nederland

Beruchte haatimam Abu Hamza werkt al tijden in Nederland

Door Emile Kossen - 02 november 2016

De Nederlands-Marokkaanse imam El Alami Amaouch, die onlangs door België werd uitgewezen, blijkt al meer dan een jaar zijn omstreden boodschappen te verspreiden in Veenendaal. De politie weet ervan, maar heeft niet ingegrepen.

De rondreizende imam Amaouch, ook wel bekend als ‘Alami Abu Hamza’, vertrok tien jaar geleden uit Nederland naar het Belgische ‘jihadbroeinest’ Verviers, waar hij zeer actief werd in extremistische kringen.

De Belgen noemen hem ‘gif voor onze moslimjongeren’ en afgelopen week werd besloten om Abu Hamza het land uit te zetten. De man is getrouwd met een Nederlandse vrouw, en heeft daardoor Nederlands staatsburgerschap: hij moet dan ook terugkeren naar ons land, meldde staatssecretaris Theo Francken.

Haatimam actief in omgeving Veenendaal
Uit onderzoek van De Gelderlander blijkt echter dat Amaouch al geruime tijd in Nederland actief is. Een jaar geleden kreeg de politie een tip binnen dat de haatimam op ‘meerdere plekken in Veenendaal’ had gepredikt. Hij zou zich juist in Veenendaal ophouden, omdat hij daar familie heeft.

Een woordvoerder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zegt dat bekend is dat Amaouch regelmatig in Nederland is. ‘We houden hem in de gaten.’ Maar zolang de imam zich aan de grenzen van de wet houdt, kunnen zijn preken niet worden verboden.

Haat tegen ongelovigen en lof voor terroristen
In België baarde Amaouch opzien door Allah te smeken een Marokkaanse dichter de tong af te snijden. Daarnaast verheerlijkte de imam onder meer de aanslag die terrorist Mohammed Merah op een joodse school in Toulouse pleegde. Ook zijn zoon is geradicaliseerd: de 17-jarige jongen verblijft in een gesloten inrichting nadat in een video Allah had opgeroepen alle christenen te doden.

‘Deze man moet het land uit,’ reageerde PVV-Kamerlid Fleur Agema woensdag bij WNL. ‘Nederland moet geen vrijhaven zijn voor mensen die oproepen tot geweld.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.