Criminaliteit

Nieuwe aanpak: politie gaat plofkraker (en familie) ‘stalken’

Door Bauke Schram - 26 juli 2017

De politie gaat hard beleid voeren om plofkrakers te stoppen. Tijdens een proef in Utrecht, Amsterdam en Rotterdam worden de criminelen constant gevolgd. De politie zal ook hun familie ‘stalken’.

Met dit hinderen moet een einde worden gemaakt aan de reeks plofkraken – het opblazen van geldautomaten – in Nederland en Duitsland. Naast het stalken van de daders en hun familieleden wil de politie de criminelen onder meer hun vermogen afnemen, meldt het AD.

De politie maakte in de nacht van maandag op dinsdag jacht op een bende plofkrakers. De klopjacht eindigde in een autocrash >>

‘Moderne versie bankoverval’

Een recente plofkraak eindigde in een autocrash na een klopjacht. Mogelijk betreft het de ‘Audi-bende’, die er na het opblazen van een geldautomaat met de buit vandoor gaat in een Audi. De politie sprak eerder over een Marokkaans-Nederlandse bende in Utrecht.

In totaal heeft de politie zo’n driehonderd verdachten op het oog die worden verdacht van het plegen van plofkraken, vooral uit Utrecht en Amsterdam. Vaak wordt gas gebruikt om de pinautomaten op te blazen. In andere gevallen zetten de plofkrakers explosieven in. Het misdrijf wordt ‘de moderne versie van een bankoverval’ genoemd. In 2016 is op deze manier voor meer dan 2,8 miljoen euro schade aangericht.

Geldstromen in kaart

Van de politie trekken de criminelen zich niets aan, erkent het plofkraakteam van de Nationale Politie. Vorig jaar werd slechts een kwart van de zaken opgelost. Daarom zal het korps de plofkrakers ‘meer op de hielen zitten’. Nog dit jaar begint een proef.

De proef moet ertoe leiden dat plofkrakers voor eens en voor altijd worden aangepakt. ‘Niet alleen door ons, maar ook door gemeenten en de Belastingdienst. We brengen hun geldstromen in kaart, zodat we crimineel vermogen kunnen afpakken. Ook zullen we ze vaker op straat controleren,’ aldus Jos van der Stap, woordvoerder van het plofkraakteam.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.