nederland

Peperdure klimexpeditie Nepal zet kwaad bloed bij mariniers

Door Tom Reijner - 27 maart 2017

Defensie zucht al jaren onder een chronisch gebrek aan geld en materieel, maar dat weerhoudt de marine er niet van om stevig in de buidel te tasten voor een ‘klimfeest’ in de Himalaya. Bij elkaar is bijna 1 miljoen euro uitgegeven aan de expeditie en dat zorgt voor scheve gezichten.

Aan de klimtocht in Nepal deden vorig jaar zeven mariniers mee, schrijft De Telegraaf maandag, Onder de naam ‘Expeditie Manaslu’ beklommen elitetroepen van het korps in het voorjaar de Himalaya.

Warme jassen

De 'Mountain Leaders', berggidsen die behoren tot de elitetroepen van het Korps Mariniers op de Manaslu - bron: Ministerie van Defensie
De ‘Mountain Leaders’, berggidsen die behoren tot de elitetroepen van het Korps Mariniers op de Manaslu – bron: Ministerie van Defensie

Het was een van de activiteiten in het kader van 350 jaar Korps Mariniers. Om die groep van zeven warm te kleden, werd  276.000 euro gespendeerd. Daarbovenop kwam het contract met een gespecialiseerde reisorganisatie van bijna 280.000 euro, plus een extra salaris in de vorm van uitzendtoelages – een kostenpost van zo’n 150.000 euro. Ook werd er geld uitgegeven aan foto-apparatuur, huisvesting en voeding.

Het klimavontuur op de berg Manaslu (8.100 meter) duurde ruim anderhalve maand. Volgens de krant verdedigt de marinetop de expeditie met de bewering dat dit een ‘serieuze militaire oefening’ was, waarvan defensie nog veel plezier zal hebben.

‘Schandelijk en een pr-stunt’

Daarover wordt in het korps heel anders gedacht. Op de kazernes, waar flink moet worden bezuinigd, overheerst woede. Critici noemen de klim volgens De Telegraaf ‘een miskleun’. Leden van het korps die de operatie als schandelijk en een ‘pr-stunt’ typeren, vinden het vreemd dat de Commandant der Zeestrijdkrachten Rob Verkerk de dure tocht liet gebeuren, terwijl een reeks aan maatregelen nodig was om de begroting van de marine op orde te krijgen.

Volgens een woordvoerder van Verkerk was de toestemming voor de expeditie al in 2013 gegeven. ‘Van de kosten was 90 procent al betaald. Er is in de Admiraliteitsraad wel over gesproken om de expeditie niet door te laten gaan, maar dat was vooral een symbolische actie geweest,’ aldus de woordvoerder.

In eerste instantie wilde de marineleiding geen inzicht geven in de kosten van de expeditie, die deel uitmaakt van een door het ministerie van Defensie goedgekeurde begroting. Onder druk van de Wet openbaarheid van bestuur gaf het Korps Mariniers alsnog openheid van zaken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.