Simon Rozendaal

Het begrip ‘duurzaam’ is te vaag om toekomstbestendig te zijn

Door Simon Rozendaal - 05 juni 2015

Begrip ‘duurzaam’ getuigt van goede intenties maar het is verre van duidelijk wat ermee wordt bedoeld. En let op: niet te lang douchen!

Duurzaamheid is hot. Elk zichzelf respecterend bedrijf noemt zijn producten duurzaam, heeft duurzaamheidsteams, organiseert duurzaamheidslunches of neemt een duurzaamheidsparagraaf op in het jaarverslag. Het begrip getuigt onmiskenbaar van goede bedoelingen. Maar wat betekent het?

In woordenboeken werd het vroeger omschreven aan de hand van een kozijn: zit de beits er goed op, dan gaat het houtwerk langer mee.

In 1987 herdefinieerde een commissie van de Verenigde Naties onder leiding van de voormalige Noorse minister-president Gro Brundtland het als ‘een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in de eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen’.

Een jaar of tien later werd gepoogd het af te bakenen middels de 3P-definitie: people, planet, profit. Dat werd door ingewijden als een verbetering beschouwd. Toen het begrip rond 2008 opeens extra populair werd en journalisten nieuwsgierig informeerden wat het toch mocht betekenen, antwoordde de minister van Milieu Jacqueline Cramer, tevens hoogleraar duurzaam ondernemen, immers steevast dat het om een evenwicht tussen de 3 P’s ging.

In taalkundig opzicht werd het er niet beter op. Alsof je in een vlek aan het wrijven bent.

Kooldioxide

In de praktijk wordt het vaak in verband gebracht met de opwarming van de aarde door fossiele brandstoffen, maar het woord wil nogal eens uitwaaieren.

Bijvoorbeeld naar de badkamer. Eerst deelde Unilever-topman Paul Polman, altijd hoog in de duurzame top-100 van Trouw, mee dat de gemiddelde Nederlander te lang onder de douche stond. Daarna riepen milieu­activisten de burger op vaker onder de douche te plassen en zo de wereld weer wat leefbaarder te maken.

Of neem het proefschrift van Pim Croes. Die promoveert op een berekening waarin hij de ‘verborgen’, niet-duurzame, prijs van een product meetelt. Het persbericht van de Universiteit Utrecht: ‘Een T-shirt van 3 euro is weliswaar goedkoop maar tegen welk loon is het gemaakt en welke risico’s lopen de werknemers? Hoelang kunnen we nog doorgaan met het gebruiken van onze landbouwgronden, toedienen van antibiotica bij dier en mens, delven van mineralen, vangen van vis en uitstoten van kooldioxide. Hoeveel duurder was een product geweest, gemaakt zonder al deze risico’s?’

Het moge duidelijk zijn: met duurzaamheid kun je alle kanten op.  Het voordeel daarvan is dat alles en iedereen zich met het etiket kan tooien. Wie kleren door gehoorgestoorde naaisters in India laat maken, prijst dit als ‘duurzame’ mode aan.

Een minister verdedigde de bouw van kolencentrales eens met het argument dat anders nooit de doelstelling voor duurzaamheid kon worden gehaald. Beide voorbeelden zijn niet verzonnen.

Inhoudsloos

Als alles duurzaam mag heten, dan is het begrip klaarblijkelijk hol. Zo worden in het bovengenoemde proefschrift antibiotica tot niet-duurzaam bestempeld. Daar zit iets in. Het toedienen ervan leidt niet zelden tot resistentie bij bacteriën. Dan moeten er weer nieuwe antibiotica worden ontwikkeld en dat klinkt niet erg toekomstbestendig.

Aan de hand van de 3P-definitie kan ook worden betoogd dat antibiotica juist buitengewoon duurzaam zijn. Ze redden levens (people), zijn goed voor de farmaceutische industrie (profit) en vergen maar weinig energie en grondstoffen (planet). De 3P-definitie leent zich goed om veel van wat als duurzaam wordt beschouwd, onderuit te halen. Zo zijn talloze weldenkende mensen de mening toegedaan dat als iets duurzaam is, het meer mag kosten.

Welnu, als  er één schaars goed bestaat waarmee we met het oog op de kindskinderen zorgvuldig moeten omgaan, dan is het wel geld.

Een begrip dat zo inhoudsloos is, kan niet toekomstbestendig zijn. Dat blijkt. Wat gisteren duurzaam heette, is dat vaak vandaag niet meer. Biobrandstof werd een jaar of vijftien geleden gepromoot door de Europese Unie. Alle landen moesten bioalcohol door de benzine en koolzaadolie door de diesel mengen, want brandstof die uit planten wordt gewonnen, gold als duurzaam.

Nu zijn zowel de milieubeweging als ontwikkelingsorganisaties om redenen van duurzaamheid fel gekant tegen biobrandstof.
Hoe langer je over duurzaam nadenkt, hoe vreemder het wordt. Zo past het bepaald niet bij de menselijke aard. Het grote succes van Homo sapiens is dat onze voorouders problemen oplosten wanneer die zich voordeden.

‘Voetafdruk’

Die oplossingen schiepen op hun beurt andere problemen, maar ook die konden weer worden opgelost. Zo, al schotsje springend, is de mens ver gekomen.

Wij proberen al spelend en experimenterend het een en ander. Dat is het verschil met andere dieren. Lukt het niet, pech gehad; ziet het er goed uit, dan gaan we verder. Als onze voorouders op elk initiatief het voorzorgsbeginsel hadden losgelaten, zaten we nu nog in berenvellen rond een houtvuur.

Duurzaamheid wordt vaak in verband gebracht met ‘de menselijke voetafdruk’. Als de rest van de wereld gaat leven als de Europeanen en vooral de Amerikanen, hebben we nog een paar planeten nodig. En dus moet de menselijke voetafdruk kleiner. Dit illustreert dat liefhebbers van duurzaamheid niet altijd dol zijn op hun soortgenoten. Sommigen bestempelen de mens zelfs als planetaire tumor.

De Amerikaanse bioloog (en groene held) Edward Wilson heeft er echter op gewezen dat de mens in wezen ‘biofiel’ is. Wij houden van de natuur en van andere dieren. Zodra we maar brood op de plank hebben (de grens ligt bij een gemiddeld jaarinkomen van 5.000 euro), komt die biofilie eruit. Dan kappen we geen bossen meer, maar planten bomen.

Dan eten we de wintertaling niet meer op, maar kijken er door een verrekijker naar. Welvaart en economische groei zijn niet de vijanden van milieubesef en – toe dan maar – duurzaamheid, ze voeden het.

Borstklopperij

Misschien is de belangrijkste functie van duurzaam wel dat het onderscheid maakt tussen ‘goede’ en ‘slechte’ mensen. Wie met duurzaamheid bezig is, zegt: bij mij zit het hart op de juiste plaats. Dat is vaak een reden om op je qui-vive te zijn. Vooral handelaren in tweedehandsauto’s zeggen: kom op, je kunt me toch vertrouwen?  Mensen die iets ‘duurzaams’ aanbieden, weten doorgaans dat hun product zichzelf niet verkoopt.

Dat maakt de duurzame borstklopperij ook ietwat lachwekkend. Zoals al die schoonheidskoninginnen die Miss World willen worden, weten dat ze ook op intelligentie en maatschappelijke betrokkenheid worden beoordeeld en dus één voor één benadrukken hoezeer ze voor de wereldvrede zijn.

Elsevier nummer 24, 13 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.