Den Haag

Buma hekelt ‘grachtengordeldiscussie’ over historische namen en beelden

Door Elif Isitman - 20 januari 2018

CDA-leider Sybrand Buma vindt de huidige discussie over ‘beladen namen’ uit de Nederlandse geschiedenis belachelijk, en is tegen het wegmoffelen van die namen. ‘Alsof je door beelden omver te werpen en namen uit te wissen een beter mens wordt,’ zegt hij zaterdag.

Buma reageert in een interview met AD op de ophef over het Mauritshuis.

Het Haagse museum haalde eerder de buste van Johan Maurits uit de foyer weg, omdat het op die plek ‘niet in de juiste context kon worden geplaatst’.

Andere namen geven, is ‘complete farce’, vindt Buma

‘Dit is meer en meer een grachtengordeldiscussie aan het worden,’ hekelt Buma. ‘Alsof je een historie mag en kan uitwissen; vergetende dat onze identiteit is ontstaan uit de geschiedenis.’ Volgens de CDA-leider wordt ‘de discussie over wat het is om een Nederlander te zijn’ meer een ijkpunt voor de komende vier jaar.

Buma vreest voor het lot van andere Nederlandse historische figuren die momenteel onder vuur liggen, zoals de voormalig gouverneur-generaal van Nederlands-Indië J.P. Coen. De J.P. Coenschool in Amsterdam kondigde deze week aan ook van naam te willen veranderen, vanwege de beladenheid van de naam. ‘De discussie over de Coentunnel is ook al begonnen,’ waarschuwt Buma bovendien.

‘Natuurlijk is het ook van belang om de zwarte kanten van ons verleden te belichten, maar dan moet je geen namen gaan uitwissen om daarmee een moreel betere samenleving te worden. Het zou een complete farce zijn als we de Coentunnel opeens de Amsterdam Noord-tunnel Westbuis zouden noemen. Alsof mensen dan geen Coentunnel meer zeggen!,’ aldus Buma.

Ook premier Mark Rutte maakt zich zorgen. ‘Het is ons verleden. Wij zijn een land dat met z’n plussen en z’n minnen zich door de eeuwen heeft geknokt’, aldus Rutte in het radioprogramma Met Het Oog op Morgen. ‘Pas nou op om Jan Pieterszoon Coen te beoordelen met onze opvattingen van nu’, zegt de premier, die zelf historicus is.

Eerdere ophef over koloniale namen en beelden

Het is niet de eerste keer dat er ophef is over Nederlandse historische figuren. Afgelopen november maakte het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With bekend van zijn naam af te willen omdat het was beschuldigd van ‘anti-zwartheid’. Ook was er eerder verzet tegen ‘koloniale’ straatnamen en standbeelden van Michiel de Ruyter en Jan Pieterszoon Coen.

Ook lieten activisten van de linkse groep De Grauwe Eeuw van zich horen. In enkele steden protesteerde de groep tegen ‘racistische’ evenementen en in Hoornbekladden de actievoerders een aantal standbeelden, onder meer van J.P. Coen, die zij ‘een massamoordenaar verantwoordelijk voor koloniale terreur’ noemden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.