nederland

Jonge asielzoekers zijn de grootste lastpakken voor politie

Door Elif Isitman - 04 oktober 2016

De politie moet relatief gezien het vaakst uitrukken naar plekken waar minderjarige asielzoekers worden opgevangen. Ook zouden migranten die in gevangenissen worden opgevangen vaker voor problemen zorgen dan asielzoekers in andere centra.

De cijfers, die zijn vrijgegeven door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de politie, zijn een toelichting op het nieuws dat maandag naar buiten kwam, meldt De Telegraaf.

Onevenredig veel meldingen van geweld

Maandag werd bekend dat de overvolle asielzoekerscentra hebben geleid tot fors meer spanningen en onrust. Door de toegenomen asielstroom is het logisch dat er meer incidenten waren, maar het aantal geweldsmeldingen nam onevenredig hard toe.

Het COA registreerde 9.166 meldingen. In 2.803 gevallen ging het om geweld en agressie, zoals schoppen en slaan. Er werd 813 keer aangifte gedaan voor zaken waar asielzoekers bij betrokken waren. 502 keer ging dat over geweld. Andere meldingen gingen om zaken als diefstal en fraude (199 keer), mensenhandel (17) en verkeersovertredingen (47).

Vooral het aantal meldingen van geweld nam flink toe ten opzichte van 2015. Toen werden in twaalf maanden tijd 377 geweldsincidenten door de politie geregistreerd.

Minderjarigen zorgen – ondanks extra toezicht – voor veel overlast

Minderjarige asielzoekers die zonder ouders naar Nederland komen worden met zijn allen opgevangen in verschillende centra, waar meer toezicht en hulpverleners aanwezig zijn. Toch belasten deze centra de politie ook het meest: in Deventer moest de politie bijvoorbeeld gemiddeld een keer per bewoner uitrukken.

De steden waar jongeren relatief de meeste incidenten veroorzaken, zijn Amsterdam, Den Helder, en Maastricht. Dat zijn locaties waar vroeger criminelen werden opgesloten.

Het geldt overigens niet overal dat ex-gevangenissen zo slecht scoren: de koepelgevangenis in Haarlem bijvoorbeeld, daar is het aantal incidenten relatief erg laag.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.