nederland

PVV en VNL niet uitgenodigd: wat wil Rutte met Oekraïne-overleg?

Door Tom Reijner - 06 oktober 2016

Een deel van de oppositiepartijen heeft een uitnodiging van premier Mark Rutte (VVD) gekregen met het verzoek om te overleggen over de uitslag van het Oekraïne-referendum. De premier zou op die manier willen onderzoeken met welke oplossingen de partijen kunnen leven.

De partijen die een invitatie ontvingen, zijn D66, CDA, ChristenUnie, GroenLinks en SGP. Vermoedelijk zijn dit de fracties die in elk geval openstaan voor een gesprek over de afwikkeling van de duidelijke nee-stem in het referendum over het EU-associatieverdrag met Oekraïne.

‘Nee is ook echt nee’

De fractievoorzitters zijn achter de schermen om hun mening gevraagd. Het overleg zou mogelijk deze week of anders begin volgende week kunnen plaatshebben. VNL-Kamerlid Louis Bontes – een van de felste tegenstanders van het Oekraïne-akkoord – zegt tegen Elsevier.nl dat hij geen uitnodiging van Rutte heeft ontvangen. ‘En mocht dat alsnog gebeuren, dan gaan wij er niet op in.’

Hij benadrukt dat zijn partij op het moment dat de uitslag bekend werd, erop heeft gestaan dat ‘nee’ ook echt ‘nee’ is. Bontes moet het nog maar zien dat andere partijen echt met Rutte willen overleggen. ‘De verkiezingscampagne is immers begonnen.’ Ook PVV-leider Geert Wilders liet vanavond zijn ongenoegen blijken over Rutte’s initiatief. Hij sprak van ‘achterkamertjespolitiek’.

Rutte denkt verdrag gewoon doorgaat

Probeert Rutte de kwestie te vertragen en deze over de Tweede Kamerverkiezingen van maart te tillen? Het zal niet eenvoudig zijn voor het kabinet om de oppositie mee te krijgen. Immers, verschillende partijen gaven al eerder aan dat recht moet worden gedaan aan de uitslag van het raadgevende referendum van april. Toen stemde meer dan 60 procent tegen het akkoord. De Tweede Kamer vindt dat het allemaal te veel lang duurt.

D66-leider Alexander Pechtold – toch een voorstander van het associatieverdrag – verwoordde het tijdens het begin van de Algemene Politieke Beschouwingen als volgt:  ‘Je moet niet doen als de Britten, alsof je gratis “nee” kunt zeggen en het dan op de lange baan schuiven.’ Rutte reageerde teleurgesteld op de uitslag, en stortte zich daarna naar eigen zeggen op de onderhandelingen met Brussel.

VVD en PvdA steunden motie

Al vrij snel zou hij echter al het idee hebben gekregen dat er niet veel te halen viel. Nederland zette al in op een toevoeging van een klein tekstje aan het huidige verdrag – waarin moest staan dat het verdrag vooral over handel gaat en dat het niet betekent dat Oekraïne zomaar lid wordt van de EU – maar wist zelfs daarvoor geen steun te regelen.

Hij denkt dat het verdrag ondanks de Nederlandse nee-stem alsnog grotendeels doorgaat. Ik denk niet dat de nee-stemmer dit wilde, zei hij eerder. Rutte wil recht doen aan de inhoudelijke bezwaren van de nee-stemmers, zegt hij steeds.

Volgens het kabinet leven bij de tegenstanders een aantal grieven die het wil aankaarten. Het gaat dan onder meer om de angst dat het verdrag een eerste stap is naar EU-lidmaatschap is en dat er veiligheidsgaranties aan Oekraïne worden gegeven.

Vorige maand namen de volksvertegenwoordigers nog een motie aan waarin het kabinet wordt opgeroepen voor 1 november met een antwoord te komen op de uitslag van het referendum. Ook regeringspartijen VVD en PvdA steunden die motie. Het kabinet heeft de steun van de oppositie nodig omdat het in de Eerste Kamer niet over een meerderheid beschikt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.