Simon Rozendaal

Verdeling van medicijnen begint op roulette te lijken

Door Simon Rozendaal - 14 september 2015

Steeds meer medicijnen worden via het ziekenhuis verstrekt. Zo krijgen niet alle patiënten de middelen die hun leven verlengen.

De farmaceutische industrie brengt de westerse samenleving ernstig in verwarring. De almaar stijgende prijzen van medicijnen overschrijden de grenzen van de solidariteit. Steeds vaker kan een land als Nederland het zich eigenlijk niet meer veroorloven om zieke mensen de medicijnen te geven die hen kunnen genezen.

Neem hepatitis C. Dat is een ernstige virusziekte die vooral de lever aantast en waaraan naar schatting 60.000 Nederlanders lijden. Sinds kort zijn er geneesmiddelen tegen en dit keer is het woord ‘geneesmiddel’ terecht.

Doorgaans wordt het woord ‘geneesmiddel’ gebruikt als synoniem voor medicijn. Dat klopt eigenlijk niet, want de meeste medicijnen genezen geen ziekten maar verminderen slechts symptomen. In het geval van hepatitis C echter is sprake van heuse geneesmiddelen. Een kuur van drie maanden volstaat om het virus te doden en dan is de patiënt echt virusvrij en dus genezen!

Helaas zijn de desbetreffende medicijnen zo duur dat niet alle patiënten die er baat bij zouden hebben ervoor in aanmerking komen. Slechts degenen met de ernstigste klachten (minder dan 10 procent van het totaal) krijgen de bewuste geneesmiddelen.

Rolstoelen

Iets vergelijkbaars geldt voor reuma. De zogeheten TNF-remmers waarmee reuma tegenwoordig wordt behandeld, zijn weliswaar niet zo revolutionair als de geneesmiddelen tegen hepatitis C maar toch maken ze het leven voor patiënten met deze vergroeiingen ten gevolge van ontstekingen aanzienlijk makkelijker.

Oudere reumatologen die hun hele leven lang patiënten met vergroeide handen in rolstoelen hebben gezien, knijpen zich tegenwoordig in hun armen: patiënten hebben veel minder pijn en kunnen weer dansen en tennissen.

Maar ook hier komen lang niet alle patiënten in aanmerking voor de nieuwe en peperdure medicijnen. Reumatologen hebben van de zorgverzekeraars en het ministerie de opdracht gekregen om zo lang mogelijk de oude en minder effectieve reumamedicijnen voor te schrijven. Pas als het niet anders kan, mogen de patiënten overstappen op de nieuwe middelen.

Het wordt ronduit schrijnend bij de behandeling van kanker. Daartegen zijn de afgelopen jaren honderden wonderbaarlijke medicijnen op de markt gekomen.

Het zijn alweer geen echte geneesmiddelen, maar wel slagen de nieuwe biologicals – middelen die de werking van lichaamseigen eiwitten nabootsen of blokkeren – erin om voor een flink deel van de patiënten het leven met vele jaren te verlengen.

Pijnstillers

De nieuwe medicijnen kosten echter vaak enkele tienduizenden euro’s per patiënt per jaar. En dus willen niet alle ziekenhuizen de pillen en injecties fourneren. Daardoor doet zich in Nederland de situatie voor dat een kankerpatiënt met de ene postcode wel de best denkbare behandeling krijgt, maar een patiënt met een verkeerd adres het moet doen met pijnstillers.

Dat kan in een van ’s werelds rijkste landen niet de bedoeling zijn. Het ligt voor de hand om de zwartepiet bij de farmaceutische industrie te leggen. En natuurlijk moet die zo langzamerhand eens inzage geven in de manier waarop de hoge prijzen tot stand komen. Feit is evenwel dat de overheidsuitgaven voor merkmedicijnen de afgelopen jaren stabiel zijn en zelfs een tikje dalen.

De overheid dient ook de hand in eigen boezem te steken. Het financieringssysteem voor medicijnen deugt niet. De afgelopen jaren zijn allerlei medicijnen overgeheveld van de apotheek naar het ziekenhuis. De ziekenhuizen moeten die dure medicijnen uit hun ‘eigen’ budget financieren.

Ook dat budget komt natuurlijk allemaal bij de burger en belastingbetaler vandaan, maar ze moeten er wel mee zien te schipperen. Dat lukt steeds minder goed, waardoor de verdeling van medicijnen over patiënten op roulette begint te lijken.

Elsevier nummer 38, 19 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.