kennis

De spaniël en de retriever als oncologen

Door Simon Rozendaal - 19 oktober 2015

Vijf honden worden sinds een jaar getraind om darmkanker op te sporen met een watje dat bij ontlasting in de buurt was. Ze doen het nu al beter dan bevolkingsonderzoek.

Het deurtje gaat open. Glenny, een zwarte labrador, komt binnen. Ze rent om de stalen carrousel heen waaruit acht monsters steken. Glenny twijfelt bij 4 en 5 en kiest dan resoluut voor 6.

Trainer Patrick Hilverink raadpleegt de computeruitdraai. ‘Yes! Ze heeft het alweer bij het juiste eind. Nummer 6 was de kanker en 4 en 5 moeilijke controles.’ De hond wordt beloond met een rubberen speeltje en verlaat trots als een pauw het lab.

We bevinden ons op een uitgestrekt terrein in Amstelveen waar KNGF Geleidehonden domicilie houdt. Sinds 1935 leidt de stichting (afkorting van Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds) honden op om mensen te helpen.

Aanvankelijk waren dat bovenal blindengeleidehonden, vertelt directeur Ellen Greve, maar tegenwoordig steeds vaker honden die autisten helpen, militairen met een trauma wakker maken wanneer ze een nachtmerrie hebben of zieken met een risico op doorligwonden omdraaien in bed. En sinds 2014 traint de stichting vijf honden om darmkanker te herkennen.

Honden zijn meer dan de beste vrienden van de mens, al gedurende tienduizenden jaren. Meer dan wezens die het bestaan veraangenamen, al is het maar omdat ze uitzinnig van blijdschap zijn als ze je zien. Ze zijn daarenboven eigenaar van een instrument dat de competitie met een gaschromatograaf en een massaspectrometer aankan.

Stereo

De neus van een hond valt niet te vergelijken met die van ons. Waar bij de mens de neus hoogstens 10 procent van het aangezicht beslaat, is dat bij de hond wel 70 procent.

Alles in de hondensnuit staat ten dienste van de reuk. De hond ademt bij het snuffelen wel 200 keer per minuut in, zodat er continu aanvoer van nieuwe informatie is. Een hond ruikt ‘stereo’: hij kan met behulp van het verschil tussen het linker- en rechter­neusgat bepalen waar een geurvleug vandaan komt. En waar de reuk bij mensen slechts 1 procent van de hersenen in beslag neemt, is dat bij de hond 10 procent.

Het gevolg hiervan is dat een hond onvoorstelbaar veel beter ruikt dan een mens: de schattingen variëren van 500 tot 1.000.000 maal zo goed. Een hond kan stoffen ruiken in ppt’s (parts per trillion). Anders gezegd, een hond kan een druppel bloed die wordt verdund in twintig grote zwembaden vol water nog steeds ruiken.

Een en ander is natuurlijk al sinds mensenheugenis bekend, dus worden honden al langer ingezet om hun neus, door onder meer politie en reddingsbrigades.

Sinds een jaar of twintig is bekend dat ze ook kanker kunnen ruiken. De Amerikaanse In Situ Stichting bijvoorbeeld traint al twaalf jaar zo’n vijftig honden om kanker bij mensen op te sporen.

Nederland bevindt zich met het onderzoek in Amstelveen – opgezet in samenwerking met het VUmc – in de frontlinie van de wetenschap. Ook in Japan en Engeland worden honden getraind  om kanker op te sporen in ontlastingsmonsters.

Voor trainers Patrick Hilverink en Daniëlle de Jonge is het project het hoogtepunt uit hun loopbaan. Een ontroerde Hilverink: ‘We hebben echt het idee dat we een bijdrage leveren aan de strijd tegen kanker.’

Beloning

Daniëlle de Jonge legt uit dat ze in 2014 begonnen met een rubberen speeltje dat de honden moesten opsporen. Lukte dat, dan werden ze beloond. Dat is cruciaal want met beloningen wordt gewenst gedrag versterkt en dooft ongewenst gedrag vanzelf uit. Vervolgens werd het speeltje vermalen tot korrels. Nog steeds geen probleem. ‘Zo’n korreltje tussen een paar stoeptegels hadden ze ogenblikkelijk te pakken.’

Daarna werden de korrels gecombineerd met de ontlasting. Steeds weer met een beloning wanneer de honden het juiste monster – de poep van een kankerpatiënt – eruit pikten. Uiteindelijk werden de korrels helemaal weggelaten opdat de honden
alleen nog op de poep zouden reageren.

Wat de prestatie van de honden extra bijzonder maakt, is dat er in ontlasting duizenden  geurstoffen zitten. Die moeten de honden negeren. Op die handvol stoffen die specifiek door tumorcellen worden afgescheiden, moeten ze daarentegen wel aanslaan.

Ook de onderzoekers bij het VUmc hebben geen idee op welke tumorstoffen de honden reageren,  maar feit is dát ze het doen. Na ruim een jaar training herkennen de vijf honden met meer dan 80 procent betrouwbaarheid de monsters van kankerpatiënten. Ze negeren 96 procent van de controlegroep en ze worden steeds beter. Ter vergelijking: bij het huidige bevolkingsonderzoek naar darmkanker wordt maar 65 tot 70 procent van de kanker opgespoord.

Het plan van KNGF Geleidehonden en het VUmc is om binnen enkele maanden een tweede fase te starten, met meer kankermonsters. Vervolgens een publicatie in een medisch tijdschrift en dan het echte werk. Directeur Ellen Greve: ‘We denken dat de honden er in 2017 klaar voor zijn.’

Elsevier nummer 43, 24 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.