nederland

Turkse club doet aangifte tegen Ebru Umar: zo reageert zij

Door Tom Reijner - 29 juli 2016

De Stichting Turks-Islamitische Culturele Federatie en tweeëntwintig Turken die in Nederland wonen, hebben aangifte gedaan tegen columniste Ebru Umar vanwege belediging. Ze zou de afgelopen tijd uitlatingen hebben gedaan die ‘als uitermate beledigend’ worden ervaren.

De aangifte is gedaan bij het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie van het Openbaar Ministerie, heeft advocaat Ad Westendorp vrijdag laten weten. Hij heeft de Amsterdamse officier van justitie Paul Velleman verzocht Umar te vervolgen.

‘Opzettelijk beledigend’

In de aangifte wordt gesteld dat Umar zich opzettelijk beledigend heeft uitgelaten in haar column in dagblad Metro. Ze schrijft over ‘Nederturken’, de groep mensen van Turkse komaf woonachtig in Nederland. Ze vergelijkt deze mensen, zo stelt de advocaat, met NSB’ers. Ook gebruikt Umar het woord ‘geitenneukers’ en ‘feliciteert’ ze de groep met hun ‘totaal mislukte Nederlanderschap’. Volgens Geenstijl is dit de club die de aangifte heeft gedaan. Hun baas, Aydin Ure, is werkzaam op het ministerie van Financiën, aldus de website. 

De columniste reageerde op Twitter laconiek op de aangifte. ‘Dus je feliciteert mensen met hun mislukte Nederlanderschap en als bewijs doen ze aangifte wegens beledigen. Briljant.’ Ook laat ze weten dat het zwaaien met Turkse vlaggen op de Erasmusbrug en het steun betuigen aan president Erdogan een duidelijk voorbeeld zijn van een mislukt Nederlanderschap.

Umar werd in april in het Turkse Kusadasi opgepakt door de politie vanwege haar kritische tweets over de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Ze zou zich ‘beledigend’ hebben uitgelaten over hem. Uiteindelijk mocht ze het land verlaten. Umar wordt al lange tijd beschimpt en bedreigd. Onlangs nog stond ze met een tv-ploeg bij haar voormalige huis in Amsterdam-West, toen ze werd bespuugd en uitgescholden. Even later, tijdens een wandeling door de straat, kreeg zij ‘hoer’ naar haar hoofd geslingerd.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.