kennis

Schoonmaakbeurt legt geheimen Fort benoorden Spaarndam bloot

Door Theo Toebosch - 03 augustus 2015

Het schoonkrabben van muren in het Fort benoorden Spaarndam kostte 25.000 uur, maar legde een schat aan afbeeldingen bloot.

In Fort benoorden Spaarndam is geen licht. Het schijnsel van Ziegel Ziegelaars zaklamp vangt eerst enkele langpootspinnen, daarna duiken op een gewelfde muur enkele geschilderde gezichten op. Aan hun mutsen en uniformen zijn ze te herkennen als kozakken.

Ze zien er stoer uit. Als fortgids Ziegelaar (50) de andere zijde van de kamer verlicht, verschijnt een groep Franse militairen die er verslagen bij zitten.

‘De commandant van het fort heeft de schildering in 1913 laten aanbrengen,’ denkt  de fortgids. Toen was het honderd jaar geleden dat kozakken Napoleons troepen uit Amsterdam hadden verjaagd. Het valt op dat de Fransen in uniformen uit het einde van de negentiende eeuw zijn afgebeeld. Mogelijk een verwijzing naar de Franse nederlaag in de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871.

Ziegelaar, vrijwilliger bij de Stichting Krayenhoff, is de afgelopen vijftien jaar de drijvende kracht geweest bij het blootleggen van de vele afbeeldingen en opschriften die verborgen bleken te zitten onder dikke lagen kalk in het fort, dat tussen 1897 en 1902 is gebouwd als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. ‘We hadden een uur nodig om 8 vierkante centimeter schoon te krabben.’

Kleurrijker

In totaal zijn er dankzij een investering van 25.000 uur tot nu toe 231 schilderingen, graffiti, tekeningen, handtekeningen en opschriften uit verschillende gebruiksfasen teruggevonden, blijkt uit een recente inventarisatie door contemporain archeoloog Jobbe Wijnen (38).

‘Ze tonen de biografie van het fort en geven een beeld van het dagelijks leven dat je niet terugvindt in documenten. Ze laten bijvoorbeeld zien dat het fort vroeger veel kleurrijker was dan gedacht. Er was geen sprake van alleen maar saaie witte kamers.’

Puur functioneel waren de cijfers waarmee de in totaal 39 kamers werden genummerd. Dat gold ook voor de aanduidingen voor vloerbelasting en opschriften als ‘munitiemagazijnen’, ‘commandant’ en ‘privaten’ boven deuren.

‘Maar bij de inrichting waren ook lambriseringen geschilderd. Verder vind je in veel ruimten decoraties, zoals krul­meanders, gestileerde bloemen en sjablonen van theepotten en theekopjes in jugendstil. Toch opvallend in een militaire omgeving; ik denk niet dat Defensie nu zo’n huiselijk tafereel zal gebruiken om te werven.’

Het fort, dat op 12 en 13 september toegankelijk is voor het ‘gewone’ publiek, bevat ook enkele landelijke voorstellingen, zoals een man die een punter boomt in een waterlandschap met schapen op het droge, en een landschapje met een boerderij. ‘Ze waren in kleur en goed zichtbaar. Ze moeten dus met toestemming van de commandant zijn gemaakt.’

De commandant liet in het fort ook enkele ‘stichtelijke’ spreuken in liggende gele banderollen aanbrengen: ‘Beidt uw Tyd’ en ‘Duur uw uur’, spreuken van Albert Verwey die ook op de Beurs van Berlage staan, en ‘In ’t voorleden ligt ’t heden, in ’t nu wat worden zal’ en ‘Geduld Overwint Alles’.

Zoeklicht

Het fort heeft nooit een gevecht meegemaakt. Tijdens de mei­dagen in 1940 waren er wel militairen gelegerd. Enkelen van hen hebben hun naam op een deur geschreven. ‘Op Vreselijke Vrijdag, drie dagen na de capitulatie van 14 mei en in afwachting van verdere instructies. Ze noemden zichzelf “Jongens van de Gestampte Pot”,’ vertelt Ziegelaar.

Tijdens de bezetting hadden de Duitsers op het fort een zoeklicht en luchtafweer geplaatst. In het fort waren getuige een opschrift en een SS-runeteken soldaten van de Polizei-Division gelegerd. ‘Geen fanatiekelingen,’ denkt Ziegelaar. ‘Het runeteken was slordig, met zakkers, aangebracht en in dezelfde kamer hebben ze ook portretten van Zarah Leander en Marlene Dietrich geschilderd.

Maar Leander had in 1942 nazi-Duitsland al verlaten en Dietrich was in 1939 al Amerikaans staatsburger geworden.’

Tussen 1950 en 1970 was het fort in gebruik als munitiedepot. Wijnen: ‘Alle muren zijn toen wit geschilderd. Uit deze periode stammen rekensommen om te bepalen of de maximumvloerbelasting al was bereikt.’ Nadat Defensie was vertrokken, is het fort gebruikt als onderkomen voor schapen, illegale opslagplaats en speelterrein van lokale jeugd. Daarvan getuigt een opschrift als ‘Je komt niet levend weg hoor’.

Na de inventarisatie is een commissie van experts en lokale belanghebbenden bijeen geweest om de schilderingen te waarderen in verband met mogelijk behoud.

‘Daarbij viel op dat de lokale belanghebbenden vooral waarde hechten aan de periode dat het fort nog echt als fort functioneerde,’ zegt Wijnen. ‘Zelf zou ik ook de moderne graffiti behouden willen zien. Want wie was bijvoorbeeld “Joel” die in de jaren tachtig in kamer 29 zijn tag zette?’

Elsevier nummer 32, 8 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.