Simon Rozendaal

Internet maakt patiënt mondiger, maar biedt ook medische onzin

Door Simon Rozendaal - 11 augustus 2015

Als burgers menen dat ze het beter weten dan artsen en specialisten en die zelfs gaan wantrouwen, dan wordt dokter Google een gevaarlijke kwakzalver.

Internet is een fraaie uitvinding. Het maakt de wereld tot één groot dorp en kennis is slechts één muisklik ver. Maar zoals elke vernieuwing kent ook internet nadelen. Er staat bijvoorbeeld veel onzin op. Onrijpe informatie, die begeleiding behoeft door mensen die beter op de hoogte zijn, bijvoorbeeld omdat ze hebben doorgeleerd.

Internet biedt mensen de mogelijkheid om die deskundigen over te slaan. Aldus kan de burger worden gesterkt in dubieuze opvattingen. Westerse imams wezen daarop toen ze constateerden dat Syriëgangers en aspirant-onthoofders hun religieuze opvattingen ontlenen aan sjeik Google (verwijzend naar de gelijknamige zoekmachine).

Bij gezondheid speelt dit ook. Er is geen gebrek aan websites die mensen steunen in hun denkbeeld dat de farmaceutische industrie ons probeert te vergiftigen via vaccinaties, of dat alle denkbare kwalen worden veroorzaakt door een tekort aan een bepaald vitamine.

Misvatting

De eeuwige incompleetheid van de wetenschap biedt daar ook ruimte voor. Het gebeurt immers geregeld dat opvattingen die gisteren juist leken, vandaag een misvatting blijken. En dat versterkt weer de positie van dokter Google.
In veel opzichten is deze virtuele arts een verrijking. Op elke gezondheidsvraag biedt hij een spectrum aan antwoorden en draagt aldus bij aan wat wel patient empowerment wordt genoemd: de kenniskloof tussen arts en patiënt wordt kleiner. De patiënt wordt mondiger en machtiger.
Dit kan echter doorslaan. Als burgers menen dat ze het beter weten dan artsen en specialisten en die zelfs gaan wantrouwen, dan houdt dokter Google op om huisvriend te zijn en wordt hij een gevaarlijke kwakzalver.

Elsevier nummer 33, 15 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.