kennis

Geloof niet alles wat uw fitness-app u vertelt

Door Nic Vrieselaar - 11 september 2015

Fitness-apps die een strak lijf beloven, blijken belabberde adviezen te geven.

Dankzij talloze fitness-apps is de smartphone voor veel mensen uitgegroeid tot een onmisbaar sportmaatje. Zo is de populaire aerobics-app Nike+ Training Club al miljoenen keren gedownload.

Toch maken die apps niet altijd waar wat ze beloven. Wetenschappers van de universiteit van Florida onderzochten van dertig populaire, gratis fitnessapps of die hun gebruikers daadwerkelijk helpen fitter en sterker te worden. Vrijwel alle apps in het onderzoek komen er slecht vanaf.

De onderzoekers vergeleken de apps met de richtlijnen van het Amerikaanse nationale sportinstituut ACSM. Die stelt dat een goede work-out bestaat uit rek- en strekoefeningen om blessures te voorkomen, conditietraining en krachttraining. De oefeningen moeten ook voldoende lang duren en intensief genoeg zijn om resultaat te boeken.

Blessures

Slechts vier van de dertig apps laten hun gebruikers voldoende goede krachtoefeningen doen om daadwerkelijk sterker te worden. In slechts drie apps zijn de conditietrainingen uitgebreid en goed genoeg om op een gezonde manier fitter te worden.

Bovendien zijn de oefeningen vrijwel nooit gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Dat vergroot het risico op blessures, waarschuwen de onderzoekers.

Dat risico wordt nog eens extra vergroot doordat geen enkele app overtuigend scoort op rek- en strekoefeningen. Opvallend, omdat ook yoga-apps als Daily Yoga en Simply Yoga zijn getest, die gebruikers juist beloven dat ze na hun oefeningen leniger zijn.

Toch is er wel wat aan te merken op het onderzoek. Zo wordt een handjevol van de geteste apps afgerekend op het feit dat ze niet een complete training bieden, maar dat is in het geval van gespecialiseerde apps zoals de populaire bodybuilding-app StrongLifts 5×5 niet verwonderlijk. En die app scoort juist wel een voldoende voor – niet verrassend – krachttraining.

Elsevier nummer 38, 19 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.