Willemijn Kadijk

Het ‘mosmeisje’ reageert op artikel over broeikaseffect

Door Willemijn Kadijk - 04 december 2015

Boven een artikel van Elseviers wetenschapredacteur Simon Rozendaal stond een foto van een dame met mos op haar gezicht. Deze dame, Willemijn Kadijk (19), bleek niet geamuseerd te zijn over het feit dat haar gezicht boven dit artikel stond. Hieronder legt ze uit waarom.

Het was een rare ervaring om mijn gezicht opeens overal in het nieuws te zien: een blonde studente met groene ogen omringd door mos. Ik was best trots dat een foto van mij gebruikt werd om het succes en de strijdbaarheid van de Nederlandse klimaatbeweging te tonen, hoewel ik me mijn mediadebuut niet helemaal had voorgesteld als een halve ent.

Halve waarheden

Precies het tegenovergestelde gevoel bekroop me toen ik zag dat mijn gezicht ook boven dit artikel van Simon Rozendaal op elsevier.nl stond.

Meneer Rozendaal noemt zichzelf wetenschapredacteur, maar publiceert wel een artikel met een grote hoeveelheid aan halve waarheden en onwaarheden. Daarom zat ik al snel met een groep vrienden met verstand van zaken de genoemde feiten in het artikel te controleren, of beter gezegd, te ontkrachten. Ik kan u nu al verklappen dat er veel onzin en weinig zin stond. Voor uw vermaak en ter lering voor Simon hebben we ze voor u op een rijtje gezet.

  • ‘Ook meende Arrhenius dat de oogsten groter zouden zijn in een warmer wordende wereld en dat was heel positief in een tijd dat de wereldbevolking snel aan het groeien was.’ 
    Deze stelling klopt, maar is misleidend. Het positieve effect geldt alleen voor koude gebieden op hoge breedtegraden (dus heel noordelijk of zuidelijk). De hoeveelheid en het gevaar van de negatieve effecten is veel groter. Effecten zoals afnemende watervoorraden, slechtere rijstoogsten, mogelijk desastreuze veranderingen in ecosystemen, overstromingen en meer bosbranden zullen steeds vaker voorkomen. Deze negatieve effecten kun je nu al zien in de Amerikaanse staat Californië en het Midden-Oosten, in de vorm van aanhoudende droogtes. Deze verwoesting van leefomgevingen leidt weer tot schaarste en spanningen, waardoor sociale problemen ontstaan, die bijvoorbeeld leiden tot klimaatvluchtelingen.
  • ‘Daarbij kwam dat de jonge en nog niet erg rijpe klimaatwetenschap hunkerde naar aandacht en maatschappelijke waardering.’
    Het vaak gebruikte argument dat de wetenschap het niet precies genoeg weet, klopt niet echt meer. Er is naar weinig dingen zoveel onderzoek gedaan als naar klimaatverandering. Door de modellen met historische scenarios en recente vulkaanuitbarstingen te vergelijken, hebben we een relatief goed begrip van de trends en effecten van klimaatverandering. Daarnaast blijkt de opwarming van de aarde in de afgelopen 2 decennia aan de hoge kant te liggen vergeleken met de IPCC-voorspellingen. Men zou dus eerder kunnen zeggen dat het IPCC te conservatief is qua opwarming en effecten.
  • ‘Klimaatsceptici publiceren in verschillende tijdschriften en gaan naar verschillende conferenties.’
    Deze uitspraak klopt, aan de ene kant heb je de wetenschappers die naar wetenschappelijke conferenties gaan en die in peer-review vakbladen publiceren, waar 90% van de papers wordt geweigerd. Aan de andere kant publiceren sceptici (bijna nooit mensen die experts zijn op klimaatgebied) in bladen die geen enkele klimaatwetenschapper serieus neemt. Ook gaan ze naar conferenties van het Heartland Institute, dat gesponsord wordt door bijvoorbeeld Exxon en rijke, conservatieve donors. Een debat moet worden gevoerd op basis van feiten, en de ‘feiten’ die meneer Rozendaal aanhaalt zijn al jaren of zelfs decennia geleden ontkracht door middel van wetenschappelijk onderzoek.
  • ‘Tegelijkertijd is het onmiskenbaar dat de relatie tussen CO2 en de temperatuur niet één op één is. […] Ook in de afgelopen eeuw was de relatie tussen de temperatuur en kooldioxide allesbehalve eenduidig.’
    Integendeel. Gepubliceerde studies laten deze relatie goed zien. Data van de Vostok Ice Cores gaan terug tot 400.000 jaar geleden. Wat deze eeuw betreft, gebruikt meneer Rozendaal een argumentatietechniek die ‘cherry-picking’ heet. Hierbij gebruikt een auteur alleen de informatie die hem goed uitkomt.
    Als we namelijk naar de lange termijn kijken (waar klimaat over gaat), bijvoorbeeld de laatste eeuw, dan is de opwarmingstrend duidelijk zichtbaar. Korte-termijnvariaties zijn geen relevante factor voor de lange termijn. En dat CO2 temperatuurstijging voor ging? Dat klopt voor de eerste paar procent, vervolgens kwam door terugkoppelingsmechanismen meer CO2 in de lucht die het overgrote deel van de temperatuurstijging veroorzaakte.
  • ‘Hoe kunnen klimatologen zowel stellen dat de rol van de zon zeer beperkt is, als toegeven dat ze niets van de zon begrijpen?’
    Met een half uur zoeken is het simpel om minimaal 20 peer-reviewed studies van de afgelopen 20 jaar te vinden die allemaal concluderen dat invloed van de zon op de huidige veranderingen maar klein is.
    Bovendien neemt solar irradiance (hoeveel energie de zon uitstraalt) al 35 jaar enigszins af en dat is dus zelfs tegengesteld aan opwarming!
  • ‘Er zijn sinds 1992 al meer dan honderd internationale conferenties geweest, er ligt het Kyoto-protocol, er zijn enorme subsidies voor wind- en zonne-energie, er is een handel in emissierechten, maar de werkelijkheid is dat de mondiale uitstoot van CO2 alleen maar toeneemt.’
    Hier beargumenteert de heer Rozendaal dat omdat de reductie nog niet gelukt is, we maar moeten stoppen met dat proberen en ons er verder geen zorgen over te maken. Als we zo met alle problemen om zouden gaan zou er nooit iets opgelost worden.
  • ‘Alternatieve energie, die nu nog niet kunnen concurreren, zoals windmolens en zonnecellen…’
    Er is een enorme prijsdaling voor alternatieve energie te zien in de afgelopen 10 jaar en dit gaat nog steeds door. Belangrijker, het is oneerlijke concurrentie omdat olie-, gas- en kolencentrales de lucht gratis mogen vervuilen.
    Als de vervuiler wel betaalt voor zijn vervuiling, is alternatieve energie zeer concurrerend (en is dat nu, zonder dat de vervuiler betaalt, in sommige gevallen al). Laten we daarnaast ook niet vergeten dat de fossiele brandstoffen ook stevig worden gesubsidieerd, met een bedrag van 5,6 miljard euro in 2010.
  • ‘ …te investeren in wetenschappelijk onderzoek, waardoor we over een jaar of twintig dusdanig goedkope en efficiënte vervangers van aardolie hebben dat we allemaal massaal overstappen op die nieuwe energiebronnen.’
    Er zit een vertraging in de effecten van klimaatverandering; wij zien nu de resultaten van vervuiling in de vorige eeuw. Deze effecten stapelen zich nog steeds op ‘as we speak’. Wat wij nu uitstoten wordt voor een groot deel door onze kinderen gevoeld. Om de effecten van klimaatverandering in te perken moeten we nu aan de slag. Stevig investeren helpt juist om onderzoek te versnellen. Het is een vals dilemma, het is niet het één of het ander, onderzoek en investeringen werken het beste samen.
    Laat overigens één ding duidelijk zijn. Het tegengaan van klimaatverandering is niet iets dat bij een bepaalde politieke voorkeur zou moeten horen, zoals Ronald Reagan in 1984 al zei: “If we’ve learned any lessons during the past few decades, perhaps the most important is that preservation of our environment is not a partisan challenge; it’s common sense.”

Willemijn Kadijk is voorzitter van Dwars Leiden-Haaglanden

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.