meer dan 1 millimeter lang en breed en is vier tot vijf maal zo groot als de huisstofmijt, die met zijn o,3 millimeter net onder de radar zit van het menselijk zicht. De varroamijt zuigt het lichaam van de honingbij langzaam maar zeker leeg.

Vleugelstompjes

Bijen sterven daardoor veel eerder dan ze normaliter doen. Bovendien voeden de jonge mijten zich ook nog eens met het broedsel van bijen, waardoor veel jonge bijen misvormd, met een verkort achterlijf of vleugelstompjes, uit hun broedcellen komen.

De honingbij en de varroamijt vormen het middelpunt van een hevig debat. De aanleiding daarvoor is dat de afgelopen decennia in zowel de Verenigde Staten als Europa geregeld sprake is van verontrustende sterfte onder honingbijen – er zijn winters dat in sommige landen eenderde tot de helft van alle bijenvolken sterft.

De honingbij is de ongekroonde koningin van de orde der vliesvleugeligen en al duizenden jaren buitengewoon geliefd bij de mens. En dus is de sterfte (ook wel CCD, colony collapse disorder) een bron van zorg. Te meer daar ene A. Einstein (overigens niet de gerenommeerde natuurkundige maar een bijna gelijknamige hedendaagse Zwitserse imker) heeft gezegd dat wanneer het slecht gaat met de bij, de hele planeet gevaar loopt. Hij doelde op het feit dat voor veel landbouwgewassen bestuiving door de honingbij cruciaal is.

De milieubeweging schrijft die sterfte toe aan het gebruik van een bepaald soort insecticiden, de zogeheten neonicotinoïden. Hoewel deze bestrijdingsmiddelen veel minder toxisch zijn dan voorgangers zoals de organofosfaten (parathion, dieldrin en aldrin, berucht van de Vapona-strips), zijn ze voor de milieubeweging net zo’n kop van Jut geworden als kerncentrales en genetische manipulatie.

Vuil

Dat heeft vanzelfsprekend invloed gehad op de politiek en zelfs op de wetenschap. De Europese Unie besloot twee jaar geleden om het gebruik van deze neonicotinoïden aan banden te leggen. Het belangrijkste argument was de sterfte onder honingbijen.

De Wageningse bijendeskundige Tjeerd Blacquiere benadrukte de afgelopen jaren geregeld dat niet de neonicotinoïden hiervan de schuld zijn, maar de mijt. Hij kreeg heel wat vuil over zich heen, bijvoorbeeld in het tv-programma Zembla: hij loopt aan de leiband van de pesticidenproducenten, hij is niet echt deskundig, enzovoort.

Maar de stemming kantelt. Zo heeft diezelfde Europese Unie de afgelopen weken besloten om 1,2 miljoen euro uit te trekken om de sterfte als gevolg van de varroamijt te bestuderen.

Ook heeft de Volkskrant de afgelopen maanden geregeld bericht over de ravage die de neo­nicotinoïden volgens sommige biologen en ecologen zouden aanrichten onder honingbijen, andere insecten en insectenetende vogels.

Maar vorige week stond opeens heel terloops in een necrologie over bijenonderzoeker Marieke Mutsaers (1946-2015) dat ze een van de eersten was die in Afrika de varroamijt ontdekte, ‘een plaag die nu overal bijen­populaties vernietigt’. Pardon, moet de lezer hebben gedacht, het waren toch de insecticiden die de honingbij vernietigden?

Het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Nature wijdde enkele weken geleden een speciale editie aan de bedreigde honingbij. In de inleiding constateerde de redactie dat het grote publiek denkt dat de sterfte wordt veroorzaakt door de ‘neonics’. ‘But the link between these pesticides and colony collapse  remains murky.’

De relatie tussen de varroamijt en de bijensterfte is een stuk minder murky (troebel). De mijt kan zich weliswaar op andere insecten voeden, maar is voor zijn voortplanting afhankelijk van het broedsel van één specifieke soort: de honingbij. Niet van dat van alle 25.000 soorten bijen, slechts van dat van de door de mens gedurende de afgelopen achtduizend jaar gedomesticeerde honingbij.

Daarbij komt dat de mijt een vehikel is voor een stuk of twintig virussen die op hun beurt in staat zijn om de bij te verlammen. Met als dreigendste het Deformed Wing Virus (DWV), dat inderdaad doet wat de naam belooft, de ontwikkeling van de bijenvleugels verstoren.

Sukkel

Vroeger kwam de varroamijt niet voor in Europa. Hij is hier in de jaren negentig beland, vermoedelijk doordat Amerikaanse imkers Aziatische honingbijen hebben geïmporteerd. In de Verenigde Staten werd de mijt in 1987 voor het eerst gesignaleerd, in Engeland en Europa een paar jaar later.

Aziatische honingbijen zijn de bron. Ze zijn al eeuwenlang besmet met varroa, maar hebben er weinig last meer van. Het lijkt erop dat de Europese en Amerikaanse honingbijen extra gevoelig zijn voor de varroamijt. De Afrikaanse honingbij is notoir agressief (ze staat ook wel bekend als killer bee) en bijt de mijten dood. De Aziatische honingbij, die de mijt over de wereld verspreidde, is in staat om de door mijten geïnfecteerde broedcellen te detecteren en vervolgens de mijten te doden en de gedoemde broedsels te aborteren.

De Europese honingbij daarentegen is de sukkel van het stel en blijft gewoon rondlopen en rondvliegen met die enorme mijt op haar buik of rug.

Een sterk voorbeeld, ten slotte, dat de sterfte onder honingbijen niet op het conto van insecticiden valt te schrijven, biedt Australië. Daar wordt kwistig gestrooid met neonicotinoïden en toch is daar geen sprake van abnormale sterfte onder honingbijen. Er is maar één verschil tussen Australië en de rest van de wereld: de varroamijt komt er niet voor.

In het nabijgelegen Nieuw-Zeeland is de mijt wel terechtgekomen. Daar is de sterfte onder honingbijen vergelijkbaar met die in Europa.

Elsevier nummer 25, 20 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.