Sint-Maarten

Premier: ‘Mariniers keken toe bij plunderingen Sint-Maarten’

Door Tom Reijner - 18 september 2017

Nederlandse mariniers zouden de plunderingen op het eiland Sint-Maarten hebben laten gebeuren na de verwoestende orkaan Irma. Ze stonden erbij, keken ernaar en deden niets.

Die ernstige verwijten uit de premier van Sint-Maarten, William Marlin, in een interview met NRC Handelsblad.

Miscommunicatie

Volgens Marlin was er sprake van miscommunicatie tussen verschillende instanties: ‘De avondklok werd niet gehandhaafd, er werd geplunderd, de mariniers keken ernaar – en deden niets.’ Marlin weerspreekt verwijten aan het adres van zijn regering. De premier zegt dat er al voor de orkaan afspraken waren gemaakt over de ordehandhaving, die niet werden nageleefd.

Ook over het aanwezige materiaal voor noodhulp is volgens de premier miscommunicatie ontstaan.

Ondanks de problemen verwerpt Marlin de suggestie dat de Nederlandse regering de regie zou moeten overnemen. Hij vindt dat ‘absolute onzin’. De regering van Sint-Maarten kan volgens de premier de ramp alleen financieel niet aan, omdat het eiland door de orkaan zijn hele economie is kwijtgeraakt.

Sint-Maarten maakt zich op voor nieuw natuurgeweld

De aantijging dat Nederlandse mariniers toekeken en niets deden tijdens de plunderingen op Sint-Maarten is ‘klinkklare onzin’, is de reactie van Commandant Zeestrijdkrachten Rob Verkerk op de kritiek van premier Marlin. Verkerk verwerpt die beschuldiging pertinent. ‘Mijn mensen hebben binnen de grenzen van hun mogelijkheden vanaf het eerste moment handelend opgetreden,’ aldus de commandant op Twitter.

Sint-Maarten, deel van het Koninkrijk der Nederlanden, maakt zich vandaag op voor nieuw natuurgeweld. De tropische storm Maria, die inmiddels is uitgegroeid tot een orkaan, koerst af op de Caribische eilanden Dominica en Guadeloupe. Hoewel het zwaartepunt van Maria onder de Bovenwindse eilanden Saba, Sint-Eustatius en Sint-Maarten uitkomt, moeten de eilanden wel rekening houden met zware regenval.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.