Onderwijs

Van Engelshoven: dieseltje op Onderwijs

Door Carla Joosten - 07 december 2017

Verwacht van Ingrid van Engelshoven (51), de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, geen grote woorden. Een oneliner is nog nooit uit haar mond gekomen en haar stem verheffen doet ze zelden.

Sterker, de oud-partijvoorzitter van D66 en oud-wethouder van Den Haag heeft de neiging te haperen. Als kind stotterde ze. Iets wat ze later overwon, maar waarvan geregeld nog iets te horen valt. Eigenlijk past het wel bij haar politieke stijl.

Daarover zei ze zelf afgelopen april bij haar maidenspeech in de Tweede Kamer: ‘Op het Haagse stadhuis werd ik nogal gekarakteriseerd als “bedachtzaam”. Iets minder van de instant oneliner en iets meer van de goed doordachte woorden. Ik hoop dat ook in dit huis vol te houden. Omdat ik vind dat in onze samenleving woorden betekenis hebben, zeker als ze door politici worden gebruikt. En daarom dus altijd zorgvuldig gekozen moeten worden.’

Strenge katholieke meisjesschool

Van Engelshoven werd als jongste van vier kinderen geboren in Delfzijl waar haar vader als werktuigbouwkundige een raffinaderij bouwde. Al na drie maanden verhuisde het gezin naar België, waar dochter Ingrid in uniform een strenge katholieke meisjesschool bezocht. Het uiten van de eigen mening werd er niet bepaald op prijs gesteld.

Hoe groot was het contrast toen ze ging studeren in het linkse bolwerk van de toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen. Van Engelshoven werd met haar keurige kleren door studenten – vooral krakers en andere actievoerders – maar een conservatieve tante gevonden.

‘Gek toch dat mensen elkaar op basis van kleding indelen bij een politieke opvatting, terwijl prettige mensen in de meest uiteenlopende verschijningsvormen overal te vinden zijn,’ zei ze daarover in 2014 tegen Den Haag Centraal.

Gevonden bestemming

In een stampvolle collegezaal vond ze haar bestemming toen Hans van Mierlo er in 1986 als gastcollege de speech ‘Een reden van bestaan’ uitsprak. Bij de uitgang schreef de 19-jarige Van Engelshoven zich in als lid van D66.

Ze werd voorzitter van de afdeling Nijmegen en ging in 1989 werken bij de Kamerfractie. Van Engelshoven was destijds al een serieuze medewerker die in dat pre-digitale tijdperk altijd met haar armen vol mappen door de Kamergangen liep.

In 1996 vertrok ze om adviseur te worden van de Orde van Advocaten. Intussen was ze ook begonnen met een avondstudie rechten in Leiden.

Als consultant loodste ze bedrijven en maatschappelijke organisaties die de politiek wilden beïnvloeden door de Haagse bureaucratie. Van 2004 tot 2009 probeerde ze als directeur van de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik de belangen van de dranksector te verenigen met gematigder alcoholgebruik door vooral jongeren.

Partij op apegapen

Terwijl ze D66 in 1994 zag gloriëren met een recordaantal van 24 Kamerzetels, lag de partij een decennium later op apegapen na deelname aan twee paarse kabinetten en Balkenende II. Oprichter Van Mierlo suggereerde zelfs de partij maar op te heffen.

Maar de intussen gekozen partijleider Alexander Pechtold en partijvoorzitter Van Engelshoven dachten er anders over en werkten aan een wederopstanding. Pechtold ging de ‘buitenboel’ doen en Van Engelshoven als onbezoldigd partijvoorzitter de ‘binnenboel’.

Terwijl Pechtold in de Kamer en op andere podia het D66-geluid liet horen, bijvoorbeeld in uithalen naar de opkomende PVV van Geert Wilders, werkte Van Engelshoven aan de opbouw van een stevig D66. Ze zorgde voor ledenaanwas en voor opleidingen zodat er geschikte kandidaten kwamen voor functies in de lokale en landelijke politiek.

Waarschuwen voor de PVV

De missie slaagde. Van Engelshoven werd zelf wethouder in Den Haag  en zou dat zeven jaar blijven. In 2014 waarschuwde ze als lijsttrekker voor de gevolgen van een PVV-overwinning.

‘Als de partij van Wilders hier de grootste wordt, verliezen we niet alleen onze reputatie als stad van vrede en recht, maar ook nog eens duizenden banen en miljoenen aan inkomsten. Buitenlandse bedrijven en internationale organisaties denken wel twee keer na of ze zich zullen vestigen in een stad die politiek wordt beheerst door een anti-islampartij,’ zei ze in de campagne.

D66 werd dat jaar de grootste partij in Den Haag, een primeur voor de partij.

Afwachtende wethouder

Van Engelshoven staat bekend als ‘een snoeiharde werker’ die planmatig en stapje voor stapje werkt naar een duidelijk doel. Daarbij beschikt ze over  engelengeduld. ‘Een dieseltje,’ zegt een partijgenoot.

Op het Haagse stadhuis werd wel eens gemopperd dat de wethouder te afwachtend was. Toen het  Aloysius College in de problemen kwam, werd een beroep op haar gedaan. Maar Van Engelshoven zei dat ze machteloos was: de gemeente had geen middelen om in te grijpen. Dat was aan het Rijk. De school ging failliet.

In 2016 kondigde ze haar vertrek als wethouder aan. Ze kwam op plek drie van de kandidatenlijst van D66, maar de leden zetten haar op vijf.

Gelijkheid bevorderen

Ze is geen prominent als Sigrid Kaag of Kajsa Ollongren; D66-ministers die al voor de kabinetsformatie in de spotlights stonden. Maar ze weet precies hoe de hazen aan het Binnenhof lopen en speelde achter de schermen een belangrijke rol bij de formatie van Rutte III.

Het moest gek lopen wilde Van Engelshoven geen minister worden. Haar partij moest dan wel de post Onderwijs bemachtigen. Daar ligt haar expertise en haar ideaal: gelijkheid bevorderen.

De hardloopster, moeder van een dochter en echtgenote van een man die ambtenaar op het ministerie van Landbouw is, heeft nu als minister de kans dat ideaal iets dichter bij te brengen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.