referendum

Ja of nee tegen Sleepwet? Dit zeggen voor- en tegenstanders

Door Elif Isitman - 19 maart 2018

Woensdag kunt u – gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen – uw stem uitbrengen in het raadgevend referendum over de Sleepwet. De wet opereert op een moeilijk snijvlak tussen veiligheid en privacy. Wat houdt die wet precies in, en wat zijn de argumenten van voor- en tegenstanders?

Het raadgevend referendum over de Sleepwet  – tevens het laatste raadgevend referendum ooit – komt voort uit een initiatief van studenten van de Universiteit van Amsterdam, die vorig jaar handtekeningen ophaalden om het referendum in werking te zetten. Dat lukte ze in oktober.

Wat houdt de Sleepwet in?

De Sleepwet – in officiële termen de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) – werd in 2017 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. De wet breidt de bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten fors uit. Het referendum richt zich vooral op de voorwaarden waaronder de AIVD en MIVD bijzondere bevoegdheden – zoals het aftappen van glasvezelkabels – mogen inzetten.

De regels daarover bestaan al, maar zijn achterhaald: er wordt in de huidige wet geen rekening gehouden met het computer- en smartphonegebruik van deze tijd.

Inlichtingendiensten mogen onder de huidige wet alleen grootschalig communicatie onderscheppen bij niet-kabelgebonden communicatie (bijv. radio- en satellietverkeer). Bij kabel-gebonden communicatie, zoals internet- en telefoonverkeer, mag dat alleen gericht.

De inlichtingen mogen met de inwerkingtreding van de Wiv (die officieel al op 1 januari inging) ongericht communicatie aftappen via internetkabels. Dat betekent dat wanneer diensten op zoek gaan naar een concrete dreiging, ze eerst een verkenning mogen verrichten. De reden dat van het ‘sleepnet’ wordt gesproken, is omdat de inlichtingendiensten eerst ongericht internetverkeer kunnen bekijken, alvorens een selectie uit te voeren op specifieke verdachten.

De communicatie van overige gebruikers belandt dus in de eerste fase ook bij de inlichtingendiensten. Hiermee willen ze verdachten opsporen door middel van netwerken van personen die via het onderscheppen van glasvezelcommunicatie kunnen worden gemaakt. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer een verdachte persoon in een bepaalde woonwijk woont, de gehele wijk mag worden afgeluisterd. ‘Bulkinterceptie’ heet dat. Die gegevens mogen vervolgens maximaal drie jaar worden bewaard. Het gaat dan vooral om metadata: niet de inhoud van de berichten of gesprekken zelf, maar wie in contact staat met wie.

De wet heeft een aantal elementen ingebouwd om misbruik te voorkomen. Zo moeten de diensten voor elk ‘sleepnet’ een verzoek indienen bij de minister van Binnenlandse Zaken. Ook moet een Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden de verzoeken beoordelen voordat het ‘slepen’ kan beginnen. Het advies van die commissie is bindend.

Overigens mag deze methode alleen worden ingezet wanneer er sprake is van een zoektocht naar personen of organisaties die een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid, denk bijvoorbeeld aan terrorisme. Ook gaat de wet over dna-materiaal (dat mag vaker worden gebruikt en kort worden opgeslagen), de mogelijkheid om apparaten of afstand binnen te dringen, het hacken via derden, en de mogelijkheden om gegevens op te vragen die bij bijvoorbeeld clouddiensten bewaard worden. Telecombedrijven worden onder de wet verplicht om klantgegevens te verstrekken wanneer de AIVD of MIVD daarom vragen.

Tegenstanders vrezen ‘Orwelliaanse surveillancestaat’

Oppositiepartijen Partij voor de Dieren, SP, en DENK zijn kritisch op de nieuwe wet – en de jongerentak van coalitiepartij D66, evenals privacy-activisten van bijvoorbeeld Bits of Freedom en Transparancy International. Ze vrezen dat de Sleepwet leidt tot Orwelliaanse toestanden en massasurveillance.

Vincent Böhre, directeur van Privacy First, vreest vooral het sleepnet, dat in feite maar een klein onderdeel van de wet is.  Volgens Böhre betekent dit dat honderden of zelfs duizenden huishoudens doelwit kunnen worden. ‘Daarmee schendt de staat niet alleen het recht op privacy, maar een hele reeks aan burgerrechten zoals het recht op vertrouwelijke communicatie, en het recht op informatievergaring.’

Tegenstanders maken bovendien bezwaar tegen de optie om gegevens jarenlang te bewaren. Dat heeft vooral met politieke onzekerheid te maken. Je weet niet wie er over een paar jaar aan de macht is, en of je de gegevens wel aan toekomstige regeringen kunt toevertrouwen, is daarbij de redenering.

Maar het delen van de informatie met het buitenland speelt daarbij ook een rol. Amnesty International sloeg alarm over de wet omdat die niet zou uitsluiten ‘dat informatie wordt gedeeld met repressieve regimes’. Daarbij zouden mensenrechten kunnen worden geschonden, volgens de ngo: ‘Het werk en leven van activisten, journalisten en oppositieleden kunnen zodoende door het handelen van Nederland in gevaar komen.’

Wat vinden voorstanders?

Opvallend aan de kwestie is dat de AIVD zelf campagne voert voor de Wiv. Directeur Rob Bertholee schoof eerder onder meer aan bij College Tour om een toelichting te geven op de wet, en om te benadrukken dat de wet nodig is. Hij deed dat aan de hand van vier ‘concrete aanslagen’ die de afgelopen zes jaar door de AIVD verijdeld zouden zijn.

Ook politici van de coalitiepartijen spreken zich over het algemeen positief uit over de wet. Het meest gehoorde argument is dat de wet nodig is om terreur te bestrijden. Om de contacten van jihadisten die in Syrië en Irak zitten te achterhalen, bijvoorbeeld.

Overigens is het referendum vooral voor de bühne: het is een raadgevend referendum en de uitslag hoeft niet door het kabinet te worden gerespecteerd. Dat zagen we eerder bij het Oekraïne-referendum. Het kabinet onder leiding van Mark Rutte heeft al laten weten dat het niet van plan is de uitslag van het referendum ‘per se’ op te volgen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.