afrin

Kabinet houdt kaken op elkaar over steun aan ‘gematigde’ rebellen Afrin

Door Elif Isitman - 07 april 2018

Na eerdere berichten van het Vrije Syrische Leger (FSA) dat 25.000 van zijn strijders samen met het Turkse leger vechten in de Noord-Syrische regio Afrin, wil het kabinet niet prijsgeven in hoeverre er eenheden meevechten die Nederlandse steun hebben gekregen.

Eerder meldde de Nederlandse regering dat zij slechts rebellen van het Vrije Syrische Leger steunde, maar nu weigert het kabinet dat te bevestigen. De hulp aan rebellen in het noorden van Syrië werd begin dit jaar stopgezet.

Begin dit jaar zette Nederland de steun aan rebellen in het noordelijke Idlib al stop, omdat de regio werd gedomineerd door jihadistische groepen. Nederland blijft wel de ‘gematigde gewapende oppositie’ in Zuid-Syrië steunen met non lethal assistance – geld voor infrastructuur, voedsel en ontmijningsmateriaal. Volgens het kabinet is de situatie daar relatief stabiel en wil het daarom de tegenstanders van de Syrische president Bashar al-Assad ‘zo effectief mogelijk’ blijven steunen.

FSA geeft zelf toe dat strijders meevechten met Turkije

Een commandant van het FSA gaf eind januari aan dat zijn milities Turkije ‘helpen’ bij de strijd tegen Koerdische strijdkrachten in Afrin, en dat 25.000 FSA-strijders zich bij Turkse legereenheden hebben gevoegd.

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt drong er in maart bij premier Mark Rutte op aan antwoord te geven op de vraag of Nederland of andere Europese landen in het verleden steun hebben verleend aan die specifieke groepen. Het ontaardde in een ongemakkelijk tafereel, waarin Rutte geen antwoord wilde geven en Omtzigt doorverwees naar het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Dat was reden voor het CDA om Kamervragen te stellen over de steun van Nederland aan de ‘gematigde’ rebellen. Die steun is inmiddels opgezegd, maar het CDA wilde onder meer weten welke groepen in het verleden steun hebben gekregen, en of die groepen nu meevechten met Turkije in Afrin. Het lijkt een simpele optelsom: eerder benadrukte het kabinet dat alleen groepen geld kregen die expliciet tot het FSA behoorden, en het FSA gaf zelf toe dat vrijwel alle groepen met de Turken meevechten tegen Koerdische strijdkrachten in Afrin.

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok wil echter niet prijsgeven of uitsluiten dat er groepen zijn die met Turkije meevechten en die in het verleden steun hebben gekregen van Nederland. Wel is bekend dat de FSA sinds 2015 meer dan 25 miljoen euro Nederlandse steun heeft gehad.

Het FSA is een los netwerk van verschillende (islamitische) strijdkrachten, waarbij het moeilijk is te bepalen wie er precies bijhoort. Het FSA vocht eerder al zij aan zij met de Turken, maar de situatie in Afrin is complex omdat Turkije het daar gemunt heeft op Koerdische YPG-milities – een bondgenoot van westerse landen in de strijd tegen terreurbeweging Islamitische Staat (IS). Turkije verdenkt de YPG ervan samen te spannen met de Koerdische terreurbeweging PKK. Bovendien zijn er sinds het begin van het Turkse offensief in januari, officieel ‘Operatie Olijftak’ genoemd, al meermaals burgerslachtoffers gevallen.

Turkse inval in Syrië is illegaal, volgens volkenrechtelijk adviseur

De kwestie is saillant omdat de volkenrechtelijk adviseur van minister Blok onlangs stelde dat het Turkse optreden in Syrië zonder instemming van de Syrische regering illegaal is. Mocht de Nederlandse regering weten dat zij gewapende groepen helpt bij een illegale oorlog, dan is dat op zijn minst dubieus.

Maar juist over de illegaliteit van die inval wil de regering geen uitspraken doen. Verschillende partijen in de Tweede Kamer drongen er bij  het kabinet op aan om het offensief in Afrin openlijk te veroordelen, iets wat nog niet is gebeurd. De ministers Stef Blok (VVD, Buitenlandse Zaken) en Sigrid Kaag (D66, Ontwikkelingssamenwerking) hebben de Turkse ‘onderbouwing’ van de aanval op Afrin onlangs alleen ‘gebrekkig’ genoemd, terwijl voormalig minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra (VVD) in januari zelfs begrip toonde voor het offensief.

 

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.