kennis

De repliek van Simon Rozendaal op ‘het mosmeisje’

Door Simon Rozendaal - 06 december 2015

Vrijdag werd op de website van Elsevier een artikel van ‘mosmeisje’ Willemijn Kadijk gepubliceerd, waarin ze schrijft dat wetenschapsredacteur Simon Rozendaal ‘halve waarheden’ verkondigt over het broeikaseffect. Rozendaal dient haar nu van repliek.

Op 4 december stond er op de website van Elsevier een artikel van ene Willemijn Kadijk, waarbij de mededeling stond dat ze 19 jaar oud en voorzitter van ‘Dwars Leiden-Haaglanden’ is. In het artikel reageert ze op een artikel dat ik in 2009 heb geschreven ten behoeve van de special Klimaat van Elsevier. Ter gelegenheid van de klimaattop in Parijs en om die speciale editie weer onder de aandacht te brengen, heeft de webredactie de afgelopen week enkele stukken die ik in die special heb geschreven afgedrukt op de website.

Niet alle stukken uit die special zou ik ruim zes jaar later exact weer zo opschrijven maar het stuk waar mejuffrouw Kadijk zich zo aan ergerde – ‘Zin en onzin over het broeikaseffect‘, dat op 2 december op de site werd gepubliceerd  – zou ik vandaag de dag vermoedelijk in grote lijnen opnieuw zo formuleren.

Foto

Bij het artikel had de webredactie een actuele foto geplaatst, van een jongedame met mos op haar gezicht, afkomstig van het persbureau ANP, met als onderschrift ‘Een klimaatactivist bij de klimaattop in Parijs’. Dat haar foto bij een artikel van mij stond, schoot mejuffrouw Kadijk klaarblijkelijk in het verkeerde keelgat en het resultaat konden we twee dagen later lezen.

Normaal zou ik niet op haar stuk reageren. Ik ben er zo langzamerhand wel aan gewend dat klimaatactivisten me uitschelden – het woord klimaatontkenner (dat verwijst naar de Holocaustontkenners) valt bijvoorbeeld regelmatig – en als ik op elke aanval zou moeten reageren, kom ik niet meer aan het schrijven van artikelen of boeken toe. Ook zou ik niet snel op een stuk van een 19-jarige studente reageren, ook om haar tegen zichzelf te beschermen.

In dit geval is het anders. Haar stuk is immers gepubliceerd op de website van het blad waarvoor ik al bijna 30 jaar werk. Aanvankelijk onder de kop ‘De onzin van Simon Rozendaal’ en later nadat ik aan de bel had getrokken onder de kop ‘Het ‘mosmeisje’ reageert op artikel over broeikaseffect’. Dit noopt me dus om mejuffrouw Kadijk van repliek te dienen.

Broeikaseffect

Haar stuk begint met de mededeling: ‘Meneer Rozendaal noemt zichzelf wetenschapsredacteur’. Het is de vraag of dat klopt – volgens mij noemt Elsevier mij wetenschapsredacteur – maar ook is het ad hominem: ze maakt daar haar bedoeling duidelijk – mij zwart maken.

Vervolgens vertelt ze er een groep vrienden bij te hebben gehaald om de feiten in mijn artikel te checken. Dat kon ze klaarblijkelijk niet zelf, ze noemt de namen van die vrienden niet, dus het is onduidelijk welke autoriteit die hebben. Daarentegen ben ik een afgestudeerd chemicus (volgens de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging niet eens al te slecht: ik ben een van de ruim honderd ereleden) en verdiep me al meer dan 35 jaar in de wetenschap achter het broeikaseffect.

In 1979 begon NRC Handelsblad met een wekelijkse wetenschapspagina. Op de allereerste pagina stond een verhaal van mijzelf over een nieuw ontdekt probleem, het zogeheten broeikaseffect. Dat was weliswaar 90 jaar nadat de Zweedse chemicus Svante Arrhenius het ontdekt had maar 27 jaar voor Al Gore het met zijn film An Inconvenient Truth wereldwijde bekendheid gaf.

Het allereerste punt waar ze mij citeert, is een feitelijke mededeling, namelijk dat diezelfde Arrhenius destijds positief tegen het broeikaseffect aankeek omdat hij meende dat de oogsten zouden toenemen in een warmer wordende wereld. Lees er het oorspronkelijke stuk maar op na, ik schrijf niet dat ik het met die opvatting eens ben, ik suggereer het zelfs niet. Maar zij noemt het een ‘stelling’ die ze vervolgens bestrijdt.

Haar volgende punt gaat over de rijpheid van de klimaatwetenschap. Ik schreef dat de theorie van Arrhenius rond 1990 weer populair werd, mede omdat de jonge en nog niet erg rijpe klimaatwetenschap hunkerde naar aandacht en maatschappelijke waardering. Dat oordeel sloeg op de situatie van vijftien jaar geleden.  Daarna komt ze met het (aanvechtbare) argument dat de klimaatwetenschap tegenwoordig wel rijp zou zijn, maar dat doet niet terzake.

Verschillende werelden

Het volgende punt dat ze aanhaalt is waar ik stel dat de broeikasgelovigen en de broeikassceptici in verschillende werelden leven. Dat klopt, schrijft ze, en vervolgens stelt ze dat ik feiten aanhaal die allang achterhaald zouden zijn door wetenschappelijk onderzoek. Voor alle duidelijkheid: in het artikel uit 2009 maak ik duidelijk dat ik in het klimaatdebat een middenpositie wil innemen, dat ik in mijn artikel de feiten en argumenten van beide kampen probeer te analyseren. ‘Om te beginnen: het valt niet te ontkennen dat er een broeikaseffect bestaat.’ Lees het maar na: in de twee alinea’s na die zin, haal ik een centrale redenering van sommige sceptici onderuit.

Dan haalt mejuffrouw me aan over de relatie tussen de temperatuur en CO2-concentratie. Hier hebben de sceptici wel een punt, schreef ik, want die relatie is niet ‘een op een’.  Dat poneerde ik niet zonder toelichting, ik illustreerde het onder meer met het voorbeeld van de afgelopen eeuw waarin CO2 continu stijgt maar de temperatuur een tamelijk grillig verloop kende. Hier gaat ze in het geheel niet op in en beschuldigt mij vervolgens ongegeneerd van ‘cherry-picking’.

In het volgende punt dat de studente denkt te hebben, haal ik het IPCC (het klimaatpanel van de Verenigde Naties) aan dat in elk nieuw rapport opnieuw toegeeft dat er buitengewoon weinig van de zon wordt begrepen. Zij zegt dan dat je met een half uur zoeken allerlei studies kunt vinden die aangeven dat de rol van de zon beperkt is. Ja hallo, dat weet ik ook wel maar dat was mijn punt helemaal niet. Dat punt is: wanneer je A niet begrijpt, hoe kun je dan heel stellig zeggen dat A onbelangrijk is? Daar zit iets onlogisch in en dat argument kun je vervolgens niet bestrijden door te stellen dat A toch echt heus heel erg onbelangrijk is.

Terugdringen CO2-uitstoot

Daarna haalt ze mijn mededeling aan dat ondanks alle conferenties de CO2-uitstoot maar blijft toenemen. Ze zegt vervolgens dat ik zou beargumenteren dat we met die conferenties moeten stoppen. Lees het na, dat beargumenteer ik helemaal niet! Ik schrijf dat het niet zo simpel is om de uitstoot terug te dringen en er onenigheid is over de juiste aanpak.

Haar volgende punt is mijn mededeling dat alternatieve energie nog niet kan concurreren. Dat denkt ze te kunnen bestrijden door te zeggen dat wanneer we een fictieve prijs opstellen alternatieve energie wel kan concurreren. Met andere woorden, ik zeg dat de hemel blauw is en zij brengt daar als argument tegen in dat wanneer we een fictieve kleur hanteren de hemel geel is.

Met haar laatste punt – dat je zowel moet investeren in wetenschappelijk onderzoek naar efficiëntere energietechnieken als de thans nog inefficiënte technieken moet subsidiëren met belastinggeld – heeft ze wellicht gelijk. Ik heb vaak geschreven dat het doodzonde is om veel geld te stoppen in energietechnieken die niet op eigen kracht kunnen concurreren maar dat doe ik nu net niet in het stuk uit 2009 waar mejuffrouw zich zo aan ergerde. Ik stelde daar slechts de vraag wat verstandiger is.

Ze eindigt door me vermanend toe te spreken met een citaat van Reagan uit 1984 waarin zij leest dat het klimaat boven de partijen moet staan. In het bewuste citaat heeft Reagan het evenwel over ‘environment’. Daarmee bedoelde hij niet het klimaat (dat zou pas in 1990 populair worden)  maar milieuvervuiling. Welnu, als er iemand is die al veertig jaar continu toejuicht dat de milieuvervuiling afneemt, dan ben ik het wel. Lees maar na in mijn 300-pagina’s dikke boek Alles wordt beter – nou ja, bijna alles.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.