kennis

Mieren zijn agressieve, extreem-linkse feministen

Door Simon Rozendaal - 17 augustus 2015

Hoe herkennen mieren elkaar? Met een chemische streepjescode van geurstoffen, zo concludeerden Amerikaanse onderzoekers in het lab.

Mieren behoren tot de sociaalste dieren op aarde. Ze verzorgen met zijn allen de kleintjes, ze gaan samen op zoek naar voedsel – dat ze met de hele groep delen – en ze verdedigen zich en masse tegen andere stammen.

Deze vliesvleugeligen zijn zelfs zo sociaal dat één mier geen mier is, zoals de Amerikaanse myrm­ecoloog (mierenkenner) Ed Wilson (86) ooit zei. Een mier bestaat bij de gratie van de samenleving waarvan hij deel uitmaakt.

Mieren in een kolonie zijn allemaal dochters van dezelfde moeder, de koningin. Ze zijn niet alleen zussen, maar door een eigenaardigheid in hun voortplanting genetisch nog sterker aan elkaar verwant dan onze zussen.

Dat mieren in hun onderlinge communicatie gebruikmaken van geurstoffen (feromonen) is al een jaar of vijftig bekend. Deze week  is het beeld verder ingekleurd. Een groep studenten van de University of California in het Amerikaanse Riverside publiceert (met Duitse en Britse onderzoekers) in het tijdschrift Cell Reports dat mieren op hun huid een kleverig mengsel hebben waarmee ze duidelijk maken tot welke stam ze behoren.

Ze bevoelen elkaar met hun antennes en weten dan of het goed volk is. Het is trouwens meer snuffelen dan voelen. Op de voelsprieten zitten haren met gevoelige reuksensoren. De mier telt vierhonderd genen die met reuk verband houden: meer dan mensen en meer dan bijna alle andere insecten. Anders gezegd, mieren hebben in dubbel opzicht een uitstekende neus. Hij is niet alleen extreem goed, maar steekt ook ver buiten de kop uit.

Benzine

De onderzoekers, onder leiding van Anandasankar Ray, assistent-hoogleraar entomologie, hebben het over een chemische streepjescode op de huid van de mier. Het gaat om een mengsel van verschillende koolwaterstoffen. Wij kennen die als de substanties die ook in benzine en aardolie zitten.

In benzine bevinden zich vooral relatief lichte koolwaterstoffen van vijf tot tien koolstofatomen. Daarnaar verwijst ook het octaangetal (de maat voor de kwaliteit van benzine): octaan  (C8H18) is een koolwaterstof van acht (octo in het Grieks) koolstofatomen. Lichte moleculen verdampen makkelijker dan zware en dat is ook de reden waarom benzine zo sterk ruikt.

De koolwaterstoffen die mieren op hun huid hebben, zijn zwaar. Ze bestaan uit lange ketens van soms meer dan dertig koolstofatomen. Die substanties zijn kleverig, meer olie- dan benzineachtig, en verdampen nauwelijks. Dat is wel zo handig. Zo blijft de streepjescode lang actief. Ook leiden al die verdampende koolwaterstoffen niet tot een allesoverheersend parfum dat de kolonie alleen maar in verwarring zou brengen.

Wandelende fabrieken

De Amerikaanse onderzoekers stelden verscheidene mierensoorten bloot aan verschillende koolwaterstoffen. Ook bepaalden ze de elektrische activiteit van de betrokken zenuwcellen in de voelsprieten. Deze zogeheten elektrofysiologische techniek is zo ge­avanceerd dat de onderzoekers in staat zijn om stroompulsjes in een afzonderlijk neuron (zenuwcel) te meten. Aldus konden ze vaststellen of de koolwaterstoffen al of niet werden herkend.

De mieren blijken wandelende chemische fabrieken te zijn, in staat om tientallen specifieke koolwaterstoffen te produceren en te analyseren. Een paar moleculen volstaan al, waarmee de voelsprieten van de mier niet onderdoen voor de meest geavanceerde analyse-apparaten, zoals gaschromatografen en massaspectrometers.

De voelsprieten reageren ook op substanties die niet door de eigen kolonie worden gebruikt. Vermoedelijk herkent de mier zo prooien en vijanden.

Streepjescode

Een en ander bevestigt wat de gerenommeerde Amerikaanse sociobioloog en mierenkenner Ed Wilson al zei in Elsevier van 21 december 1996: ‘Mensen leven in een wereld van zicht en geluid, maar sociale insecten bestaan primair bij de gratie van ruiken en voelen. Samengevat: wij zijn audiovisueel, terwijl zij chemisch zijn.’
Bij wijze van illustratie daarvan besprenkelde Wilson eens een levende mier met de geur van een dode mier. De springlevende mier werd tegenspartelend door haar zussen naar het mierenkerkhof gedragen.

Sommige kevers zijn in staat om de chemische streepjescode van mierenstammen over te nemen. Hierdoor kunnen ze ongehinderd  in een kolonie doordringen om daar de voorraadkamers te plunderen. Met andere woorden, bij de mier regeert de reuk de andere zintuigen. Alsof mensen enorme kreeften aan de dis hebben en niet zien dat hun gasten een ietsiepietsie vreemd zijn.

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.