Simon Rozendaal

De Nederlander is anno 2015 gezonder dan hij ooit is geweest

Door Simon Rozendaal - 11 mei 2015

De medische vooruitgang in de afgelopen eeuw is ontzagwekkend, maar het gevaar dreigt dat die zichzelf in de staart bijt.

De voormalige kapitein op een Engels koopvaardijschip houdt een lezing. Flinke buik, dito uitstraling, joviaal, zelfverzekerd. Halverwege haalt hij uit de binnenzak van zijn blazer iets wat op een afstandsbediening lijkt en houdt het tegen zijn borst. Klik.

Hij hijgt als een hordeloper en komt niet meer coherent over. Verdwenen is de bonhomie. Er staat opeens een deerniswekkende patiënt die de controle kwijt is. Het is een verbijsterende metamorfose. Niet alleen omdat het illustreert hoe de ziekte van Parkinson het bestaan aantast.

Verbluffend

Het is vooral verbluffend dat dit tegenwoordig mogelijk is. Zoals een ander vanuit een luie stoel overschakelt van NPO1 naar SBS 6, zapt deze patiënt zijn brein naar parkinson.

Opnieuw pakt de Brit de afstands­bediening. De trillende hand zoekt de knop en slaagt daar na enkele seconden in. Opnieuw klinkt een klik en ja hoor, hij heeft zichzelf naar het gezonde leven teruggezapt.

Hij verkrijgt al snel zijn gewone aplomb: ‘Ik heb 3,3 volt in mijn hersenen en krijg honderd keer per seconde een stootje.’

Wie zo’n tafereel ooit heeft gezien, vergeet het nooit meer. Het betreft Deep Brain Stimulation (DBS). De patiënt heeft twee kleine elektroden tussen de oren plus een op afstand bedienbaar computertje in de borst en houdt daarmee het bewuste hersencentrum in het gareel.

Tovenarij

De techniek bestaat inmiddels twintig jaar en is wereldwijd bij duizenden mensen toegepast, met parkinson, dwangneurose, ernstige depressie, epilepsie en het syndroom van Gilles de la Tourette.
De techniek illustreert hoe ver we als mensheid zijn gekomen.

Hoeveel we weten van ons eigen lijf, van de mankementen die het kan hebben en wat we eraan kunnen doen. Zouden we heelmeesters van vroeger naar onze eeuw transporteren, dan hadden die hun ogen niet geloofd. Dit is geen artsenij, dit is tovenarij!

Tot een paar eeuwen geleden wist een arts niets en kon hij niets. Waar de huidige medicus het brein kietelt, een bloedvat oprekt met een ballonnetje, duizenden effectieve medicijnen tot zijn beschikking heeft en pasgeborenen met een simpel prikje beschermt tegen infectieziekten, had zijn voorganger niet veel meer dan blaartrekken, aderlaten en piskijken.

Kwakzalverij

Zoals historicus Barbara Tuchman over de Late Middeleeuwen schreef: ringwormen werden behandeld door de schedel in te smeren met jongensurine, jicht met een pleister van geitenstront.

Cees Renckens stelde in Dwaalwegen in de geneeskunde: ‘Terugkijkend op oude tijden is het praktisch onmogelijk een onderscheid te maken tussen kwakzalverij en officiële geneeskunde.’

De zeventiende-eeuwse Amsterdamse geneesheer Gerard Goris vond dat je pestbuilen zo snel mogelijk tot rijping en verettering moest zien te brengen, meldt Annet Mooij in Van pest tot aids.

Op de bulten moest een verband met gemalen Spaanse vlieg worden aangelegd, zodat een blaar werd getrokken. Voorts was het zaak ‘de gemaakte blader open te knippen, en deselve dan met een rood koolsblad, met wat boter bestreken, te bedekken, opdat d’opening dus mogt vogtig blijven, en de vuile vogten dies te beter daar mogten uitzij­pelen. ’s Anderendaags moet men een pap van zuurdeeg, duyvendrek, ajuin, vygen, lelybollen en wijnruyt, in oud bier gekookt en ­gestampt, en daar alonder wat althemeel honig, basilicum, theriac en scorpioen-oly gemengt, daar zo warm als men verdragen kan, omslaan.

En dan te bedenken dat in de zeventiende eeuw de Verlichting en de proefondervindelijke wetenschap begonnen. Alom werd in lijken gesneden om te ontdekken hoe een lichaam werkt; de bloedsomloop werd ontdekt; bacteriën en zaadcellen openbaarden zich door de lens van microscopen.

Bezopen

Op de vaardigheden van artsen had deze nieuwe kennis echter weinig effect. Het was behelpen en het werd voortmodderen.

Voordat de Hongaarse arts Ignaz Semmelweis halverwege de negentiende eeuw erover begon, wisten dokters niet eens dat ze hun handen moesten ontsmetten voordat ze gingen opereren. Tot 1850 was drank het enige verdovingsmiddel.

Een been werd geamputeerd terwijl de bezopen patiënt op een houtje moest bijten. Pas in 1847 werd in Utrecht, enkele jaren nadat dit voor het eerst in Boston was gedaan, een patiënt onder ethernarcose geopereerd.

Honderd jaar geleden hield huisarts Johan Hers in Oud-Beijerland een dagboek bij. Wie dat leest, is geschokt. Nogmaals, veel van wat we nu weten over het lichaam en ziekteverwekkers, wist Hers al. Hij hield zijn vakliteratuur bij en ging regelmatig naar opfriscursussen. Kennis was niet de bottleneck, het probleem waren zijn lege handen.

Niet zelden schreef Hers zijn patiënten slaolie voor in- en uitwendig gebruik voor. Hij concentreerde zich op de kwaliteit van de urine en de consistentie van fluimen en ontlasting. Let wel, dit gaat over slechts honderd jaar geleden.

Invriezen

De Nederlander anno 2015 is gezonder dan hij ooit is geweest. Dat komt bovenal door de toegenomen welvaart. Met geld kun je alles kopen. Nou ja, bijna alles. Geen eeuwig leven, al hopen de miljonairs die zich hebben laten invriezen in de hoop op doorbraken in de toekomst, daar wel op.

Maar wel een betere gezondheid. Die hebben we langs verschillende wegen verkregen.

In Aan tafel! schrijft historicus en journalist Ileen Montijn: ‘De soberheid waarin het gros van de bevolking in 1891 leefde, zonder snoep, vrijwel zonder vlees, met een minimale afwisseling van brood, slechte aardappelen, peulvruchten, wat vet, wat melk, azijn, stroop, gort en met als belangrijkste voedingszorg of er wel genoeg zou zijn, kan geen enkele Nederlander zich nu nog voorstellen.’

Door betere landbouwtechnieken, kunstmest en pesticiden is dat voedsel ook nog eens goedkoper dan ooit. Volgens gegevens van de Wereldbank kost, uitgedrukt in valuta van nu, voedsel minder dan eenderde van wat het kostte in 1955.

Graan is zelfs tien keer zo goedkoop als het in de afgelopen vijfhonderd jaar is geweest. Bovendien hebben we betere medicijnen, vernuftiger vaccins, inventievere ­diagnoses en beter opgeleide artsen gekocht.

Revolutie

Het goede nieuws is dat deze ontwikkeling nog in volle gang is. De medisch-technologische revolutie versnelt vooralsnog alleen maar. Door de goedkoper en beter wordende digitale mogelijkheden plus het daarmee gepaard gaande vermogen om het menselijk DNA-molecuul af te lezen, gaan we nog beter begrijpen hoe het menselijk lichaam in elkaar steekt.

Het slechte nieuws is dat de wet van de afnemende meer­opbrengst in werking is getreden. Nu al slokt de gezondheidszorg 15 procent op van wat we met z’n allen verdienen, en als we niet uitkijken, wordt dat straks 20 procent.

Gezondheid is een groot goed, maar het moet niet te gek worden.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.