Peter Riezebos

Willen we een kenniseconomie? Investeer in online onderwijs

Door Peter Riezebos - 23 januari 2014

Online leervormen winnen terrein binnen het hoger onderwijs. Nog verdere doorvoering in ons onderwijssysteem is onvermijdelijk: tijd om flink te investeren.

Vergeleken met het buitenland staat het online aanbod van hogescholen en universiteiten in Nederland in de kinderschoenen. Hoewel qua wetgeving al veel mogelijk is, zijn Nederlandse instellingen nog altijd voorzichtig. Maar er is een kentering gaande.

Online onderwijs voor de student bestaat – in lichte vorm – al jaren. Buitenlandse successen, pedagogische inzichten en onderkenning van het belang van leerdifferentiatie schreeuwen om educatieve vernieuwing. Om ingrijpende veranderingen waarbij studeren meer en meer online zal plaatsvinden.

Waarom blijven de meningen dan toch verdeeld?

Flexibiliteit

Een groot voordeel is dat online onderwijs plaats- en tijdonafhankelijk is. Het biedt de student flexibiliteit. In plaats van te zijn aangewezen op vaste contacturen, kan de student op elk gewenst moment college volgen.

Wekelijks een paar uur of een weekend non-stop. Deze vrijheid maakt variabiliteit in leren beter mogelijk.

Ook vanuit financieel oogpunt is online lesgeven voordelig. Colleges van vakken die inhoudelijk niet snel veranderen, kunnen na opname worden hergebruikt. Critici claimen onterecht dat online omgevingen kostbaar zijn: dat argument vervalt doordat fysieke locaties minder vaak nodig zijn.

Big data

Online gedrag en prestaties kunnen worden opgeslagen, resulterend in grote datasets, ook wel big data genoemd. Het analyseren van deze data verschaft inzicht in algeheel leergedrag. Op basis hiervan kan onderwijsmateriaal worden aangepast, en verbetert het onderwijs als geheel.

Studenten verschillen sterk in hun leerbehoeften – daarover bestaat algehele consensus. Online onderwijs speelt hierop in door op maat gesneden modules en een flexibel karakter.

Er zijn ook grote nadelen. Zo vergt online onderwijs veel motivatie en discipline van de student. De aanwezigheid van andere leden van de sociale groep in combinatie met een professionele begeleider – een docent of een professor – fungeert als motivatie om actief deel te nemen.

Fysieke afstand

Hun afwezigheid vergt een ijzeren discipline of online alternatieven, waarmee wereldwijd al volop wordt geëxperimenteerd.

In 2010 nam ik deel aan een conferentie in Engeland over dit onderwerp. Een van de sprekers vertelde over de succesvolle manier waarop hij zijn PhD-studenten online begeleidde. In plaats van fysiek samen te komen, spraken ze af in Second Life.

Het kwam de kwaliteit van de interactie ten goede. De fysieke afstand – en daarmee de afwezigheid van sociale status en hiërarchie – maakte het voor de studenten eenvoudiger om met hun promotor te communiceren.

Vooral in Azië, waar zaken als power distance (de mate van machtsafstand) veel invloed hebben, vereenvoudigt het de communicatie.

Onmisbaar

De jeugd groeit op met permanent online zijn en allerlei technologische hoogstandjes. Interfaces zijn zo toegankelijk dat kinderen, zelfs baby’s, zich spelenderwijs ontpoppen tot flexibele leerlingen en sociale, proactieve online participanten.

Logisch dat zij technologie volwaardig zullen inzetten ten behoeve van hun ontwikkeling.

Online onderwijs is niet meer weg te denken. Technische ontwikkelingen gaan bijzonder snel. Traditioneel onderwijs is niet meer de standaard. Ook is het niet bestand tegen de onmiskenbare voordelen op het niveau van individualiteit in leren.

Op zijn minst is een verdergaande samensmelting noodzakelijk, met de ambitie van een volledige transitie in de toekomst. Dit soort vernieuwingen draagt bij aan de kenniseconomie. We moeten dus investeren!

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.