Profiel

Ollongren: ‘De schijnwerpers heb ik nooit opgezocht’

15 november 2014

De nieuwe D66-wethouder van Amsterdam, Kajsa Ollongren (47), heeft een grote staat van dienst als invloedrijk ambtenaar. Nu waagt ze de sprong naar de actieve politiek. Liesbeth Wytzes had in 2014 een interview met Ollongren.

De nieuwe Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren (D66) heeft in het stadhuis de werkkamer van haar voorganger Carolien Gehrels (PvdA) gekregen. In haar vorige functie, secretaris-generaal op het ministerie van Algemene Zaken, zat ze in een heel mooie kamer naast de Trêveszaal. ‘Een mooiere kamer dan het Torentje, waar de minister-president zit. Ik heb wel eens tegen Mark Rutte gezegd: zou je niet ruilen? Maar het Torentje is een begrip.’

De boeken in de boekenkast zijn door Gehrels achtergelaten, verder hangt er een foto van het Stedelijk Museum en een kaart van Amsterdam. Die is niet echt nodig voor de nieuwe wethouder, want ze woont al sinds haar achttiende in de stad, inmiddels met vrouw en twee zonen van 11 en 13. Dat is dus al bijna dertig jaar. Maar is dus al bijna dertig jaar. Maar zo vergeet je tenminste niet waarvoor je hier zit. Ollongren heeft een uitgebreide portefeuille met economische zaken, zeehaven en luchthaven, kunst en cultuur, lokale media, monumenten, gemeentelijke deelnemingen en bedrijven, stadsdeel

Ze draagt een mooi blauw pak, koraalrood shirt, taupekleurige laarsjes en een taupekleurige riem. Weinig make-up, opvallend blauw-groene ogen. Dit is haar tweede werkdag. Wat dacht ze gisteren, haar eerste werkdag, bij het wakker worden? ‘Ik dacht: wat heerlijk dat ik op de fiets naar mijn werk kan gaan.’

Ze heeft 22 jaar in Den Haag gewerkt in uiteenlopende functies op het ministerie van Economische Zaken: als directeur Europese Integratie en Strategie, als plaatsvervangend directeur-generaal. De laatste drie jaar, als secretaris-generaal (SG) van Algemene Zaken, werd ze in de pers steeds omschreven als ‘de rechterhand van premier Mark Rutte’, met wie ze veel op pad was en met wie ze maar drie maanden scheelt.

Ze heeft er nooit aan gedacht om in Den Haag te gaan wonen. ‘Toen ik er net ging werken, begin jaren negentig, was het wel een dorp hoor. Als je laat over straat ging, op weg naar het station,was je de enige. Er gebeurde niets. Dat is wel veranderd. Ik vond het ook heel erg dat een collega een keer zei: ‘Ik kwam die-en-die tegen in Albert Heijn, toen hebben we het nog over dat dossier gehad.’ Dat leek me zo erg! Maar dat zal hier ook wel kunnen gebeuren.’

Ollongren heeft meer taken dan haar voorganger. Daar is over nagedacht. ‘We wilden de onderwerpen zo logisch mogelijk bij elkaar brengen. Eigenlijk is het elkaar brengen. Eigenlijk is het het cluster economische bedrijvigheid. Zonder de haven en Schiphol is de economie van Amsterdam niet compleet, en de combinatie van economische zaken en kunst en cultuur is een goede.

‘Dat begrijp ik ook van culturele instellingen; die zijn ook onderdeel van culturele instellingen; die zijn ook onderdeel van de economie. Het leek ons handig om zoveel mogelijk verantwoordelijkheden bij één iemand te leggen, dan hoeven mensen niet allemaal verschillende wethouders af. Maar ik wilde dit zelf ook graag.’

De overstap van Ollongren was opmerkelijk. Ruim twintig jaar deed ze haar werk in stilte, achter de schermen, zonder de geringste behoefte te voelen om naar buiten te treden. Dat leek haar ‘niet functioneel’. Ze is ambitieus, maar niet iemand met een groot plan voor haar eigen carrière.

‘Ik wilde wel heel graag SG worden op Algemene Zaken. Dan zit je in het centrum; waar het gebeurt. En ik ben een generalist, breed geïnteresseerd, en op die plek komt echt alles voorbij.’

In 2011 was ze volgens de Volkskrant de invloedrijkste vrouw van Nederland, omdat ze het oor van de premier had. Begin dit jaar kondigde de Amsterdamse D66-fractie aan dat ze was gestrikt voor een wethouderschap, nog voor er een coalitie was, en die zou ook even op zich laten wachten. Kajsa Ollongren werd eind vorig jaar al benaderd door fractievoorzitter Jan Paternotte. Ze kenden elkaar wel en hij vroeg haar om eens een kopje koffie te gaan drinken. ‘Ik was eigenlijk niet eens zo verrast door zijn verzoek, in de zin van: dat is nog nooit in me opgekomen. Maar zijn vraag zette me aan het denken, want nu werd het een realiteit.’ En zo is ze, na 22 jaar, met iets heel nieuws begonnen.

Ollongren is lid van D66 sinds 1991, in een tijd dat veel van haar leeftijdgenoten lid van die partij werden. ‘Er heerste toen een nieuw elan. In 2006 heb ik vijfde op de verkiezingslijst voor de Tweede Kamer gestaan. Toen ging het heel slecht en Hans van Mierlo zei zelfs dat we er misschien maar mee moesten stoppen. Alexander Pechtold heeft me toen gebeld, die zomer. Ik moest hem helpen, want het ging niet goed. Toen heb ik “ja” gezegd, want ik vond dat ik juist mee moest doen omdat het slecht ging. In alle andere verkiezingen zou ik in de Tweede Kamer zijn gekomen, maar nu haalden we maar drie zetels.’

Ollongren werd altijd aangetrokken door de publieke zaak en dan zijn er, zegt ze, twee mogelijkheden. ‘Het maatschappelijk belang motiveert me. Dan kun je aan de politiek bestuurlijke kant gaan zitten of aan de adviserende kant. Ik heb altijd dat laatste gedaan. Ik heb de politieke overtuiging van D66, maar ook een persoonlijker motief.

‘Ik ben 47 en loop al wat langer mee. In de functies die ik hiervoor had, heb ik vaak in moeilijke situaties geadviseerd. Altijd achter de schermen. En soms dacht ik: kon ik dat laatste stapje nou ook maar zelf doen. Op een gegeven moment houdt de adviseur op, en neemt de politicus het over. Dat kan ik nu doen. Ik had een heel mooie functie en ik had langer SG kunnen blijven, maar deze kans kwam nu voorbij.’

Ollongren maakte de bankencrisis van heel dichtbij mee. Razendsnel moest in 2009 worden besloten of en hoe de wankelende Nederlandse banken konden worden gered. Het was een crisis zonder weerga en eigenlijk wist niemand precies wat er moest gebeuren, omdat het zo uniek was.

‘Dat was een heel leerzame ervaring. Ik zag hoe belangrijk de politiek is, hoe belangrijk dat twee ministers, Wouter Bos en Jan Peter Balkenende, het aandurfden om goede stappen te zetten op het goede moment. Dat was echt een illustratie van hoe politiek ingrijpt in het dagelijks leven van mensen. Daarom vind ik deze baan ook zo leuk. Als je in Den Haag bijvoorbeeld een wetsvoorstel door de Eerste Kamer krijgt, ben je blij. Maar dan begint het pas. Dat is hier anders. Als wethouder in Amsterdam zit je heel dicht op de mensen en op de stad en zie je dus het effect van wat je doet. Nu ga ik het zelf doen.’

Ollongren is nog maar zo kort in functie dat ze onmogelijk kan zeggen wat ze precies gaat doen. Maar plannen heeft ze genoeg. ‘Amsterdam is een merk op zich, een magneet die nog wel wat krachtiger en sterker kan.’ Ze is vastbesloten om desnoods de hele wereld af te reizen om bedrijven naar Amsterdam te halen en daar heeft ze ervaring mee. ‘Bedrijven naar Nederland halen was ook een kerntaak op het ministerie van Economische Zaken toen ik daar werkte.’ De stad biedt unieke kansen. ‘We moeten profiteren van de uitstraling die Amsterdam heeft: het is hier tolerant, vernieuwend, er is ruimte om te experimenteren, er heerst creativiteit.

Daaraan kunnen creativiteit. Daaraan kunnen we de kenniscomponent verbinden, de stad heeft twee universiteiten en met AMS, Amsterdam Metropolitan Solutions, een derde opleiding die zich vooral richt op toegepaste technologie. Een als onderzoeksterrein. We lab, met de stad als onderzoeksterrein. We hebben hier hoogopgeleide mensen, goede logistiek en niet te vergeten een fijne, kleine stad. Erg belangrijk voor het woongenot.’

Op haar achttiende ging Ollongren economie studeren aan de Universiteit van Amsterdam, een keuze die vooral door haar verstand was ingegeven. Ze wilde een studie doen waaraan ze iets zou hebben. Eenmaal in Amsterdam kwam ze allemaal mensen tegen die juist deden wat ze leuk vonden. ‘En ik wilde heel graag geschiedenis studeren, want dat had mijn belangstelling. Ik ging dat erbij doen en ik werd er zo door gegrepen dat ik alleen geschiedenis heb afgemaakt.’

Nu heeft ze een beetje spijt dat ze economie heeft laten vallen. ‘Soms zijn er van die dingen dat je denkt: waarom heb ik dat nou gedaan? Ik vond boekhouden heel saai, maar ik had best beide studies kunnen doen. Ik heb wel een leuke studententijd gehad en genoten van de stad.’

Haar afstudeerscriptie ging over het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude Oorlog, want nieuwe en nieuwste geschiedenis hebben haar speciale belangstelling. ‘Ik ben opgegroeid in een tijd dat het IJzeren Gordijn op het punt van verdwijnen stond. Ik heb me later pas gerealiseerd hoe dicht ik op de oorlog zat. Ik ben 22 jaar na het einde van die oorlog geboren. Dat leek toen heel oorlog geboren. Dat leek toen heel ver weg, maar het is maar een korte tijd.’

Ollongren heeft een ingewikkelde afkomst. Haar moeder is Zweeds, thuis was Zweeds haar eerste taal en alle zomers worden doorgebracht in het familiehuis in Zweden, waar vooral wordt geklust, gekookt en gezwommen. Haar vader is een Nederlander met Russisch bloed. Hij werd geboren in Nederlands- Indië en was hoogleraar informatica in Leiden. Hij is wiskundige en sterrenkundige.

‘Een echte bèta. Ik heb thuis een boek van hem en ik begrijp er helemaal niets van, maar het is reuze interessant.’ Haar familie is van adel en haar Russische grootvader werkte aan het hof van de Russische tsaar.  Hij vluchtte tijdens de Oktoberrevolutie. ‘Die familie is toen helemaal uit elkaar gevallen. Degenen die bleven, zijn verdwenen. Mijn grootvader is 85 geworden en op het laatst dementeerde hij. Dan vertelde hij over zijn tocht door Rusland, hoe hij door dat hele gigantische land trok, uiteindelijk in Azië is terechtgekomen en daarna in Nederlands- Indië. Mijn vader is naar familieleden gaan speuren en vond een oude vrouw in Sint-Petersburg, van een verdere tak. Die heb ik ook ontmoet, echt zo’n Russisch vrouwtje, ze sprak ook alleen maar Russisch. De familie had bedacht dat ze het geld zouden meenemen, maar de juwelen achterlaten – andersom was beter geweest! Maar ik weet niet of ze heel rijk waren.’

Ollongren werd toen ze al op het ministerie van Economische Zaken zat, uitgekozen om een opleiding aan de elitaire Franse École Nationale d’Administration (ENA) te volgen, en woonde zodoende in Straatsburg, Avignon en Parijs. De ENA levert in Frankrijk ministers, presidenten en CEO’s af. Wie de eerste is in het classement, krijgt de mooiste baan. Om die opleiding te kunnen volgen, moet je dus wel wat in je mars hebben.

Ollongren heeft zich dan wel behendig buiten de publiciteit weten te houden, onopgemerkt is ze zeker niet gebleven. In schaarse portretten putten vrienden en collega’s zich uit in lofprijzingen. Slim, sociaal vaardig, intelligent, aardig, open, betrouwbaar, toegewijd.

Ollongren is niet iemand die dat dan semi-koket ontkent. Ze hoort het rustig aan. Er wordt dus heel wat van haar verwacht. Is dat vervelend? ‘Ja, dat vroeg Marjolein Moorman van de PvdA me ook. Daar moet iedereen straks maar over oordelen. Ik heb in verschillende functies gewerkt en ik vond mijn werk altijd heel erg leuk, ik heb er veel tijd in gestopt en veelenergie. Ik vind het niet erg als mensen hoge verwachtingen hebben, en het belemmert me ook niet. Ik ben er gewoon niet zo mee bezig. wel wennen om zulke dingen over E ‘Het is wel wennen om zulke dingen over jezelf te lezen, want ik heb de schijnwerpers nooit gezocht. Elke carrière gaat met ups en downs en ik heb natuurlijk ook niet alleen maar hoogtepunten gekend.’ Ollongren werd lid van D66 omdat het vrijzinnige karakter van de partij haar aantrok.

‘Nu noemen we dat sociaal-liberaal. Uitgaan van het individu, die de ruimte geven. En het gegeven dat je verantwoordelijkheid neemt. Dat is echt belangrijk voor mij; dat mensen verantwoordelijkheid nemen, niet alleen voor zichzelf, maar voor iets maatschappelijks. Ik vind het ook heel belangrijk dat er naar de menselijke kant van dingen wordt gekeken. Wil je je ouders in huis nemen? Regel het maar. Heb je een goed idee, dan moet je niet worden tegengewerkt. Geef mensen ruimte en verantwoordelijkheid. Dat heet tegenwoordig de participatiemaatschappij, maar die was er natuurlijk altijd al.’

Ze heeft op allerlei plaatsen in de stad gewoond, maar het meest in het centrum, nu ook. Ze bewaart goede herinneringen aan Dansen bij Jansen, dat nu Disco Dolly heet.

Maar de mooiste plek is de Amstel. ‘De Hermitage bestaat vijf jaar en daar was gisteren een ontbijt op de kade. Dat was zo mooi, dan zit je aan de Amstel, je ziet hoe die de stad uitmeandert. Ik kan enorm genieten als ik langs de Amstel fiets, naar de Stopera.’

Ze kent zowat alle buurten van de stad wel, al was het maar omdat ze langs de lijn van het voetbalveld staat om haar elfjarige zoon aan te moedigen. Toen de kinderen kwamen, ruim tien jaar geleden, trouwde ze met haar vriendin, producent Irene van den Brekel. Die leerde ze 22 jaar geleden kennen tijdens een zeilweekeinde. Een coup de foudre. Sindsdien zijn ze samen.

De huwelijksvoltrekking was ‘een beetje onromantisch, om 9 uur ’s ochtends op het stadhuis. Geen huwelijksreis of niks, ik ben gewoon naar mijn werk gegaan. Achteraf denk ik: ik had best de hele dag vrij kunnen nemen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.