nederland

Jihadist zegt ‘sorry’ voor vernieling Timboektoe: 4 vragen

Door Tom Reijner - 22 augustus 2016

Maandag is een uniek proces begonnen in het Internationaal Strafhof in Den Haag. De jihadist Ahmad al-Faqi al-Mahdi staat terecht voor de vernieling van de historische Malinese stad Timboektoe in 2012.

‘Ik heb spijt van mijn daad en vraag om vergeving,’ zei de radicale moslim op de eerste procesdag in het hof. Hij bekende schuld, en zei dat de verwoestingen die zijn aangebracht aan het Unesco-Werelderfgoed ‘de mensheid geen goed hebben gedaan’. In maart had hij al toegegeven betrokken te zijn bij de vernielingen.

Wie is deze Ahmad al-Faqi al-Mahdi?

Mahdi, rond de 45 (zijn exacte geboortejaar zegt hij niet weten), was lid van de moslimextremistische militie Ansar Dine (‘Verdedigers van het geloof’), die streeft naar de invoering van de sharia in Mali. Het is dezelfde beweging die de Nederlander Sjaak Rijke ontvoerde. Mahdi zou de leiding hebben gehad over moraalpolitie van de jihadgroep, die – conform de sharia – wil dat vrouwen gesluierd door het leven gaan en zich heeft gekeerd tegen ‘westerse muziek’. De jihadist was vermoedelijk betrokken bij de vonnissen en uitvoering daarvan in de islamitische rechtbank in de stad Timboektoe, nadat de sharia er was ingevoerd. En hij richtte dus met andere jihadisten verwoestingen aan, want ‘afgoderij’.

Wat is er allemaal tot puin geslagen?

Timboektoe stond of staat bekend als een plek met grafmonumenten van middeleeuwse heiligen. De nederzetting werd gesticht in de twaalfde eeuw, en was lange tijd een stad van islamitische geleerden. Het onmiskenbare islamitische karakter van de stad, en het feit dat er historische moskeeën staan, vormde voor de moslimextremisten van Ansar Dine geen beletsel om flinke vernielingen aan te brengen. Mahdi wordt ervan beschuldigd zeker negen mausolea en een moskee in puin te hebben geslagen. Zijn volgelingen vielen de monumenten volgens de BBC met houwelen en beitels aan. Het erfgoed is inmiddels weer goeddeels hersteld.

Lees ook deze blog van Afshin Ellian: ‘Juist om een godsdienstoorlog tussen het Westen en de jihadisten te voorkomen, moet het Westen de confrontatie met jihadisten in seculiere, religie-neutrale bewoordingen en daden aangaan.’

Waarom is deze strafzaal uniek?

Het is de eerste keer dat het Internationaal Strafhof een zaak over vernieling van culturele schatten behandelt. Een andere primeur geldt het feit dat een islamist daadwerkelijk in het beklaagdenbankje staat in Den Haag, én dat hij schuld heeft bekend. Het zou kunnen betekenen dat ook in de toekomst ook andere radicale moslims kunnen worden gedaagd, die zich aan dergelijke culturele misdaden schuldig hebben gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de Syrische stad Palmyra – waar Islamitische Staat toesloeg – en het opblazen van de Boeddhabeelden van Bamyan door de Taliban in Afghanistan. Het waren ook precies die verwoestingen die aanklager Fatima Bensouda ter vergelijking aanhaalde.

Maar hoe zit het dan met andere misdrijven die hij heeft begaan?

Inderdaad, daar maken mensenrechtenactivisten zich druk over. Ze zijn weliswaar blij met dit unieke proces, maar vinden het ‘jammer’ dat Mahdi ook niet wordt vervolgd voor seksuele misdrijven en andere misdaden tegen de bevolking. Mahdi kan hoe dan ook dertig jaar celstraf krijgen. Vanwege zijn medewerking is het goed mogelijk dat de aanklagers een lagere straf zullen eisen tegen de jihadist.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.