Ontwikkelingssamenwerking

Sigrid Kaag: denkt zij wel aan belang Nederland?

Door Maartje Schulz - 23 november 2017

Donderdagochtend debuteert Sigrid Kaag (D66), de nieuwe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, in de Tweede Kamer. In haar rol als diplomaat bij de Verenigde Naties (VN) deed ze haar onderhandelingswerk veelal achter de schermen. Hoe zal zij zich weren bij de behandeling van haar begroting?

Dat ze bij de rechtse oppositie in de Tweede Kamer veel weerstand ondervindt, werd woensdag snel duidelijk. PVV-Kamerlid Danai van Weerdenburg viel Kaag hard aan. ‘Aan de ene kant staat de gewone hardwerkende Nederlander met gezond verstand en aan de andere kant de politiek correcte, elitaire bestuurder met het maakbare mondiale samenlevingsideaal.’ Ze vroeg welke consequenties de minister verbindt aan ‘het gebrek aan draagvlak voor het huidige ontwikkelingssamenwerkingsbeleid’. Deze ochtend moet Kaag (56) zich zien te verdedigen tegen dit soort kritiek.

Groot palet aan internationale ervaring

Kaag verwierf internationale erkenning als VN-topdiplomaat door het leiden van de ontmantelingsmissie (2013-2014) van chemische wapens in Syrië. Zij werd hiervoor persoonlijk gevraagd door de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon. De missie werd alom geprezen. ‘Tot mijn grote verrassing kreeg ik een waarderingsbrief van president Barack Obama. Een heel mooie brief, die is ingelijst,’ vertelde zij in 2014 in een interview aan Elsevier.

Lees ook dit profiel van Halbe Zijlstra, eveneens minister op het departement Buitenlandse Zaken: geen rasdiplomaat, maar nuchtere Fries

Er ging een scala aan internationale ervaringen aan deze complexe opdracht in Syrië vooraf. Kaag werd geboren in Rijswijk en ging naar het Christelijk Lyceum in Zeist, maar bleef niet lang in Nederland. Ze volgde studies op het gebied van het Midden-Oosten en Internationale Betrekkingen in Caïro, Oxford en Exeter. Haar eerste baan was in Londen bij Shell. Vervolgens kwam ze in ‘het klasje’ van Buitenlandse Zaken terecht.

Hierna volgde een meer dan twintigjarige loopbaan bij de Verenigde Naties, waar ze onder meer werkte bij de hulporganisatie voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en kinderrechtenorganisatie UNICEF. Van 2015 tot 2017 was zij speciaal gezant van de VN in Libanon. Intussen had ze zes talen leren spreken, waaronder Arabisch – dat ze overigens niet leerde van haar Palestijnse man Anis al-Qaq (67). Hij werkte onder meer als schaduwminister voor PLO-leider Yasser Arafat en was Palestijns ambassadeur in Zwitserland.

Kaag is oplossingsgericht, mensgericht en heeft plichtsbesef

Een van haar krachten? Een oplossingsgerichte houding. In haar rol als VN-diplomaat sprak ze met alle partijen – van Hezbollah tot Assad – als het maar bijdroeg aan een gewenst resultaat. ‘Vrede moet je vaak sluiten met je vijanden, met je vrienden ben je het snel eens,’ zei ze in het televisieprogramma Weg van de Wereld. Dit praten met ‘foute’ partijen levert haar ook kritiek op, zij zag het als haar baan.

Haar blik is internationaal, haar ideaal een menselijker wereld. ‘Ik ben gedreven door rechtvaardigheid. We moeten toewerken naar gelijke kansen voor iedereen,’ zei ze in 2015 tijdens een interview in het NCRV-programma Schepper & Co. Kaag voelt het als een plicht. ‘Als heel klein kind was ik bang dat ik non zou worden, dat ik een roeping zou krijgen,’ zei ze in Weg van de Wereld.

Houdt ze wel genoeg rekening met de Nederlandse belangen?

Het wordt haar uitdaging om critici in en buiten de politiek ervan te overtuigen dat zij als Nederlandse minister vanuit het landsbelang denkt en niet doorschiet in internationale wensen. Kan zij de Haagse politiek en de vaak minder levensbedreigende zorgen van Nederlanders serieus genoeg nemen na het leed dat zij heeft gezien in Syrië en Libanon? ‘Als er baby’s om je heen worden doodgeschoten, mag je niet doen alsof het overlijden van een 85-jarige een werelddrama is,’ zei ze relativerend in een interview in de Volkskrant  (2015) over de dood van haar moeder tijdens de chemischewapensmissie in Syrië.

Haar VN-ervaring heeft haar ook nuchter gemaakt: ze beseft dat ze slechts één poppetje is in de wereldpolitiek met haar logge organisaties en landen die uit eigenbelang de boel vertragen. Dat ze het lastige spel tussen idealen en realiteit beheerst, heeft ze in het verleden bewezen. Dat was altijd de klasse van Kaag.

Maar hoeveel ruimte is er voor het idealisme van Kaag? Minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra (VVD) wil een realistisch buitenlandbeleid dat het nationaal belang vooropstelt. En als verantwoordelijke voor buitenlandse handel zal Kaag Nederlandse bedrijven moeten ondersteunen die in het buitenland zakelijke belangen nastreven. Daarnaast is het maar de vraag hoeveel geld er overblijft voor de allerarmste landen – gezien het plan om migratiebeperkende maatregelen en eerstejaars asielopvang in Nederland te betalen uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.