kennis

Mondiger patiënt doet populariteit second opinion stijgen

Door Simon Rozendaal - 01 maart 2016

Als je vroeger een second opinion wilde, werd de arts boos. Tegenwoordig is het geaccepteerd en helpt de zorgverzekeraar je zelfs zoeken.

Ronald de Wit is hoogleraar oncologie aan het Erasmus MC en wordt geregeld gevraagd voor een second opinion, een soort contra-expertise. Hij begrijpt het wel. Zijn vakgebied – kanker van de schaamstreek – is behoorlijk ingewikkeld geworden. Het wemelt van de nieuwe medicijnen, immuuntherapie is in opkomst, er is een fel debat over hoeveel waarde je moet toekennen aan de uitkomsten van de gangbare PSA-test, de ene chirurg zweert bij chemische castratie, een andere bij handmatig opereren, een derde gelooft heilig in de Da Vinci-operatierobot.

De Wit (60): ‘Ik word veel meer gevraagd voor een second opinion dan vroeger. Dat komt deels doordat het in de mode is, maar ook doordat artsen in een regionaal of algemeen ziekenhuis niet alle ontwikkelingen overzien. Dus begrijp ik het als een patiënt een second opinion wil bij een gespecialiseerd of academisch ziekenhuis.’

De second opinion hoort bij het patiëntenrecht, stelt de overheid op haar website. De staat adviseert patiënten altijd eerst contact op te nemen met hun zorgverzekeraar, want niet alle verzekeraars vergoeden dit tweede consult.

Complicatie is dat de arts aan wiens oordeel wordt getwijfeld (die van de ‘first opinion’) een verwijsbriefje moet schrijven. Die moet dat doen, zoals op de site van de overheid staat: ‘Tenzij hij daartegen zwaarwegende argumenten heeft die hij u gemotiveerd kenbaar maakt.’

Succesvol

In de praktijk gaat het bijna altijd goed, vertelt Marie-José van Gardingen, woordvoerder van CZ. De zorgverzekeraar hielp in 2015 3.800 patiënten bij het vinden van een second opinion-arts. Het werkelijke aantal second opinions is groter. ‘Mensen die zonder onze bemiddeling naar een andere arts gaan, vallen hierbuiten. Op de rekening staat niet dat het om een second opinion gaat.’

De opkomst van de second opinion heeft naast de toegenomen complexiteit van de medische wetenschap nog meer oorzaken. Een daarvan is dat patiënten mondiger zijn. Dat begon met de aidscrisis in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Met dank aan actiegroepen zoals ACT UP waren aidspatiënten eerder en beter dan hun behandelaars op de hoogte van nieuwe medicijnen.

Daarnaast wemelt het van de websites waarop informatie over ziekten en aandoeningen valt te vinden. Die zijn niet allemaal even betrouwbaar, maar er zijn degelijke sites waarachter artsen en andere deskundigen zitten. Deze ontwikkeling gaat alleen maar verder. Zo werkt Google aan een app (Doctor Google) die dia­gnoses moet kunnen geven.

Ten slotte kan de opkomst van de second opinion in Nederland niet los worden gezien van het ontstaan van grote zorgverzekeraars vanaf 2006. Er wordt veel gemopperd op marktwerking in de zorg, maar feit is dat er bij de zorgverzekeraars kennis is over welke artsen het succesvolst zijn.

Meerwaarde

Er zijn tegenwoordig ook bedrijven die bemiddelen bij second opinions. Best Doctors bijvoorbeeld, in 1989 opgericht door artsen en de Harvard Business School. In wezen is het een lijst van de beste specialisten op elk gebied, waar ook ter wereld.

CZ heeft in 2015 via Best Doctors ruim 500 mensen verwezen voor second opinions buiten Nederland. Best Doctors werkt op afstand. Specialisten krijgen het dossier waarover advies wordt gevraagd en sturen per mail een rapport met hun opvatting. Van Gardingen van CZ: ‘Toen wij met het vergoeden van second opinions in het buitenland startten, via Best Doctors, was er wel tegenstand. De zorg in Nederland is goed genoeg voor de Nederlanders, vonden sommige artsen.’ Dat is inmiddels helemaal veranderd.

Ronald de Wit – op de lijst van Best Doctors voor urologische kankers – zegt dat artsen zich niet hoeven te schamen dat ze niet alles weten. ‘Ik ben goed op de hoogte van sommige tumoren, maar weet lang niet alles van alle kankers. Iedere oncoloog ziet in dat een second opinion meerwaarde kan hebben. En ik kan me goed voorstellen dat een patiënt niet weet hoeveel kennis zijn oncoloog heeft over zijn kanker.’

De Wit adviseert patiënten om altijd aan hun behandelaar te vragen hoeveel ervaring hij heeft met het ziektebeeld in kwestie. Een second opinion vragen, heeft volgens hem vaak zin. ‘Bij de patiënten die voor een second opinion bij mij komen, verander ik in ongeveer de helft van de gevallen het behandelbeleid in meer of mindere mate. Dat leidt nooit tot frictie met de collega bij wie de pa­tiënt onder behandeling is.’

Wel waarschuwt De Wit voor overspannen verwachtingen. ‘Wie te horen krijgt dat hij een niet te opereren kanker heeft, zal dat met 99 procent zekerheid ook horen bij een second opinion.’

Het bedrijf ziet erop toe dat de patiënt bij deze superartsen terecht komt en snel en adequaat wordt behandeld. Tot nu toe heeft Mediguid bij wijze van proef tien patiënten begeleid, maar Hendriks heeft goede hoop dat hij in de loop van 2017 op duizend cliënten zal zitten. Die zullen daar een bedrag van 750 tot 2.500 euro voor moeten betalen.

Elsevier nummer 9, 5 maart 2016

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.