nederland

Joris Demmink niet meer vervolgd voor kindermisbruik

Door Tom Reijner - 30 juni 2016

Het Openbaar Ministerie (OM) wil afzien van verdere strafrechtelijke vervolging van oud-topambtenaar Joris Demmink. Het onderzoek naar beschuldigingen van kindermisbruik leverde geen bewijs op.

Het OM heeft het hof in Den Haag verzocht goedkeuring te geven aan een einde van de vervolging van Demmink.

‘Verkrachting’

De Rijksrecherche deed onderzoek naar de betrokkenheid van Demmink bij de verkrachting in de jaren 1995-1997 van twee, destijds minderjarige jongens in Turkije. De onderzoeksrechter deed volgens justitie ‘uitvoerig onderzoek’ door getuigen te ondervragen en documenten te laten onderzoeken. Ook heeft deze rechter-commissaris Demmink zelf verhoord.

De conclusie van het OM ‘luidt dat het minutieus uitgevoerde onderzoek geen enkel belastend materiaal heeft opgeleverd voor betrokkenheid van Demmink bij de beweerde verkrachtingen’. Het onderzoek werd gedaan nadat het gerechtshof in februari 2014 opdracht had gegeven voor de vervolging.

Rechtshulp

Tegelijkertijd met dit strafrechtelijk onderzoek is een uitgebreid oriënterend feitenonderzoek ingesteld, waarbij de Rijksrecherche alle signalen van seksueel misbruik door Demmink heeft onderzocht. Hij wordt al jaren achtervolgd door beschuldigingen van seksueel misbruik van minderjarige jongens. Uit dit onderzoek is volgens het OM geen enkel vermoeden hiervan gebleken. Ook zijn er rechtshulpverzoeken gedaan aan Turkije om hulp te krijgen bij het onderzoek. De Turken hebben geweigerd hieraan mee te werken.

Demmink zelf heeft de beschuldigingen altijd ontkend. ‘Ik heb nooit seksuele contacten gehad met jonge jongens of mij in jongensbordelen begeven,’ zei de oud-topambtenaar op het ministerie van Veiligheid en Justitie tijdens een voorlopig getuigenverhoor in een zaak die draait om een vermeend pedonetwerk van hooggeplaatste ambtenaren. Daarvan zou hij in de jaren tachtig en negentig deel van hebben uitgemaakt. Geen bewijs daarvoor, dus.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.