Amsterdam

Amsterdamse topambtenaar Saadia a. T. blunderde in zaak Syriëganger

Door Nikki Sterkenburg - 21 juli 2017

Saadia a. T., de topambtenaar van de gemeente Amsterdam die op non-actief is gezet wegens zware verdenking van vriendjespolitiek en fraude, heeft in de periode 2013-2015 ook geblunderd in de zaak van een jongen die naar Syrië reisde. Dat blijkt uit een rapport van de Nationale Ombudsman, dat begin dit jaar verscheen.

T. heeft samen met Mounir Dadi (adviseur radicalisering gemeente Amsterdam) en de politie Amsterdam steken laten vallen bij de begeleiding van een jongen die eind 2013 naar Syrië afreisde, en daar begin 2015 sneuvelde.

De jongen was sinds september 2012 in beeld, maar gemeente en politie namen hem niet mee in het casusoverleg en lieten het na zijn vader op de hoogte te stellen van hun zorgen. Ook kwamen zij toezeggingen niet na om de vader te informeren en terug te bellen. Dat concludeerde de Nationale ombudsman na een onderzoek samen met de Ombudsman Metropool Amsterdam.

Uit het rapport doemt het beeld op van twee gemeenteadviseurs die, op een paar huisbezoeken na, nauwelijks begeleiding bieden aan een vader die wil voorkomen dat zijn zoon afreist. Toen de jongen in Syrië overleed, weigerde de gemeente dit bericht aan de vader over te brengen. Ook werd er  geen psychische hulp voor de vader geregeld om het slechte nieuws te verwerken, ondanks aandringen van een deskundige en de vader zelf – die al met psychische problemen kampte.

Betrokkenheid van de partner van Fatima Elatik

In het rapport wordt de zoon ‘Elias’ genoemd, maar dit is een fingeerde naam. Het gaat om de zaak van Achraf Bouamran (17) uit Amsterdam Nieuw-West, die begin 2015 omkwam in Syrië.

Ook worden gemeenteadviseur T. en gemeenteadviseur D. genoemd. Bronnen bevestigen aan Elsevier Weekblad dat hierbij wordt gedoeld op Saadia a. T. en Mounir Dadi.

Dadi is de partner van voormalig stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik, die volgens De Telegraaf de beste vriendin van T. is. Zij heeft Dadi volgens de krant aangenomen.

Niet serieus mee omgesprongen

Al sinds eind 2012 waren er vermoedens dat de “Elias” radicaliseerde, maar de gemeente en de politie namen hem maandenlang niet mee in het casusoverleg. De ombudsmannen oordeelden dat kansen om meer informatie over hem te krijgen, niet voldoende zijn benut.

Eind 2013 kreeg Elias’ vader zelf een vermoeden dat zijn zoon wilde afreizen. Hij vroeg de afdeling Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Amsterdam eind 2013 om het paspoort van zijn zoon in te trekken. ‘Gemeenteadviseur T. vertelde mij dat het niet nodig was om het paspoort van Elias in te nemen omdat het paspoort in het systeem stond. Mocht Elias willen reizen, dan zou dat niet kunnen.’

T. beloofde hem op de hoogte te houden, maar stuurde enkele dagen later slechts een A4-tje per post toe, zonder informatie of handtekening. Voor de vader van Elias was dit een teken dat er niet serieus met zijn zaak werd omgesprongen. T. ging op vakantie en droeg de zaak over aan gemeenteadviseur D., het was zijn eerste zaak bij de gemeente.

Op 29 december 2013 zou Elias naar eigen zeggen met Turkish Airlines van Schiphol naar Turkije zijn gereisd, van daaruit werd hij naar Syrië gebracht. Maar het is onduidelijk of deze lezing klopt. Turkish Airlines heeft hem niet in het systeem staan en hij kan ook over land naar Turkije zijn gereisd.

Geen contact

T. verklaarde later bij de ombudsmannen dat ze met de kennis van nu meer aandacht had geschonken aan de casus. ‘Echter, er waren andere zaken die voorrang hadden: de zaak was zorgelijk, maar niet heel heftig en kreeg destijds niet voldoende aandacht.’ Dat het paspoort niet werd ingetrokken, kwam volgens T. omdat er nog onduidelijkheid over de maatregel was – die net nog niet eerder was toegepast. Volgens haar zou de vader niet hebben gevraagd om intrekking van het paspoort.

In september 2014 kreeg de vader van Elias weer contact met zijn zoon. Elias gaf aan terug te willen. Zijn vader probeerde in contact te komen met gemeenteadviseurs D. en T. om te praten over een eventuele terugkeer, maar kreeg met hen geen contact.

Geen psychische hulp

Nadat bij de gemeente via de vader van een andere uitreiziger het bericht binnenkwam dat Elias in januari 2015 in Syrië was overleden, besloot T. dat het niet aan de gemeente was om dit aan de familie van Elias over te brengen. De andere vader moest het hem maar vertellen. De ombudsmannen zeggen door verschillende verhalen niet te kunnen achterhalen waarom de gemeente dit bericht niet wilde overbrengen, maar volgens een gehoorde deskundige wilde de gemeente dit niet doen wegens ‘verstoorde verhoudingen’ met de vader.

Deze deskundige, die families van uitreizigers begeleidt, gaf bij de gemeente aan dat Elias’ vader het nieuws van het overlijden van zijn zoon niet mocht horen zonder professionele ondersteuning. De gemeente gaf aan de volgende dag te zullen checken of hij ‘zijn medicijnen wel slikt’.

Toen de vader na het bericht van de dood van zijn zoon aangaf hulp nodig te hebben, belde de deskundige het crisisteam. Die mocht geen hulp bieden op basis van haar signaal, omdat zij geen hulpverlener is – en omdat zij ook geen melding hadden gekregen van de gemeente of de politie. Uiteindelijk is na haar telefoontje het crisisteam tot diep in de nacht bij de vader geweest.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.