kennis

Gentherapie: ooit afgeschreven, nu toch weer succesvol

Door Hidde Boersma - 23 juli 2015

Gentherapie als behandelmethode leek opgegeven, omdat zij te gevaarlijk was. Maar na lang doorzetten boeken wetenschappers nu toch succes.

Het lijkt weinig, maar het enthousiasme was er niet minder om: 3,5 procent, dat was de extra longcapaciteit die patiënten met taaislijmziekte erbij kregen door een behandeling met gentherapie.

Het was het bewijs dat het toch kon: patiënten met taaislijmziekte, wier longen vollopen met dik slijm, behandelen door een gen in te brengen dat de functie van het gemankeerde gen overneemt. De Britse onderzoekers van Imperial College London hopen de komende jaren het proces te verbeteren om het percentage omhoog te krijgen.

‘Het heeft behoorlijk wat doorzettingsvermogen gevergd om tot dit succes te komen,’ zegt Frank Staal (49), hoogleraar moleculaire stamcelbiologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum en al twee decennia betrokken bij gentherapie-onderzoek.

Veelbelovend

Toen in de jaren negentig de kennis over ons DNA een vlucht nam, werd gentherapie omarmd als de panacee voor allerlei aandoeningen. Het idee is dat een onschuldig virus een gen aflevert in cellen van de mens, om daar de taak van het defecte gen over te nemen.

De eerste resultaten zijn veelbelovend. Er werden kinderen succesvol behandeld voor X-SCID, een aandoening waarbij het immuunsysteem niet werkt en pa­tiënten in een afgesloten ruimte moeten leven om al het contact met ziekteverwekkers te voorkomen.

Maar toen kwamen de problemen. Zo bleek bij taaislijmziekte de behandeling geregeld niet aan te slaan omdat het immuunsysteem het virus dat het gen aflevert, te lijf gaat. Het ziet het virus als een binnendringer die moet worden verwijderd.

Maar de grootste tegenslag was dat gentherapie tot kanker kon leidden, doordat het afgeleverde gen soms in een stuk DNA terechtkwam dat betrokken is bij het onderdrukken van ongebreidelde celdeling, de onderliggende oorzaak van kanker.

Eén kind met X-SCID kwam hierdoor zelfs te overlijden. Velen schreven de techniek daarna af als te gevaarlijk, ofschoon het merendeel van jonge patiënten wel genas.

Debat

Op de achtergrond bleven wetenschappers gentherapie onderzoeken en verbeteren. ‘En nu hangt er echt wat in de lucht,’ zegt Staal. ‘Dit jaar beginnen diverse trials bij mensen en sommige behandelingen gaan al richting standaardtherapie.’ Behalve voor taaislijmziekte zitten er behandelingen in de pijplijn voor verschillende bloed- en stofwisselingsziektes, die vooral pasgeborenen treffen.

Ook de ziekte van Pompe, waarbij de hoge kosten van de huidige behandelmethodes tot debat leidden, kan wellicht worden genezen met gentherapie. ‘Er zijn zelfs successen geboekt door afweercellen zo aan te passen dat ze kanker te lijf gaan,’ zegt Staal.

Niet zo efficiënt

Een verklaring voor de doorbraak is dat het wetenschappers is gelukt om een van de virustypen die het gen afleveren, zo aan te passen dat het immuunsysteem het niet meer herkent. Vaak wordt voor gentherapie een verkoudheidsvirus gebruikt. ‘Door er allerlei genen uit te slopen, is het nu onzichtbaar voor onze afweer, terwijl het virus zijn taak nog wel doet,’ zegt Staal.

Bij de taaislijmziektebehandeling lukte het zelfs om het gen af  te leveren zonder virus. ‘Onze longen hebben zo ongeveer de sterkste defensie van het lichaam, daar komt bijna geen virus doorheen,’ zegt Staal. ‘De Britten losten dat op door een simpel vetbolletje te vullen met het juiste gen. Dat bleek ook te werken, zij het nog niet zo efficiënt.’

Staal werkt zelf met stamcellen om bloed- en afweeraandoeningen te genezen. ‘Als je een gen inbrengt in stamcellen, kan de therapie levenslang werken.’

Het is dan wel essentieel dat de veiligheid gegarandeerd is. ‘We weten precies hoe de kanker ontstond bij de patiënten met X-SCID bij wie het in het begin van deze eeuw fout ging. We kunnen dat grotendeels voorkomen door andere typen virus te gebruiken.’

Elsevier nummer 31, 1 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.