politiek

Voorzitter Vedelaar: ‘Ik mis de PvdA die opkomt voor de gewone mens’

Door Bauke Schram - 06 oktober 2017

De veertigjarige Nelleke Vedelaar heeft vrijdag de voorzittersverkiezing van de PvdA gewonnen.  Zij volgt Hans Spekman op, en krijgt zij de ondankbare taak de partij uit het slop te trekken.

‘We moeten weer een partij van de leden en de samenleving worden,’ zei Vedelaar eerder in een interview met Elsevier Weekblad.

De kersverse voorzitter, eerder wethouder van Zorg en Sociale Zaken in Zwolle, wil haar ervaring in de lokale politiek inzetten om de partij te hervormen. De PvdA verloor na vier jaar te hebben geregeerd met de VVD een historisch aantal zetels: de fractie in de Tweede Kamer kromp van 38 naar 9 leden.

Na het enorme verkiezingsverlies van de PvdA moest Spekman het veld ruimen. Vedelaar zal het in elk geval opnemen tegen Astrid Oosenbrug en Gerard Oosterwijk, die van het voorzitterschap een duobaan willen maken.

Als u voorzitter wordt, wat is dan het eerste dat u doet?

‘Het belangrijkste is wat ik ‘van staat naar straat’ noem. De afgelopen jaren ging het soms alleen maar om welke mannen welke positie bekleedden. Het moet weer om de mensen gaan die wij vertegenwoordigen. Het is belangrijk dat de PvdA weer voor de kiezer opkomt. Dat heb ik echt gemist.

De PvdA moet weer met ideeën komen, de partij moet een inspirerende omgeving worden, waar ook nieuwe leden met talent en ideeën worden gehoord.’

U heeft zelf ook een politieke achtergrond. Kan u die vernieuwing wel brengen?

‘Ik denk dat ik zeker een frisse wind door de partij kan laten waaien. Ik ben een optimistische kandidaat met een positieve inzet. We zijn de afgelopen jaren vaak alleen maar kritisch geweest. Vooral over onze eigen ideeën en onze eigen mensen.

De PvdA moet zich weer richten op de bestaanszekerheid van de normale Nederlander. Die hebben de afgelopen jaren het idee gehad dat de PvdA er niet voor ze was. Onze partij was veel te veel bezig met dingen die er eigenlijk niet toe deden.’

Wat moet er specifiek veranderen binnen de PvdA?

‘We moeten af van de oude verenigingsstructuur. Het belangrijkste dat we na het congres in oktober moeten doen, is de ramen en deuren openzetten voor iedereen. Ik wil terug naar het lokale niveau. Je schiet weinig op met dat vierkante metertje in Den Haag. Ook de landelijke politiek moet vanuit het lokale komen. Dat betekent dat er op lokaal en regionaal niveau de mogelijkheid moet zijn voor iedereen om aan te kloppen.

Ik denk dat heel veel mensen de waarden van de sociaal-democratie nog steeds omarmen. Het is nu aan ons om weer loyaal te zijn aan onze leden, en de mensen in het algemeen, en onze idealen.’

Waar ging dat mis de afgelopen jaren? U spreekt van een ‘slangenkuil’.

‘Die slangenkuil is meer in contrast met het warme nest dat de PvdA ook kan zijn, en waarnaar we weer terug moeten. De focus moet weer op de sociale zekerheid liggen. Wat is ‘eerlijk delen’ waard, als er mensen ten onder gaan aan armoede en bijna niets meer kunnen vanwege schulden.

Wat is het idee van ‘internationale samenwerking’ waard als we vluchtelingen in de steek laten? Het doet me zoveel pijn als we niet liefdevol kunnen antwoorden als mensen niets meer hebben, gevlucht zijn en kapot worden gemaakt. Tijdens de ruzie met de VVD over bed-bad-brood begonnen we de taal van die partij zelfs over te nemen: ‘sober en doelmatig’. Sober en doelmatige opvang? Ik heb die mensen daar gezien, in de IJ-hallen, ongeveer opgestapeld. Daar is niets doelmatigs aan. Het is belangrijk dat we er zijn voor vluchtelingen.’

Tijdens de verkiezingscampagne zei Lodewijk Asscher dat we juist niet meer vluchtelingen moeten opnemen. Vaart u een andere koers dan de partijleider in de Tweede Kamer?

‘Ik weet niet meer precies wat er allemaal is gezegd tijdens de campagne, maar ik heb een hoop respect voor Asscher. Hij vertelt een eerlijk en realistisch verhaal, en ook hij ziet het belang in van een tolerant en divers Nederland.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.